Scepsis over keuze van Amsterdam voor foto-instituut

AMSTERDAM, 23 JUNI. Het nieuwe Nederlands Centrum voor Fotografie moet worden gevestigd in Amsterdam. Dat heeft het bestuur van het Prins Bernhard Fonds gisteren besloten.

Staatssecretaris Nuis (Cultuur), die het nieuwe centrum mede zou moeten gaan subsidiëren, reageert echter uiterst terughoudend op dat besluit. Hij heeft geen zin om de discussie van midden jaren tachtig, toen twee nationale foto-instellingen na lang touwtrekken naar Rotterdam gingen, opnieuw te voeren, aldus zijn woordvoerder in een eerste reactie.

De oprichting van het Nederlands Centrum voor Fotografie is mogelijk geworden doordat het Prins Bernhard Fonds vorig jaar 22 miljoen gulden kreeg uit de erfenis van de vroegere Rotterdamse hoogleraar H.W. Wertheimer, zelf een verwoed amateurfotograaf en verzamelaar.

Nadat eerder dit jaar nog een plan op tafel lag om het nieuw op te richten centrum over drie steden te spreiden (Rotterdam, Amsterdam en Leiden) koos het bestuur van het Prins Bernhard Fonds gisteren toch voor Amsterdam. “Omdat uit het veld duidelijke geluiden in die richting kwamen”, aldus een woordvoerster van het fonds. In Amsterdam zouden de meeste fotografen wonen.

Het bestuur van het Prins Bernhard Fonds stelt wel enkele voorwaarden aan vestiging van het centrum in Amsterdam. Overheid, bedrijfsleven en donateurs moeten er geld in steken en de verschillende bestaande foto-instellingen moeten bereid zijn tot deelname aan het nieuwe centrum. De woordvoerster van het fonds kan nog niet zeggen wat er gebeurt als het ministerie inderdaad niet wil meewerken.

Tot de instituten die zouden moeten deelnemen in het nieuwe centrum behoren de in Rotterdam gevestigde nationale foto-instellingen: het Nederlands Foto Instituut (NFI), het Nederlands Fotoarchief (NFa) en het Nationaal Fotorestauratie Atelier (NFrA).

Na een lange strijd tussen Amsterdam en Rotterdam in de jaren tachtig werden het NFI en het NFa uiteindelijk in Rotterdam gevestigd omwille van 'cultuurspreiding'.

Een woordvoerder van staatssecretaris Nuis, die de Rotterdamse instellingen subsidieert, laat weten dat er op het ministerie “geen positieve gevoelens bestaan” over herhuisvesting van de nationale instellingen. “Wat de staatssecretaris betreft staan de subsidies aan de instellingen in Rotterdam voorlopig niet ter discussie”, zegt hij.

Pagina 13: Patijn ontkent iedere belangenverstrengeling

“Nuis heeft het Prins Bernhard Fonds al in maart laten weten dat er wat hem betreft geen reden is de subsidie aan een andere stad dan Rotterdam te geven. De reden daarvoor is dat er de afgelopen jaren in Rotterdam enorm geïnvesteerd is. Dat gaat om miljoenen.”

Ook Flip Bool, directeur van het Nederlands Fotoarchief, reageert terughoudend op het besluit van het Prins Bernhard Fonds. “Er worden veel slagen om de arm gehouden. De zaak is duidelijk nog niet beklonken.”

“Curieus en zeer teleurstellend” noemt de Rotterdamse cultuurwethouder H. Kombrink de keuze voor Amsterdam. “De vestiging van het beoogde centrum in Amsterdam roept existentiële vragen op over de positie van de nationale instellingen in Rotterdam. De verhuizing van deze instellingen komt nu weer ter sprake terwijl dat een gepasseerd station is.”

De keuze van het Prins Bernhard Fonds voor de hoofdstad werd gisteren bekendgemaakt door burgemeester Patijn van Amsterdam, die een nevenfunctie vervult als voorzitter van het fonds. Hij heeft als zodanig ook deelgenomen aan bestuursvergaderingen over het Wertheimer-legaat, bevestigt een woordvoerster van het fonds. “Hij heeft wel aangegeven dat hij vond dat hij in een lastige positie zat”, zegt ze. “Maar we hebben een groot bestuur, van twaalf personen. Er is niet gestemd. Men heeft tijdens de vergadering een concensus bereikt. Ook Patijn was daarbij.”

Burgemeester Patijn vindt niet dat er daarmee sprake is van een ongeoorloofde belangenverstrengeling. Patijn heeft volgens een van zijn woordvoerders geen enkele bemoeienis bij de besluitvorming van het bestuur gehad. “Dat heeft hij mij verzekerd”, aldus de woordvoerder. Dat Patijn gisteren wel met de uiteindelijke beslissing naar buiten is getreden, heeft volgens de woordvoerder te maken “met de open manier van doen van Patijn”. “Hij kon dat zo doen omdat hij er geen bemoeienis mee heeft gehad. Het was juist vreemder geweest als hij de vice-voorzitter had laten optreden.”

H.W. Wertheimer, die vorig jaar op 83-jarige leeftijd overleed, schonk zijn vermogen op voorwaarde dat het geld zou worden gebruikt voor de bevordering van de Nederlandse fotografie en de oprichting of instandhouding van een Nederlands fotomuseum waarin de professionele en amateuristische beoefening van de fotografie tot zijn recht komt. Het Prins Bernhard Fonds zal op korte termijn een werkgroep instellen die de haalbaarheid, organisatievorm en financiering van het centrum moet onderzoeken. De werkgroep, die zal worden bijgestaan door een raad van advies, bestaande uit vertegenwoordigers van professionele en amateur foto-organisaties, moet voor het einde van het jaar een voorstel komen.

De gemeente Amsterdam reageert ingenomen op het besluit van het Prins Bernhard Fonds. De gemeente steunt de stichting Photo Plaza die in de stad een kunsthal voor de fotografie wil oprichten. Volgens een woordvoerder van cultuurwethouder Van der Giessen zijn de doelstellingen van deze stichting echter 'beduidend smaller' dan de taken van het nu door het PBF geschetste centrum. “De situatie is door dit besluit enigszins veranderd. Bekeken moet nu worden in hoeverre de gemeente tegemoet kan komen aan de wensen van het beoogde centrum.”

Als hoofdtaken van het nieuwe centrum noemt het Prins Bernhard Fonds het verzorgen van een 'inhoudelijk ambitieus tentoonstellingsprogramma' van artistieke, functionele en informatieve fotografie, het aanleggen van een fotocollectie en het stimuleren van onderzoek en het verzamelen en toegankelijk maken van informatie over het vakgebied. Daarnaast moet het centrum actief worden op het gebied van 'festivals, cursussen, publicaties, lezingen, wedstrijden en opdrachten'.