Bananendossier in Europese Unie steeds lastiger

De Europese landbouwministers buigen zich deze week opnieuw over het importregime voor bananen. Er moet snel een oplossing komen, anders dreigen Amerikaanse sancties.

LUXEMBURG, 24 JUNI. De Britse minister Cunningham van landbouw, moet deze week bij het aflopen van zijn voorzitterschap van de raad van ministers van landbouw nog één uiterst lastige kluwen ontrafelen, het zogenoemde 'bananendossier'. Het gaat om een intrigerende kwestie met vele ingrediënten: een traditioneel Europees noord-zuid-conflict om geld, een veroordeling van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de positie van de 'Max Havelaarbanaan', en de belangen van Europese koloniën in Afrika en Zuid-Amerika. En dan is er nog het dreigende handelsconflict met de VS, dat misschien uiteindelijk de Franse cognacstoker en de Nederlandse kaasboer in problemen brengt.

De landbouwministers draaien al sinds januari om het probleem heen. Op 1 januari volgend jaar moet het Europese bananenbeleid in overeenstemming zijn met de eisen van de WTO, anders staat het andere landen (zoals de VS) vrij handelssancties tegen de EU te treffen. De problemen dateren van 1993 toen de EU met een nieuwe gemeenschappelijke marktordening voor bananen kwam.

Europa onderscheidt drie bananen. In de eerste plaats is er de grote, gele 'dollarbanaan', die traditioneel uit Zuid-Amerikaanse landen als Equador, Honduras en Costa Rica komt, maar ook uit een land als Zuid-Afrika. Bij de dollarbanaan horen namen van exporteurs als Dole en Chiquita.

Naast de dollarbanaan is er ook een Europese banaan. Dat wil zeggen, een banaan van Europees grondgebied, zoals Guadeloupe, Madeira, de Canarische eilanden, Frans Guyana en Martinique. Een derde groep vormen de ACP-bananen, die uit andere Afrikaanse, Caribische of Stille Oceaanlanden - de Pacific - komen.

Voor al die bananen geldt dat ze niet onbeperkt de Europese markt op mogen. Voor de dollarbanaan geldt een contingent van 2,2 miljoen ton, waar sinds de toetreding van Zweden, Finland en Oostenrijk 353.000 ton bij is gekomen. Voor de invoer van die bananen moet 75 ecu per ton aan rechten aan Brussel worden betaald. De 'Europese' bananen komen formeel van Europees grondgebied, zijn niet aan een contingent gebonden en er hoeven vanzelfsprekend ook geen invoerrechten voor te worden betaald. De ACP-landen tenslotte zijn gebonden aan een maximum-import van 857.000 ton, maar het zijn ontwikkelingslanden en zij hoeven geen importtarief te betalen.

Alsof dat niet ingewikkeld genoeg is, heeft de Europese Unie met een viertal 'dollarbananenlanden' een zogeheten raamwerk-overeenkomst, waardoor zij zeker weten dat ze hun bananen op de Europese markt kwijt kunnen. De overheden van die landen krijgen hiervoor certificaten, die de exporteurs moeten kopen.

Het hele contingent voor dollarbananen is dus ook nog eens verdeeld. Het grootste deel is toegewezen aan de traditionele ex/importeurs, een deel voor de vier 'raamwerk-landen' en er is een klein deel van rond drie procent voor 'nieuwkomers'. Die laatste groep is de afgelopen vijf jaar als het ware ontaard. Traditionele exporteurs splitsten zich op in nieuwe bedrijfjes om zich als nieuwkomer te kunnen presenteren en zo een deel van dat contingent te bemachtigen. Daarnaast heeft de Commissie ook steeds meer problemen gekregen bij het toekennen van de quota aan andere landen dan de vier van het 'raamwerk'.

Het waren uiteindelijk de VS die het beleid van Brussel niet langer pikten. Dat is niet verwonderlijk, want de multinationals die de 'dollarbananen' verhandelen zijn Amerikaans handelshuizen. De Amerikanen stapten naar de WTO. Een WTO-panel stelde de VS vorig jaar in het gelijk en vond dat er inderdaad sprake was van 'discriminatie' bij het afgeven van certificaten en het toewijzen van quota. De WTO bepaalde dat de zaak uiterlijk 1 januari 1999 in overeenstemming met de WTO-regels moet zijn opgelost.

Dat heeft de Europese Commissie voor problemen gesteld. Het wegnemen van handelsbelemmeringen, zoals de WTO wil, leidt er immers hoe dan ook toe dat met name de dollarbananen goedkoper worden. En dat vinden vooral de zuidelijke lidstaten vervelend, want die produceren zelf of hebben nog koloniën waar bananen worden geteeld. Die landen zullen dus in prijs mee moeten om nog concurrerend te kunnen zijn.

Brussel voorzag dus al dat die landen steunmaatregelen willen voor hun kwijnende bananenproducenten en dat kost geld. Er werd voor gekozen om die 353.000 ton, die er bij de toetreding van Zweden, Finland en Oostenrijk bij was gekomen, niet met 75 Ecu per ton, maar met 300 Ecu per ton te gaan belasten. In dat geval was er in elk geval een 'potje' om de Europese banaan te kunnen steunen.

Dat plan, zo is de afgelopen maanden gebleken, is voor de noordelijke lidstaten onverteerbaar. Zij vrezen namelijk dat de WTO dit opnieuw niet zal accepteren. Tegelijkertijd willen de zuidelijke landen geld zien als het er inderdaad van komt dat de dollarbanaan goedkoper wordt.

Voor de Nederlandse minister van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) en zijn noordelijke collega's staat voorop dat er niet opnieuw een aanvaring met de WTO mag komen. Hij pleit er dus voor om alle quota bij elkaar op te tellen, zodat er een totaal komt van ongeveer 3,4 miljoen ton. Daar zit het bestaande contingent van dollarbananen in, de 353.000 ton voor de nieuwe lidstaten én de 857.000 ton voor de ACP-landen. Voor de eerste twee categoriën blijft dan een zogeheten tariff only van kracht - de 75 Ecu per ton aan invoerheffing. De ACP-landen blijven op het zogeheten nultarief.

Dat voorstel mag het meest in overeenstemming met de WTO-regels zijn, voor de zuidelijke lidstaten en de Commissie is er dan wel een probleem. De zuidelijke landen zien het inkomen van hun bananenproducenten dalen en de Commissie heeft geen potje om daar iets aan te doen.

Om de zaak nog iets ingewikkelder te maken willen de noordelijke landen een behoorlijke positie voor de 'fair trade-banaan' die milieu-technisch en sociaal verantwoord wordt geteeld. Vraag is alleen op welk contingent die producenten aanspraak mogen maken. De organisatie Max Havelaar kan immers moeilijk beweren dat zij een traditionele importeur is. Onder de huidige omstandigheden zou Max Havelaar dus bij Dole of Chiquita aan moeten kloppen om aan een certificaat te komen. Maar dat komt de geloofwaardigheid van Max Havelaar niet echt ten goede.

Voor zover de kluwen al niet onontwarbaar genoeg is, komt er met de fair trade-banaan dus nog een probleem bij, al blijft het belangrijkste dat de EU met de WTO in het reine komt, vooral met het oog op dreigende handelssancties van de VS na 1 januari 1999. Niet verwonderlijk dat Van Aartsen zijn betoog in Luxemburg afsloot met de woorden: “Ik hoop, mijnheer de voorzitter, dat u met creativiteit en wijsheid voor alle dossiers oplossingen zult vinden.”

    • Bram Pols