Joego's of Duitsers?

Toen Kluivert uithaalde naar Lorenzo Staelens dacht Jan Jongbloed “laat Kluivert nou maar de kolere krijgen”. Jongbloed, geboren in 1940, heeft twee wereldkampioenschappen meegemaakt als de man tussen de palen van Oranje. Bij beide optredens heb ik destijds weleens gedacht dat Nederland op de doellijn betere keepers bezat, maar in en rond de 16 meter had hij zeker kwaliteiten. Toch, toen Gerd Müller hem in de finale van 1974 passeerde en Jongbloed er als bevroren bijstond, heb ik hem in mijn teleurstelling ongeveer hetzelfde toegewenst als hij nu met Kluivert heeft gedaan. Als je een beter zieltje wilt krijgen, moet je je niet intensief met topvoetbal bemoeien.

Hebt u Verenigde Staten-Iran gezien? Die vriendelijkheden vooraf, al die geschenken, de krachtige handdrukken, elkaar diep in de ogen kijken, samen op de foto: het had bijna iets ontroerends. Nee, die spelers haten elkaar niet. In eigen land zijn deze Iraniërs trouwens populairder dan hun geestelijke leiders. Maar dat is goed te begrijpen. Wie goed een bal kan raken, komt eerder in aanmerking voor de populariteitsprijs dan een iman, die wetten uitschrijft en bevelen verstrekt. Wie het team van de Verenigde Staten bekijkt, kan op verre afstand ruiken dat men niet uit een echt voetballand afkomstig is. Hoewel men de kans als gastheer van de wereld heeft gehad om door te stoten, heeft men daarginds die mogelijkheid niet benut. De Amerikanen vinden soccer gewoon geen interessant spelletje. Er gebeurt te weinig. Maar de voornaamste oorzaak ligt waarschijnlijk in de omstandigheid dat het volk zijn liefde voor de sport al op diverse fronten kwijt kan: honkbal, basketbal, American football, ijshockey, zodat er nauwelijks ruimte is voor meer.

Intussen leggen de Nederlanders elkaar de volgende vraag voor: wat heb je liever, Duitsland of Joegoslavië in de achtste finales? Het is geen geringe keuze, want er ligt een wereld van verschil tussen beide ploegen. De Joego's stralen een soms lichtzinnig soort techniek en spelopvatting uit. De Duitsers figureren opnieuw in de van hen bekende pose van nijvere zwoegers, die een tijdlang voor gek kunnen worden gehouden door getalenteerder tegenstanders. Maar net als alles verloren lijkt en Herr Köpke zijn 'Köpke' al tweemaal compleet verloren heeft, slaan de Duitsers terug. Voor Oranje betekent spelen tegen de mannen van Berti Vogts, dat de spelers kunnen laten zien dat ze van het verleden hebben geleerd. Is er keus, dan kies ik voor de Joegoslaven. Soms briljant, soms hachelijk-lichtzinnig. Een slagvaardig team als dat van Oranje zal niet snel buigen voor een gladde techniek, maar kan problemen krijgen jegens een tegenstander die doorgaat tot op het bot.

Tenminste twee voetballers van Oranje voelen zich niet lekker in hun vel zitten. Seedorf heeft zo'n groot ego, dat hij veel moet slikken als hij niet in de basis staat. Hetzelfde geldt, overigens met minder recht van spreken, voor Bogarde. Maar die kan wellicht eerder terugkeren, als grotere tegenstanders dan Zuid-Korea en Mexico zich aandienen. Daarentegen zal Seedorf pas een herkansing krijgen als er op het middenveld ruimte voor hem komt. Voorlopig lijkt dat nog niet aan de orde. Bent u nog optimist? Hopelijk wel.

    • Herman Kuiphof