Rare stilte na aanhouding bankdirecteur

Justitie heeft met zijn fraude-onderzoek niet alleen de beurswereld op de korrel, maar nu ook een bankbestuurder. Ontsnapt aan het wakend oog van De Nederlandsche Bank?

AMSTERDAM, 23 JUNI. De vragenlijst die elke aspirant bankbestuurder in Nederland moet invullen leest als een medische verklaring. Hoe meer “nee's”, hoe gezonder de kandidaat. De Nederlandsche Bank vraagt elke toekomstige bestuurder zijn financiële en fiscale doopceel te lichten en daarbij tot acht jaar terug te gaan, inclusief betrokkenheid bij faillissementen van bedrijven.

De vragenlijst is een van de instrumenten om de betrouwbaarheid en deskundigheid van bankdirecteuren te toetsen en de kans op aantasting van het vertrouwen van het publiek en infiltratie door criminele groepen zo klein mogelijk te maken.

Ook Theo K., een bestuurder van SNS Bank Nederland, die vorige week werd aangehouden in het kader van het beursfraude onderzoek, was gescreend toen hij op 1 februari 1996 in functie trad. Zijn aanhouding volgde op een aangifte van de bank zelf. Die aangifte kwam na de arrestatie drie weken daarvoor van een directeur van SNS Securities, een effectendochter van de bank en verzekeraar SNS Reaal Groep (bijna 5.000 werknemers) waartoe ook de SNS Bank behoort.

Na het publieke en politieke misbaar over het “ons kent ons” toezicht op beurshandelaren dat vorig jaar loskwam toen justitie een inval deed aan het Amsterdamse Beursplein, blijft het stil nu een bankbestuurder wordt aangehouden. Dat is extra opmerkelijk gezien de voortrekkersrol die de centrale bank gekozen heeft bij de bewaking van de goede zeden in de bedrijfstak. De toezichthouders op de effectenwereld, verzekeraars en pensioenfondsen hebben vergelijkbare screenings ingevoerd of gaan dat nog doen. Zelf heeft de centrale bank de screening begin jaren negentig met succes heeft ingezet bij de sanering van de vastgoed beleggingsfondsen.

In de praktijk maakt de centrale bank actief gebruik van haar bevoegdheid om bestuurders in het bankbedrijf te toetsen. Deze vorm van machtsuitoefening wordt omgeven met de grootst mogelijke geheimzinnigheid, doordat de centrale bank over individuele banken wettelijk geen mededelingen doet en ook is uitgezonderd van de wet openbaarheid van bestuur. Eind jaren tachtig kon R. Abrahamsen geen president-directeur van de Nationale Investeringsbank worden. De Nederlandsche Bank hield hem verantwoordelijk voor verliezen in de valutahandel bij zijn vorige werkgever, de Zuidafrikaanse Nedbank. De commissarissen kregen slechts te horen dan hun keuze niet in vruchtbare aarde was gevallen. Op schrift stond er niets, zo klaagden insiders bij de Investeringsbank. Tegen een prominente bankiersfunctie bleek De Nederlandsche Bank overigens geen bezwaar te hebben: Abrahamsen werd later wel directeur-generaal bij de ABN. Inmiddels is hij financieel directeur bij de KLM.

Scherp aan de wind zeilde T. Jongbloed, die als directievoorzitter van Staal Bankiers eind jaren tachtig na verschillende affaires het vertrouwen verloor van de centrale bank. Toen hij later zijn rentree maakte in de financiële wereld met het beleggingsfonds Groeigarant kon hij geen directeur worden. De Nederlandsche Bank was ook de beleggingsfondsen gaan controleren. Jongbloed werd hoofd research van Groeigarant.

Aanvankelijk was de screening van bankbestuurders een eenmalige gebeurtenis (bij de benoeming), maar sinds enkele jaren kan De Nederlandsche Bank, als nieuwe informatie ter tafel komt, de toetsing opnieuw uitvoeren. Met alle gevolgen van dien. De tweehoofdige directie van Bank Bangert Pontier verloor vorig jaar rap zijn baan na de eerste arrestaties aan het Damrak toen De Nederlandsche Bank blijk gaf dat zij haar vertrouwen had verloren en aangifte deed wegens mogelijke overtreding van regels tegen witwaspraktijken.

Ontslaan doet de centrale bank echter niemand, en dat maakt een beroepsprocedure tegen haar ingrijpen, zoals een ex-directeur van Bangert Pontier zou overwegen, al bij voorbaat een taai gevecht. Formele beslissingen over eventueel ontslag nemen de commissarissen van de betrokken bank. Zij zijn verantwoordelijk voor de leiding van de bank, houdt de centrale bank hen dan voor. En als ultieme sanctie kan de bankvergunning worden ingetrokken.

Welke informatie die bij de screening van de bestuurder van SNS Bank in 1996 niet beschikbaar was of over het hoofd is gezien, zorgde nu voor zijn aanhouding? Privé handel is na een affaire rond enkele prominente ING-directeuren in 1992 aan strenge banden gelegd. Deze handel moet intern worden gemeld en informatie daarover is voor de Nederlandsche Bank met een druk op de knop beschikbaar.

Niet alleen SNS Reaal Groep voelt de ogen van de Nederlandsche Bank in zijn nek. Ook bij de zakenbank Kempen & Co kan een probleem met de screening ontstaan. Kempen nam onlangs effectenkantoor Oudhof over en werd vervolgens overvallen door de aanhouding van een van de topmedewerkers van dat kantoor. Wanneer, zoals de bedoeling leek, een van de directeuren van Oudhof in de statutaire directie van Kempen wordt opgenomen is een screening verplicht. Hoe zal De Nederlandsche Bank reageren? Oudhof stond niet onder toezicht van de centrale bank, Kempen & Co wel.

Eén aspect spreekt niet in het voordeel van de financiële instellingen die jusritie hebben langs gekregen. Na de inval op de beurs eind oktober moet elke financiële instelling in het kader van zijn damage control een uitdraai hebben gemaakt van zijn transacties, inclusief de privé handel, met de verdachte handelaren. Wie dan nog zeven maanden wacht totdat justitie zelf op de stoep staat heeft wel iets uit te leggen.

    • Menno Tamminga