Blues Brothers c.s. futloos op herhaling

Blues Brothers 2000. Regie: John Landis. Met: Dan Aykroyd, John Goodman, J. Evan Bonifant, Joe Morton, B.B. King, James Brown, Aretha Franklin, Wilson Pickett, Eddie Floyd, Nia Peeples. In: 24 theaters.

Opgedragen aan John Belushi, Cab Calloway en John Candy, de drie sinds 1980 overleden acteurs uit The Blues Brothers, doet het late vervolg Blues Brothers 2000 zijn uiterste best zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Tot en met de bijrollen voor de soulvorsten James Brown en Aretha Franklin, het optreden van collega-regisseur Frank Oz als gevangenisdirecteur en de spectaculaire opeenstapeling van autowrakken aan het slot van een verwoestende achtervolging heeft regisseur John Landis eerder een replica dan een vervolg tot stand gebracht.

Ook al is John Goodman een alleszins acceptabele vervanger van de betreurde Belushi als de helft van het gesjochte duo blanke soulzangers met de inmiddels klassieke zonnebril en zwarte hoed en kostuum, toch is Blues Brothers 2000 geen schaduw van het origineel. Het flodderige scenario en de al te gemakkelijke komische effecten doen Landis' herhalingsoefening belanden in de categorie futloze exploitatie van een beproefde formule.

Natuurlijk kan geen enkele oprechte liefhebber van de rockhistorie het zich veroorloven om niet te gaan kijken naar de wonderbaarlijke verzameling groten der aarde die Landis in zijn film wist bijeen te brengen. Des te meer stelt het muzikale resultaat óók teleur. Staan onder de gelegenheidsnaam The Louisiana Gator Boys voor een keer Eric Clapton, B.B. King, Bo Diddley, Dr. John, Steve Winwood, Lou Rawls, Isaac Hayes, Billy Preston en nog wat ander volk bij elkaar op een podium te spelen, komt er niets meer uit dan een We Are The World-achtige beurtzang. Het leukste nummer is nog voor Wilson Pickett en Eddie Floyd, die de hit 6345789 uit 1966 van stal halen, omlijst door een ballet van oerlelijke oudere sekslijntelefonistes. Dat is tenminste een gebrek aan goede smaak The Blues Brothers waardig.