Column

Mijn neef & ik

Mijn neef & ik dwarrelen een beetje door Menton, een paar kilometer van Monaco. Deze plek is het toevluchtsoord van duizenden bejaarden. Dementon, grappen we na twee wijntjes en zien zelf het meel. Dit zijn van die WK-dagen die ook moeten. Prins Albert van Monaco verschijnt op de training van het Nederlands elftal en inderdaad: dat is nieuws. De man zou ook zo achter de balie van een bank kunnen staan om een ongevraagd hypotheekadviesje uit te delen. Zelden zo'n doordeweekse miskleun gezien. Mijn neef vraagt zich af of je dat mag schrijven en bedoelt daarmee of dit niet tientallen ingezonden brieven oplevert. Ik leg hem uit dat dat alleen gebeurt als je Willem-Alexander vrolijk omschrijft.

'Maar dit is toch Willem-Alexander?'

'Nee dit is de Alex van hier', leg ik geduldig uit.

Ondertussen tik ik rustig verder. De spelers zijn op hun vrije dag de kermis op. Juan les Pins. Een plek waar je in een grote boog omheen moet. Het Franse Valkenburg. Alles bruint en zwemt op dezelfde discodreun. Zelfs de vissen housen. Geef mij maar Menton, mooi zacht geriatrisch en precies hetzelfde weer als in Juan. We lunchen met een vriend, boulen een balletje, lezen een stukje, zwemmen een baantje, bekijken een dorpje, snuffelen aan een kerkje, eten een hapje en willen dat ze weer gaan voetballen en dat het tournooi eindelijk een keer echt begint.