Garage Kolthof

Ik lees in de krant hoe in 2100 onze kustlijn eruit zal zien. Prikkelend te weten dat je er dan niet meer zult zijn, we zullen dat niet meemaken, niemand van ons. Deltawerken: verouderd. Nu al trouwens, want om de zee te keren, lees ik, moet je je niet tegen haar verzetten, maar met haar meegaan.

Dus is er kort geleden bij Schoorl een nieuwe slufter gegraven en als die voldoet, dan volgen er meer. Nederland wordt opnieuw een brakwaterland, met o.a. tal van nieuwe bloemen - die men nu al kent, die ook in de Flora staan; allerlei verdwenen vissen komen weer terug - en meteen verdwijnt mijn interesse. Te regressief. Ik wil eigenlijk wel iets spirituelers, maar ik weet niet wat.

Stel je 's voor dat ik zojuist was overleden en ten hemel was gevaren. Ik zit aan de bar, ik ben dus pas dood en krijg een pilsje aangereikt. Gratis. Er vliegen wat engelen heen en weer. Het is druk. Ik ben misschien wat aan de late kant. Sommigen hebben hun cadeau al gekregen, zijn aan het uitpakken, ze hebben in God geloofd en het cadeau valt hun niet tegen. Anderen hebben niet in God geloofd en hun cadeau valt ze sowieso mee. Want ze hadden niets verwacht. Ik weet niet hoe lang ik hier blijf; de hemel is tijdloos, heb ik begrepen. Maar dan begrijp ik niet dat een mens nog denken kan. Ik denk na, op dezelfde wijze als wanneer ik nog leef. Waaruit ik zo vrij ben af te leiden dat de hemel niet bestaat.

'Maar als de hemel niet bestaat, bestaat God ook niet.'

'God bestaat', hoorde ik gisteren een dominee zeggen, 'God bestaat overal, maar het meest in onze hoofden, in de hoofden der mensen.'

Ik was aanwezig bij de crematie van een neef van me - met orgelspel en psalmzingen - en had een dergelijke liberale visie niet verwacht. God is geschapen door de mens. 'Als dat zo is', zei de man in toga, 'dan heeft de mens er wel iets schitterends van gemaakt.'

Wie in God gelooft kan daaraan, vooral in moeilijke tijden, een groot vertrouwen ontlenen, en kracht. Anderen kunnen die kracht opbrengen zónder in (een) God te geloven. De een heeft een 'U' in zijn hoofd en de ander een 'ik', en beide zijn misschien precies hetzelfde. In God geloven, ja of nee, is ook vaak een kwestie van karakter.

Wat ik ook nog hoorde, gisteren, was de mogelijkheid van een hemel op aarde. Die moet je zelf maken. Dat is de taak die je hebt: een hemel op aarde maken voor hen die je lief zijn. Dat was typisch van toepassing op die neef van mij. Zo'n man was het wel.

Blijft het probleem van de tijd en het verlangen na je dood voort te bestaan. Je kunt voortbestaan in je kinderen, in de verhalen die er van je worden verteld, in een boek dat je geschreven hebt, in een boom die je hebt geplant. Je kunt voortbestaan als schrijver, maar ook als straatnaam. De meesten van ons bestaan voort in fotoboek of film. Je bestaat voort als verleden. Dat kan. We zien de dood vóór ons, vroeg of laat krijgen we met hem te maken: op de dag dat de zeis voor ons is bedoeld. We denken dat we in één keer dood gaan, maar Seneca dacht daar anders over: 'Wie kunt gij mij noemen, die enige waarde hecht aan zijn tijd, die een dag van waarde acht, die het besef heeft dat hij dagelijks sterft? Want daarin vergissen wij ons, dat wij de dood voor ons zien: een groot deel is al achter de rug. Elk deel van ons leven, dat al voorbij is, heeft hij in zijn bezit.'

Sinds ik dit gelezen heb, geloof ik dat het zo is. Nooit eerder bij stil gestaan. Op die manier bestaat het leven telkens uit minder dan een dag, een dag die we moeten nemen zoals hij is.

Ik loop in Assen, bepaald niet het New York van Nederland. Het regent, maar het is niet koud. De mensen lopen onder hun transparante paraplu's gedachteloos aan hun ijsje te likken. De kinderen hebben ook een ijsje en worden bij de hand gehouden. Een kind kijkt mij aan, met de onbekommerdheid van een dier. Klinkt daar plotseling een stem van boven, uit de luidspreker wel te verstaan: 'Zoekt u service, goed en snel? Garage Kolthof helpt u wel...'

Vandaag is het heden, het dringt tot mij door en ik voel me gelukkig - in dit provincieplaatsje.

    • Gerrit Krol