Matte stemming bij Berlioz

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Colin Davis m.m.v. Enkelejda Shkosa, Stuart Neill, Kristin Sigmundsson en Stephen Milling. Programma: H. Berlioz: La damnation de Faust. Gehoord: 22/6 Concertgebouw Amsterdam. Radio: 4/7 14 uur Radio 4.

Na het concert van verleden week, dat opende met Berlioz' ouverture Benvenuto Cellini, was het tweede optreden van Sir Colin Davis bij het Koninklijk Concertgebouworkest geheel geënt op zijn reputatie als Berlioz-dirigent. Gisteravond klonk La damnation de Faust (1846), een van de bijzonderste en verbeeldingrijkste composities uit de vorige eeuw met prachtig vloeiende en gewelfde muziek en lieflijke elfendans, een jacht te paard, een angstaanjagende gang naar de afgronden van de hel en een stralende hemelvaart van Marguérite.

Het muziektheatrale stuk was ooit pure avant-garde en gold door de flitsende wisseling van locaties volgens de operaconventies van toen zelfs als scenisch onuitvoerbaar. Tegenwoordig kan dat wel - de Nederlandse Opera bracht in het Muziektheater bijvoorbeeld een fantastische enscenering van Harry Kupfer. Maar ook bij een concertante uitvoering zoals in het Concertgebouw, kan het stuk met de talloze korte scènes (van nog geen minuut tot maximaal acht minuten) zich voordoen als een snel gemonteerde klankfilm met tekst en muziek. Als men de boerinnen slaafs hoort bidden, 'ziet' men hun gegroefde koppen.

De uitvoering kwam helaas moeizaam op gang. Stuart Neill, een tenor met meestal een klaroenstem, had af en toe problemen met zijn hoge noten en klonk als Faust bedrukt in plaats van extatisch bij de begroeting van de nieuwe lente. Die matte stemming bleef lang heersen. De befaamde Hongaarse mars ontbeerde het extreem groteske en bij de rustig de maat slaande Davis ontbrak het aan brille en heilig vuur om waarlijk recht te doen aan deze partituur. Alleen Kristin Sigmundsson demonstreerde als Méphistophélès overtuigend zangersplezier in de sterk suggestief vertolkte duivelsrol.

Na de pauze was het allemaal beter en werd door een duidelijk geïnspireerder Davis meer recht gedaan aan de grandeur en de intense spanning van deze muziek. Lag het aan de verschijning van de Albanese sopraan Enkelejda Shkosa als Marguérite? Ze zong met uitbundig opbloeiende stem, maar toonde ook ingetogenheid in het 'chanson gothique' Le roi de Thulé. Het Groot Omroepkoor glorieerde als de serafijnen in de lichtende 'Apothéose de Marguérite'.

    • Kasper Jansen