Paarse formatie bederft politieke zeden

De Tweede Kamer debatteert morgen met de informateurs over het verloop van de formatie. Paul Rosenmöller vindt de manier waarop die zich tot dusver voltrekt een aanfluiting. De fracties van paars in de Tweede Kamer leggen zich voor de komende vier jaar volledig vast. Het idee van de veelgeprezen openheid is verdwenen, het dualisme is verdampt.

Fractievoorzitter Thom de Graaf van D66 betoogde tijdens de campagne dat de formatie anders moest. Het kon allemaal “wat sneller, wat doorzichtiger, wat transparanter”. Het moest maar eens gedaan zijn met die “rare cultuur”. Na 6 mei moest er “direct een regeerakkoord worden geformuleerd” door de beoogde premier en daar waren pre-informateurs noch informateurs voor nodig, aldus De Graaf.

Vorige week plaatste onderhandelaar De Graaf kanttekeningen bij mijn verzoek om een debat in de Tweede Kamer over de stand van zaken in de formatie. Hoewel De Graaf zei 'graag' te willen meewerken, gaf hij ook beperkingen aan de openheid vanwege “de individuele onderhandelingsposities”.

De afgelopen jaren heeft Paars I bij herhaling lippendienst bewezen aan een doorzichtiger politieke cultuur. Ministers die fouten maakten zouden hun politieke leven niet langer zeker zijn. Met knikkende knieën zouden zij in de Kamer hun opwachting maken, zich niet verzekerd wetend van de steun van de coalitie. Inmiddels weten we beter. Een geroutineerd 'het spijt me' bleek voor de coalitiepartijen afdoende om blunderende ministers hun gemoedsrust en discretionaire bevoegdheid te gunnen. Belangrijke politieke beslissingen zijn, net als in het tijdperk Lubbers, genomen in het Torentje. De formatiebesprekingen die nu zo'n zeven weken duren, bewijzen definitief dat Paars een 'doodgewoon kabinet' is, zoals Kok al in 1994 voorspelde: gesloten, regentesk en huiverig voor een te grote invloed van het parlement, van burgers en van maatschappelijke organisaties. Dit is in strijd met de belofte van Paars dat de burger rechtstreekser bij de politiek zou worden betrokken. Het is ook in strijd met de tijdgeest: de groeiende behoefte aan openheid in de politieke besluitvorming, op nationaal niveau en in Europa.

Paars wilde verder en kreeg ook dat mandaat van de kiezer. Maar wat was er in deze omstandigheid tegen geweest de politieke cultuur eens echt te vernieuwen? Waarom is er niet eerst een nieuwe paarse ministersploeg gevormd, die vervolgens zelf aan de slag ging om een nieuw regeerakkoord en een bijpassende regeringsverklaring te schrijven? Bijna alle paarse bewindslieden willen verder, dus dat kan het probleem niet zijn. Vervolgens hadden zij in alle beslotenheid van de ministerraad hun gang kunnen gaan. Waarbij het er vervolgens echt om had kunnen spannen of zo'n nieuw kabinet met haar voornemens voor de komende vier jaar het vertrouwen van (de meerderheid van) de Tweede Kamer had kunnen krijgen.

Maar nu zijn het de onderhandelaars namens de paarse fracties, dagelijks in beeld, en de informateurs, dagelijks uit beeld, die werken aan dat regeerakkoord. En of daarbij recht wordt gedaan aan alle aspecten van zo'n verkiezingsuitslag valt niet te beoordelen. Zowel de oppositiepartijen, als maatschappelijke organisaties en betrokken burgers staan buitenspel. Dat wringt omdat hier de parlementaire speelruimte voor de komende jaren wordt vastgelegd.

Dat onderhandelingen deels achter gesloten deuren plaatsvinden begrijpt iedereen. Het verlangen naar meer openheid wordt weliswaar steeds luider uitgesproken, maar kent vele vijanden. Vooral onder de hoofdrolspelers zelf. Het is geenszins ondemocratisch, zo redeneren zij, want aan tafel zitten drie fracties die samen de meerderheid in de Kamer hebben en bovendien zullen wij onze partijgenoten echt wel goed informeren zodat er een werkelijke betrokkenheid is van de hele fractie. Het is een formele benadering vanuit de gedachte 'openheid schaadt'.

Vanuit mijn vakbondstijd ken ik die spanning tussen besloten onderhandelingen en tussentijdse verantwoording in het openbaar heel goed. Maar wil je je achterban, of het nu vakbondsleden of in dit geval kiezers zijn, daadwerkelijk betrekken bij het vervolg op hetgeen waarvoor zij de politici op 6 mei ruimte hebben gegeven, dan moet het inderdaad eens wat transparanter en moet het eens afgelopen zijn met die rare cultuur.

Voor GroenLinks komen er daarnaast nog twee belangrijke redenen bij om juist nu, nog voordat de formatiebesprekingen zijn afgerond, aan te dringen op een politiek debat.

De eerste is een inhoudelijke. De verkiezingsuitslag van 6 mei liet nog iets anders zien dan een nieuw paars mandaat. Met de forse winst van PvdA, GroenLinks en de SP, maakte de kiezer duidelijk dat het beleid socialer en groener moest. De progressieve partijen bezitten inmiddels 75 van de 150 zetels, precies de helft van de Kamer. Dit schept verplichtingen voor Paars II, en met name voor de PvdA en D66. Hoe wordt daarmee omgegaan?

Voor zover de afgelopen weken informatie vrij kwam via de media, was een progressief geluid echter ver te zoeken. Met geen woord is gerept over de verhoging van het sociaal minimum, waarvoor, behalve GroenLinks, ook de kerken, de FNV, de sociale diensten en de gemeenten hebben gepleit. In plaats hiervan lijkt de privatisering van de kerntaken van de overheid een nieuwe ronde in te gaan. De informateurs zijn bijvoorbeeld voornemens om meer markt te introduceren in de uitvoering van de sociale zekerheid en de overheid verder te laten terugtreden. Daarnaast lijkt ook een akkoord te zijn bereikt over een nieuwe vreemdelingenwet: nog strenger en, daarmee, ten koste van rechtvaardigheid. In verkiezingstijd werd door de PvdA geflirt met het 'Groene Poldermodel', waarvoor GroenLinks een jaar eerder, en bij herhaling, heeft gepleit. Dit zou betekenen dat de herstructurering van de economie en het vergroten van de bereikbaarheid niet langer enkel door kabinet, distributielobby en sociale partners in besloten overleg werd geregeld. In samenspraak met de milieubeweging, andere maatschappelijke organisaties en individuele burgers zou getracht worden de noodzaak van grotere bereikbaarheid te verzoenen met ecologische duurzaamheid.

Op aandringen van de VVD lijkt echter tot in detail te worden vastgelegd hoeveel geld er beschikbaar komt voor infrastructuur en waaraan dit wordt besteed. Niet alleen wordt de vergroening van de economie, het terugdringen van de automobiliteit en van congestie daarmee de komende jaren zo goed als onmogelijk gemaakt; ook wordt de betrokkenheid van de milieubeweging bij het nieuwe beleid vrijwel tot nul gereduceerd.

En hiermee kom ik aan een tweede punt: de gedetailleerdheid van het op handen zijnde regeerakkoord. Dat er een aantal afspraken op hoofdlijnen worden gemaakt valt te begrijpen. Maar waarom moet exact vastgelegd worden hoeveel kippen er begin volgende eeuw zijn, zoals de media vorige week meldden? Of afspraken over het homohuwelijk waar de Kamer zich al voor heeft uitgesproken. Of over het recht op deeltijd en over zorgverlof waar van de kant van GroenLinks, PvdA, D66 maar ook van het CDA initiatiefwetten liggen. Overbodig en contra-productief. Voor het merendeel gaat het hier ook om onderwerpen die in de komende periode gewoon aan de orde zouden moeten komen in de ministerraad, om vervolgens in de Tweede Kamer, door àlle Kamerleden 'zonder last of ruggespraak', te worden besproken. In plaats hiervan wordt een gedetailleerd regeerakkoord geschreven dat de standpunten van de coalitiepartijen in de Kamer de komende jaren dicteert.

Dit wordt nog eens verergerd doordat de Kamerleden van de verschillende coalitiepartijen actief deelnemen aan de formatiebesprekingen. In de vele werkgroepen en consultatieronden zien de invloedrijke leden van de paarse fracties kans om hun stempel op het regeerakkoord te drukken. Of zoals een andere parlementariër van D66, Gerrit Ybema, het recentelijk in een interview verwoordde: “Als we het binnen de werkgroep belastingen eens worden, bepalen we met een clubje van zes man (!) hoe het nieuwe stelsel er voor de komende eeuw uit komt te zien. De invloed is nu heel groot. Wij bepalen wat de minister en de staatssecretaris moeten uitvoeren. Zo'n kans krijgen niet veel mensen.” Behalve dat dit voor een 'open partij' als D66 een opvallende stellingname is, staat dit wel heel ver af van de alom gekoesterde wens tot meer dualisme te komen. Het 'schaduwparlement' (Schutte) grijpt de macht, om zich vervolgens vier jaar lang aan de ketting te leggen. De collega's van de paarse fracties schrijven hun eigen keurslijf voor de komende vier jaren. Het is de triomf van de kortzichtigheid.

Voor de oppositiepartijen betekenen een gedetailleerd regeerakkoord en voortijdige afstemming met de paarse partijen in het parlement, dat zij buitenspel dreigen te worden gezet. Beperking van de parlementaire speelruimte leidt op termijn ook tot verschraling van het democratische debat. In een periode waarin de opkomst bij de verkiezingen een historisch dieptepunt bereikte en het klachten regent over het gebrekkige democratische gehalte van de politieke besluitvorming, is dit een onwenselijke ontwikkeling.