Kamer ontbeert grip op computers voor scholen

De invoering van de computer in het basisonderwijs ondervindt voortdurend problemen. Een speciale woordvoerder namens de hele Kamer spreekt hier vanavond minister Ritzen op aan.

DEN HAAG, 23 JUNI. De Tweede Kamer heeft geen grip op het plan van minister Ritzen (Onderwijs) om computers op alle scholen in te voeren. De Kamer maakt zich daar grote zorgen over. Het plan is inhoudelijk slecht, omdat het“onduidelijk is wat, wanneer, op welke wijze en met welke middelen zal gebeuren”.

Dit staat in een nog vertrouwelijke analyse over de invoering van informatie en communicatietechnologie (ICT) op scholen, die is gemaakt in opdracht van de vaste commissie voor Onderwijs in de Tweede Kamer. Deze Kamercommissie zal bij monde van één woordvoerder, die alle fracties vertegenwoordigt, vanavond kritische vragen stellen aan de minister op grond van de analyse. Tot die tijd wil hij nog niet reageren op het rappport, laat zijn woordvoerder weten.

De Tweede Kamer heeft de invoering van computers vorig jaar aangemerkt als 'groot project', zodat de minister regelmatig verslag moet uitbrengen aan de Kamer over de vorderingen en de financiering van het project. Ritzen erkende twee weken geleden in een reactie op vragen van de Kamer dat de experimenten met computers “vertraging” hebben opgelopen, maar hij zei daarin “geen reden tot zorg” te zien. Zo zitten de 101 basisscholen en 119 middelbare 'voorhoedescholen' die vanaf 1 januari met computers zouden experimenteren, al vijf maanden met de handen over elkaar, zo bleek uit een rondgang van deze krant. Bovendien kunnen leraren nog niet worden bijgeschoold omdat het 'digitale rijbewijs' op zich wachten.

De onderwijsspecialisten in de Tweede Kamer gaan ervan uit dat de invoering van één computer per tien leerlingen op alle scholen 1,3 miljard gulden zal kosten. Het is de bedoeling dat Nederlandse scholen hun achterstand op computergebied snel zullen gaan wegwerken en dat ze binnen vier jaar behoren tot de Europese top op het gebied van lessen via de computer. Voor het rapport is een analyse gemaakt van de 'voortgangsrapportage' over het computerplan, die Ritzen op 9 juni stuurde naar de Tweede Kamer. “Het is onduidelijk wat het project precies behelst, wat in concreto te bereiken doelen zijn en hoe deze doelen zullen worden gerealiseerd”, aldus de conclusie van het rapport. Zo heeft de minister geen inzicht in de hoeveelheid computers die alle scholen en universiteiten al hebben, in het animo van de educatieve uitgevers om software te ontwikkelen voor scholen of in het opleidingsniveau van leraren op het gebied van computers. Daarnaast zijn de doelen per onderwijs-sector onduidelijk: “Er is geen duidelijkheid over wanneer het project geslaagd zal zijn.” Zo vermeldt de minister niet wat leerlingen en leraren uiteindelijk moeten kunnen met computers. Voorts is onduidelijk “wat er allemaal moet gebeuren om van de start- naar de eindsituatie te komen” en “welke partij wat geacht wordt te doen om van de start- naar de eindsituatie te komen”, zo staat er in het rapport.

Evenmin heeft de minister duidelijk gemaakt welke risico's hij ziet voor het grootschalige project en hoe hoog zowel de aanvankelijke als de structurele kosten zullen worden. Bovendien is onduidelijk “wie welke kosten geacht wordt te dragen”.

Eerder al uitten de onderwijsspecialisten in de Tweede Kamer van de VVD en D66 hun twijfels over de verdere financiering van het computeronderwijs, omdat die vernieuwing concurreert met het dure plan voor klassenverkleining in de laagste groepen op de basisschool. De formateurs zouden vanmiddag uitsluitsel geven aan de onderwijsspecialisten over de Onderwijsbegroting van het beoogde tweede paarse kabinet, evenals over de eventuele bekosting van het ICT-plan. De kans bestaat dat het plan wordt betaald uit de zogeheten ISES-gelden voor infrastructuur, die zijn vrijgemaakt door verschillende departmenten.

Dit voorjaar bestempelden ook de adviesorganen de Onderwijsraad en de Sociaal Economische Raad het computerplan van Onderwijs als onduidelijk, vaag en onoverzichtelijk.

Bovendien, zo zeiden alle ciritici, ging Ritzen in zijn streven naar meer machines en een gemeenschappelijk scholennet voorbij aan afschrijvingskosten en systeembeheer en ontbeerde het plan een heldere onderwijskundige onderbouwing. Onbegrijpelijk, zo vonden de critici, temeer omdat eerdere computerprojecten in het onderwijs om precies deze redenen sneuvelden.