GM-staking wordt prestigeslag; Het is vrijwel zeker dat GM geen akkoord sluit tot na de vakantie die tot 13 juli duurt

De staking bij General Motors blijft zich als een olievlek verspreiden. Het management zal vrijwel zeker geen concessies doen voor 13 juli.

NEW YORK, 23 JUNI.De staking bij twee onderdelenfabrieken van General Motors zijn er de oorzaak van dat praktisch het gehele bedrijf in Noord-Amerika platligt. Beide zijden maken er een prestigestrijd van.

De 9.200 leden van de vakbond United Auto Workers (UAW) die staken, werken in twee fabrieken in Flint, Michigan. Op 8 juni begon een staking in een onderdelenfabriek waar onder meer motorkappen en deuren worden geperst voor diverse GM-modellen. Ruim een week later ging een andere fabriek in de plaats dicht, waar bougies en luchtfilters worden gemaakt voor bijna alle auto's van het bedrijf.

GM heeft sinds 8 juni steeds meer fabrieken moeten sluiten. Veel werknemers worden ontslagen. Het staat nu al vrijwel vast dat het management geen akkoord zal sluiten met de bond tot na het jaarlijkse reces dat dit jaar duurt van 29 juni tot 13 juli. Dat zal de bond veel geld gaan kosten en voor GM is het een besparing omdat het gaat om betaalde vakantie.

“Productiewerknemers van GM verdienen gemiddelde 1.059 dollar per week”, aldus William Wilson, econoom van Comerica Bank in Detroit. “Het stakingsgeld is 150 per week.” Volgens Wilson zal het voor velen een bittere pil zijn dat de staking hun vakantie bederft omdat ze geen geld hebben. Volgens Wilson kan geen van beide zijden het zich veroorloven om de staking tot na de maand juli te laten voortduren. Hij verwacht dat er na 13 juli een akkoord zal komen.

Twee jaar geleden had GM te maken met een staking in Dayton, Ohio, die eveneens binnen drie weken praktisch alle werknemers op non-actief zette. De schade daarvan voor het bedrijf is toen geraamd op 1 miljard dollar. Volgens analisten staat nu al vast dat GM door deze staking meer verlies zal lijden.

De reden van de staking is de dreiging van banenverlies in fabrieken, en werkomstandigheden. Niet alleen verdwijnen er banen uit de Verenigde Staten naar het goedkoper producerende Mexico, ook probeert GM al jaren om zijn loonkosten terug te brengen door werk uit te besteden. Dat werk gaat vaak naar bedrijven waarvan de werknemers niet zijn aangesloten bij een bond.

GM heeft daarnaast in het buitenland, in nieuwere fabrieken, productiemethodes ontwikkeld die ze graag in de VS willen doorvoeren. Brazilië geldt als een van de voorbeelden binnen GM waar efficiënt wordt geproduceerd. De bond verzet zich echter tegen de invoer van nieuwe methodes omdat die banen kosten. De productiemethodes in Amerikaanse GM-fabrieken zijn zeer zorgvuldig in contracten omschreven. In de stakende plaatwerkerij, die volgens GM 50 miljoen dollar verlies maakt per jaar, worden in de ploegendienst bijvoorbeeld per ploeg per dag tien bodemplaten geperst. Dat is een maximumaantal per ploeg. De werknemers zetten de machine echter gewoon op dubbele snelheid en persen hun tien platen in vier uur. Daarna gaan ze naar huis. Dat zijn zaken die GM wil veranderen.

Nog een reden voor de bond om de staking in het stadje Flint te concentreren is dat daar banenverlies dreigt voor duizenden werknemers als GM er fabrieken gaat sluiten. Volgens GM gaat het om 7.000 arbeidsplaatsen, volgens de bond om 14.000. Flint neemt een aparte plaats in in de geschiedenis van General Motors en in die van de vakbond. De stad, die honderd kilometer ten noorden van Detroit ligt, is de bakermat van General Motors. Daar begon William (Billy) Durant in 1904 bij het zieltogende Buick en maakte er binnen een paar jaar een succes van.In 1908 vormde hij General Motors, dat al gauw de merken Buick, Oldsmobile en Pontiac had. Vroeger waren de productiefaciliteiten van de grote merken in Flint te vinden - nog steeds is er een Buick City - maar ook was het de woonplaats van de topmensen van GM. Later werd GM's vestigingsstad Detroit.

In 1937 had in Flint een beruchte staking plaats die de UAW heeft groot gemaakt en de auto-industrie dwong vakbonden geheel te accepteren. Flint is een plaats met vakbondshistorie en dezer dagen refereren vakbondsleden daar veelvuldig aan. Sinds de jaren zeventig is GM langzaam aan het afbouwen in Flint en heeft de stad al 40.000 banen verloren.

De filmmaker Michael Moore, afkomstig uit Flint, maakte in de jaren tachtig een documentaire over de neergang van Flint en de rigide, ouderwetse stijl van het GM-management. Moore liep genadeloos met de camera vergaderingen binnen en ging naar de roemruchte Veertiende Verdieping in het GM-gebouw in Detroit. De documentaire, 'Roger and Me', was een succes in de bioscopen, wat zeer uitzonderlijk is. GM, het grootste industriële bedrijf ter wereld dat echter slechte resultaten liet zien, stond behoorlijk voor schut.

Na jaren van herstructurering en tienduizenden ontslagen begon GM in 1992 onder John (Jack) Smith aan een wederopleving. Als erfenis van het oude GM heeft het bedrijf echter nog steeds te kampen met zeer hoge arbeidskosten per geproduceerde auto. Dat liggen in vergelijking met andere autoproducenten soms honderden dollars per hoofd hoger. Dat is al duidelijk voor wie kijkt naar het aantal onderdelen dat in eigen huis wordt geproduceerd. Bij GM is dat meer dan 70 procent, bij Ford ongeveer 50 en bij Chrysler 30. Onderdelen die de eigen mensen maken, zijn duur omdat het bijna altijd gaat om vakbondsmensen die 45 dollar per uur verdienen. Elders zijn producenten die het voor 15 dollar per uur doen.

Dat probeert GM hardnekkig te veranderen. Het bedrijf is daarom bereid af en toe een grote staking te dulden om weer meer terrein te veroveren op de bonden. GM heeft de laatste jaren om de paar maanden een grote staking. Door het just-in-time systeem van moderne autoproducenten, waarbij onderdelen zo laat mogelijk binnenkomen, leidt een staking in een strategische locatie al gauw tot werkstilstand bij talloze andere fabrieken.

GM heeft de laatste jaren zijn marktaandeel zien dalen tot onder de 30 procent van de Amerikaanse markt. Het bedrijf, dat de merken Buick, Cadillac, Chevrolet, GM, GMC, Oldsmobile, Pontiac en Saturn voert, was juist dit jaar weer op de terugweg. “De bedrijfstop bij GM is bijzonder geërgerd over de staking”, aldus Wilson van Comerica. “Behalve het directe verlies is er ook nog eens het marktaandeelcijfer. Ze zaten net weer boven de dertig procent maar nu dreigt dat weer terug te lopen. Ford, Chrysler, maar ook de Japanners zullen niet aarzelen hier voordeel uit te slepen.”