Kosten 400 miljoen; Paars: 5000 agenten op straat extra

DEN HAAG, 23 JUNI. De drie paarse partijen PvdA, VVD en D66 willen de komende kabinetsperiode proberen vijfduizend agenten en surveillanten extra op straat te brengen. Voor drieduizend mensen wordt 400 miljoen uitgetrokken.

De overige tweeduizend agenten moeten de korpsen zelf leveren door een efficiëntere opzet van de politie-organisatie.

Dit zijn de politie-specialisten van de drie betrokken fracties overeengekomen. Het akkoord moet nog bekrachtigd worden door de onderhandelaars Wallage (PvdA), Bolkestein (VVD) en De Graaf (D66). Een deel van de vijfduizend agenten wordt nu voor andere taken, zoals administratief werk ingezet. Deze mensen moeten alsnog op straat worden gebracht.

De specialisten werken nog aan een aanpassing van de arbeidstijdenwet. Kamerleden van de paarse partijen hekelden al eerder de starheid van deze wet, die ervoor zou zorgen dat agenten vooral 's avonds en 's nachts niet op straat zijn, terwijl dat wel nodig is. De specialisten buigen zich nog over een betere democratische controle van de korpsbeheerders.

De onderhandelaars werden het eerder eens over meer bevoegdheden voor de minister van Binnenlandse Zaken, die in de komende regeerperiode als politie-minister zal fungeren. In een jaarlijks vast te stellen veiligheidsprogramma zal hij samen met zijn collega van Justitie aangeven welke prioriteiten er gelden voor de politiekorpsen.

De minister van Binnenlandse Zaken krijgt ook meer zeggenschap over de manier waarop de korpsen hun budget moeten besteden. De minister moet kunnen bepalen of de politiekorpsen hun geld uitgeven aan meer personeel of aan nieuw materieel.

De onderhandelaars maakten gisteren bekend dat de zogeheten stadsprovincie waarover lange tijd gesproken is, definitief van de baan is. De huidige driedeling van het openbaar bestuur - rijk, provincie en gemeente - blijft gehandhaafd, zei PvdA-fractievoorzitter Wallage gisteren namens drie onderhandelaars. Wel zal het komend kabinet proberen via verdere gemeentelijke herindeling steden tegemoet te komen, die met een gebrek aan middelen en ruimte te kampen hebben.

Het grote-steden beleid, dat nu nog onder staatssecretaris Kohnstamm valt, moet in de komende kabinetsperiode worden ondergebracht bij de minister van Binnenlandse Zaken. Dit houdt echter niet in dat het departement automatisch zijn tweede staatssecretaris inlevert.

Ook op onderwijsgebied hebben de paarse fracties vooruitgang geboekt. Afgesproken is dat studenten kunnen blijven kiezen tussen een OV-kaart voor doordeweek, of voor in het weekeinde. Wel stelt de VVD nog enkele kritische voorwaarden aan het in stand houden van de vrije keuze; de extra 90 miljoen gulden die nodig zijn voor het contract met de vervoersbedrijven, moeten elders worden gecompenseerd op de onderwijsbegroting. Het contract met de vervoersbedrijven moet vier jaar geldig zijn, zo schrijven de Onderwijsspecialisten in een brief aan de informateurs.

Betrokkenen melden dat nog geen sprake is van een volwaardig akkoord. Wordt aan de voorwaarden van de VVD voldaan, dan wordt de OV-kaart niet gekoppeld aan de woonsituatie van de student, zoals minister Ritzen (Onderwijs) wilde vanaf 1999. Studenten op kamers konden van Ritzen een weekendkaart krijgen, wie thuis woonde zou een weekkaart krijgen. De weekkaart is echter veruit de populairste kaart bij studenten.

Als de vrije keuze voor studenten in stand blijft, kost dat naast de 90 miljoen gulden voor het contract met de OV-bedrijven, ook nog 70 miljoen gulden omdat meer studenten dan op kamers gaan wonen. Zij hebben dan recht op een hogere studiebeurs voor uitwonenden.

Oudere studenten krijgen mogelijk weer langer recht op studiefinanciering. Wie op z'n 25e begint, krijgt ook na z'n 27e nog een studiebeurs. Daarmee vervalt de zogenaamde 27-jaarsgrens. Nu krijgt een student na z'n 27e geen studiefinanciering meer.