Relaties EU-Minsk al op laag pitje

De betrekkingen tussen de Europese Unie en Wit-Rusland waren al vrijwel bevroren voordat gisteren Westerse ambassadeurs Minsk verlieten.

BRUSSEL, 23 JUNI. Sinds het omstreden referendum van november 1996, waarin de Wit-Russische president Loekasjenko alle macht naar zich toetrok, verleent de EU vrijwel geen steun meer aan Wit-Rusland. De onderhandelingen over een partnerschap- en samenwerkingsakkoord zijn sindsdien opgeschort.

De EU heeft tot ergernis van Loekasjenko dit jaar wel 2,2 miljoen gulden uitgetrokken voor projecten van particuliere organisaties die de democratie in Wit-Rusland willen bevorderen. Het betreft projecten van onder andere vakbonden, journalisten en organisaties voor mensenrechten.

Een woordvoerster van de Europese Commissie kondigde gisteren aan dat na de terugtrekking van de ambassadeurs van Frankrijk, Italië, Groot-Brittannië, Duitsland en Griekenland uit Wit-Rusland ook het in Minsk geaccrediteerde hoofd van de EU-vertegenwoordiging geen contacten meer met de regering van Loekasjenko zal onderhouden. Hij wordt niet teruggeroepen omdat hij tevens in de Oekraïne is geaccrediteerd en daarom in Kiev is gevestigd.

De EU besloot in februari 1997 om de nieuwe grondwet en het door Loekasjenko geïnstalleerde parlement van Wit-Rusland niet te erkennen. Tevens weigerde de EU het verzoek van Wit-Rusland te ondersteunen om te kunnen toetreden tot de Raad van Europa. Het Nederlandse voorzitterschap van de EU stuurde vorig jaar twee keer een missie onder leiding van oud-staatssecretaris Kosto naar Minsk. Die EU-missie kon echter geen enkele democratische verbetering vaststellen.

In september vorig jaar besloot de EU de relatie met Wit-Rusland verder te beperken. Technische hulpprogramma's werden bevroren. Daardoor loopt Wit-Rusland steun mis voor onder andere de ontwikkeling van de particuliere sector, voedselproductie, energie en transport van 40,7 miljoen gulden per jaar. De Europese Commissie wilde vorig jaar elf miljoen gulden uittrekken voor technische hulp ten behoeve van de ontwikkeling van een democratische samenleving in Wit-Rusland. De Wit-Russische regering heeft met dit programma echter nooit ingestemd.

De ambassadeurs van EU-lidstaten in Minsk hadden sinds eind 1996 tot taak om de dialoog op gang te houden met de regering van Loekasjenko. Vorig jaar werd al besloten dat slechts ministers van de EU-trojka (het vorige, het huidige en het volgende EU-voorzitterschap) eventuele bilaterale gesprekken met de Wit-Russische regering zouden houden.