Ter beschikking

DE ONDERHANDELAARS in de kabinetsinformatie vinden dat het ministerie van Binnenlandse Zaken als enige verantwoordelijk moet worden gemaakt voor het beheer van de politie. Dat gaat ten koste van de altijd al wat moeizame bemoeienis met de politie van het ministerie van Justitie.

De top van dit departement heeft direct laten weten grote bezwaren te hebben tegen dit bureaupolitieke verlies. Op andere taken is de ambtelijke top van Justitie opmerkelijk minder zuinig. Vorige week werd bekend dat justitie openlijk met de gedachte speelt de terbeschikkingstelling van psychisch gestoorde delinquenten (tbs) op te heffen.

De betrokken delinquenten moeten maar worden verspreid over de reguliere psychiatrische inrichtingen en de gevangenissen. De strafrechtelijke maatregel van terbeschikkingstelling is, zoals de Utrechtse hoogleraar strafrecht Kelk het heeft uitgedrukt, sinds 1988 niet meer van de regering en wordt dan ook niet meer afgekort tot tbr maar tot tbs. Hij werd zeventig jaar geleden ingevoerd en geldt als een strafrechtelijk kenmerk dat Nederland internationaal in gunstige zin onderscheidt.

TOCH BLIJFT het tobben met tbs. Vooral de combinatie van de maatregel met een gevangenisstraf is lastig: wat dient voor te gaan? De tbs-inrichtingen hebben een chronisch capaciteitsgebrek. Het gevolg is dat veroordeelden geruime tijd op een plaats moeten wachten in een gewone gevangenis of huis van bewaring. Dit oponthoud is de Staat der Nederlanden al op een veroordeling tot schadevergoeding aan de betrokken 'passanten' komen te staan.

Het is de vraag of het alternatief om de tbs dan maar af te schaffen voordeliger uitpakt. Er zullen dan toch speciale 'behandelgevangenissen' moeten komen. Het aantal kandidaten voor opname is een veelvoud van het huidige aantal tbs-klanten want een aanzienlijk deel van de gewone gedetineerden heeft te kampen met serieuze psychische stoornissen. Officieel parool voor het gevangeniswezen is de laatste jaren juist 'versobering'.

HET IS OOK de vraag of de rechter de tbs als speciale maatregel graag zal willen missen, al zal afschaffing menige verdachte welkom zijn. Sommigen zijn zo benauwd voor tbs dat zij het vereiste gedragskundige onderzoek saboteren en liever een lange gevangenisstraf riskeren. Zo vermeldt de jurisprudentie uit 1992 een geval waarin de verdachte in hoger beroep de voorkeur gaf aan acht jaar cel boven zijn aanvankelijke vonnis van twee jaar plus tbs. Of dit nu een maat is waar de samenleving veel mee opschiet, valt te betwijfelen.

Ook de aan de algemene psychiatrie toebedachte rol van communicerend vat met de justitie is eenvoudiger bedacht ten departemente dan in de praktijk gebracht. De geestelijke gezondheidszorg weet vaak zelf al niet wat ze moet aanvangen met gevaarlijke patiënten. Een strafrechtelijke veroordeling zoals de tbs is bovendien principieel van een andere orde dan de beslissing tot opname in een algemene psychiatrische instelling. Kelk: anders dan deze opname kan de tbs nimmer worden opgelegd in het belang van de dader zelf maar uitsluitend in het belang van de maatschappelijke veiligheid.

DE BETEKENIS van de tbs is nu juist dat de justitie een eigen criterium heeft als het gaat om de belangrijkste beslissing - ontslag of niet? - namelijk of de samenleving gezien de mate van gevaarlijkheid van de delinquent nog bescherming behoeft. Deze verantwoordelijkheid is een kerntaak van justitie die zich niet laat wegbezuinigen.