Loekasjenko snapt er echt niets van

MOSKOU, 23 JUNI. De president trok zijn wenkbrauwen op, zodat er diepe rimpels in zijn voorhoofd verschenen. En met zijn stem een octaafje hoger dan gebruikelijk, zei hij (gisteren over de ambassadeurscrisis): “Ik begrijp er helemaal niets van.”

Dit is Aleksandr Loekasjenko ten voeten uit: het eenzame staatshoofd van Wit-Rusland in de rol van het miskende, door niemand begrepen kind. Alleen op de Wereld. Sans famille.

De 44-jarige president heeft ruzie gemaakt met zijn buren, 22 ambassadeurs en hun gezinnen die samen met hem in het aangeharkte, lommerrijke wijkje Drozdy wonen. Hoe? Door hen weken achtereen te bestoken met aanmaningen, huuropzeggingen en op het laatst klusjesmannen die heimelijk de poort dichtlasten. Waarom? Omdat hij het wijkje graag als een paleistuin voor zich alleen wil hebben, om indruk te kunnen maken op gasten, meelopers en het volk.

Maar het uitroken van gezanten uit hun residenties is geen diplomatiek gebruik. Het is ook geen kwajongensstreek. Met champagne in rode plastic bekertjes namen de ambassadeurs afscheid van elkaar en hun standplaats. “Ik hou ontzettende veel van Wit-Rusland”, toastte de Amerikaanse ambassadeur, Daniel Speckhard, alvorens met vrouw en hond in de limousine te stappen die hen naar het vliegveld bracht.

In werkelijkheid hebben alle Westerse ambassadeurs een gruwelijke hekel aan Wit-Rusland. Althans aan Aleksandr Loekasjenko, die zegt “niet te begrijpen dat een simpel woningprobleem meteen op diplomatiek niveau wordt getild” en die evenmin snapt waarom de buitenwereld hem als een paria behandelt. Wat heeft hij misdaan? “Heeft u soms tanks in de straten van Minsk gezien?” zei hij vorig jaar tegen Aad Kosto, toen die namens de EU de lijkschouw van de Wit-Russische democratie kwam nemen.

Loekasjenko is er trots op dat hij in 1991 als lid van de Opperste Sovjet tegen de opheffing van de USSR heeft gestemd. Zijn levenswerk: het herstel van het oude imperium. “Het volk smeekt: geef ons een dictatuur, geef ons de Stalintijd terug”, beweert hij. Hij heeft Belarusfilm een miljoen dollar beloofd voor een epos-achtige documentaire over zijn leven “als schepper”.

Enkele biografische details zullen daarin niet eens het stadium van het script halen. Dat Loekasjenko een bastaardzoon is bijvoorbeeld, die zonder vader is opgegroeid. Dat hij vervreemd is van zijn vrouw, en een zo eenzaam leven leidt dat hij soms 's nachts in zijn eentje gaat ijshockeyen in het stadion van Minsk. Die gegevens zouden een deel van zijn karakter kunnen verklaren: waarom hij toch altijd het isolement opzoekt, zwelgt in zelfbeklag en als sekteleider die niet rookt, niet drinkt en vooral kefir en bruin brood eet, zijn volk tegen de stroom van de geschiedenis in naar een steeds benauwendere dictatuur voert. De afgelopen jaren heeft hij de pers gemuilkorfd, het parlement opzijgeschoven, aan de grondwet gemorreld, dienstplichtigen te werk gesteld in de stralingszone rond Tsjernobyl, betogers en journalisten om niets in de gevangenis gegooid, de “goede kanten” van Hitler geprezen, de nationale vlag in de ban gedaan en schoolboeken gekuist van hem onwelgevallige historische gegevens.

Het is - kortom - verbijsterend dat er überhaupt nog ambassadeurs van beschaafde landen in Minsk woonden.