Meebetalende burgers (1)

In NRC Handelsblad van 13 juni bepleiten prof. Bomhoff en mr. De Hoog private medebekostiging van nieuwe infrastructuur zoals zweeftreinen. Volgens hen kunnen de spanningen in het ruimtelijk beleid worden voorkomen als de gemeenten bestaande wetgeving gebruiken.

De auteurs voeren een maatschappelijk probleem van de eerste orde op. De gemeenten hebben een gering belastinggebied. Zij vragen bij het rijk hun deel van de centraal gecollecteerde gemeenschapsgelden. Dat is eerder 'claimen' dan het door Bomhoff en De Hoog genoemde 'bedelen'. Daarnaast zijn private bijdragen aan infrastructuur nodig, bijvoorbeeld van projectontwikkelaars aan nieuwe stations. De hamvraag is echter hoe dit kan worden gerealiseerd. Daarover bevat het artikel van Bomhoff en De Hoog feitelijke onjuistheden. De huidige wetgeving belet gemeentelijke winstafroming bij ontwikkelaars. Mogelijk is slechts het verhaal van kosten van openbare voorzieningen. Een exploitatieverordening kan burgers niet binden. Een baatbelasting kan wel worden opgelegd, maar daarmee kan de gemeente blijkens jurisprudentie geen kosten van bovenwijkse voorzieningen verhalen.

Om de lacunes van de baatbelasting te verhelpen bereidt het kabinet nieuwe wetgeving voor. Opmerkelijk is dat ook de koepels van marktpartijen hebben gepleit voor een wettelijke regeling. Zij willen een oplossing van het probleem van de free-riders: grondeigenaren op nieuwe bouwlocaties die zich onttrekken aan hun medeverantwoordelijkheid voor collectieve voorzieningen.

Er is dringend behoefte aan nieuwe wetgeving ter bevordering van private bijdragen. Wetgeving behoeft niet te leiden tot een kabinetscrisis zoals de auteurs vrezen. De ervaringen bij de totstandkoming van de nieuwe wet voorkeursrecht gemeenten in 1996 stemmen gunstig. De meeste politieke partijen benaderden de grondpolitiek niet ideologisch en wilden aansluiten op de maatschappelijke werkelijkheid. Waarom zou dit bij een nieuwe heffingsregeling ook niet kunnen?