President Iran breekt lans voor tolerantie

TEHERAN, 23 JUNI. President Mohammad Khatami van Iran heeft in een gisteren gehouden rede opgeroepen tot verdraagzaamheid tegenover uiteenlopende politieke richtingen en tot mildheid tegenover jongeren, om hen te winnen voor de islam. Dat meldde de Iraanse staatsradio vanmorgen.

Khatami, die geldt als gematigd en in mei vorig jaar met een overweldigende meerderheid werd gekozen op een programma van sociale en politieke liberalisering, sprak gisterenmiddag een bijeenkomst toe van Revolutionaire Gardisten en leden van paramiliaire vrijwilligerseenheden. Volgens de staatsradio zei hij dat “de jeugd moet worden benaderd met zachte hand en niet met intimidaties opdat zij zich voelt aangetrokken tot de islam”. Hij pleitte ook voor “tolerantie” tegenover afwijkende politieke richtingen en “respect” voor uiteenlopende meningen in de samenleving. De president zei verder dat de islam staat voor vrede in de wereld, gebaseerd op wederzijds respect tussen landen.

Khatami hield zijn toespraak een dag nadat de Majlis, het door conservatieven gedomineerde parlement van Iran, minister van Binnenlandse Zaken Abdollah Nouri van zijn post had ontheven. Het parlement nam Nouri onder vuur omdat hij toestemming had gegeven voor betogingen van oppositionele studentengroepen en conservatieven in zijn departement had vervangen.

Khatami pareerde deze nieuwe aanval op zijn hervormingsbeleid door Nouri meteen te benoemen tot vice-president voor ontwikkeling en sociale zaken, zodat de oud-minister zijn kabinetszetel behield. Waarnemers in Teheran maken uit Khatami's snelle reactie op dat hij vastbesloten is zijn hervormingen door te zetten.

Het dagblad Jomhuri Eslami, de spreekbuis van Khatami's conservatieve critici, erkende gisteren in een commentaar dat de president een overweldigend mandaat heeft van de kiezers - 75 procent bracht vorig jaar zijn stem op hem uit - en waarschuwde dat “de groep die Nouri heeft afgezet niet zelfgenoegzaam mag worden en moet beseffen dat de belangen van de natie en de (islamitische) revolutie van een hogere orde zijn dan die van enige factie”. (Reuters)