Meebetalende burgers (2)

Was het maar zo eenvoudig als Bomhoff en De Hoog schrijven. Zij zijn veel te optimistisch over het bestaande instrumentarium om publiek te maken kosten te verhalen. Daarom heeft minister De Boer een wetsvoorstel voorbereid dat het gemeenten mogelijk maakt alle kosten die zij moeten maken voor de voorzieningen van nieuwe bouwlocaties te verhalen op degenen die daar ook werkelijk van profiteren.

Daarbij wordt ook rekening gehouden met het draagkrachtbeginsel. Degenen die het meest profiteren van de waardevermeerdering dragen ook het meeste bij. Als het mogelijk is bij overeenkomst en zo niet dan door middel van een grondexploitatieheffing. Op die manier wordt het free-riders-probleem opgelost en wordt een betere verdeling van baten en lasten en risico's tot stand gebracht.

Over dat wetsvoorstel is op hoofdlijnen overeenstemming bereikt met de gemeenten en de vastgoedsector. Ook zij zien in dat het nodig is de handen ineen te slaan om de ruimtelijke inrichting op een hoger niveau te brengen en de extra winsten niet uitsluitend te laten wegvloeien aan al dan niet toevallige grondeigenaren. Het wetsvoorstel is echter gestrand bij de Raad van State, die dringend in overweging heeft gegeven het gehele kostenverhaal te fiscaliseren. Dat nu stuit op ernstige bezwaren van zowel gemeenten als marktpartijen, omdat zij hechten aan de mogelijkheid bij overeenkomst tot een vergelijk te komen. Bovendien zou de fiscalisering tot grote bureaucratie leiden.

Daarom zal het nieuwe kabinet een principiële keuze moeten maken, want aan de noodzaak van een goede regeling voor het kostenverhaal wordt inmiddels door niemand meer getwijfeld, ook niet door de Raad van State.

Blijft nog de vraag of grote nationale projecten ook toegerekend zouden moeten worden aan individuele grondeigenaren en bepaalde gemeenten. De berekeningen van Bomhoff en De Hoog hebben de charme van de eenvoud, maar hier lijken de 'slachtoffers' toch wat al te gemakkelijk gekozen. Een Tweede Maasvlakte bijvoorbeeld is niet alleen van betekenis voor het Rotterdamse bedrijfsleven, maar voor de gehele nationale economie. Voorzover al sprake is van een te individualiseren belang wordt daaraan doorgaans in publiek-private samenwerking ook een behoorlijke bijdrage geleverd door het bedrijfsleven en de betrokken gemeenten.

    • Ir. C.J. Vriesman
    • Directeur-Generaal Ruimtelijke Ordening