Dit jaar bijna halvering; OESO ziet Britse groei fors dalen

PARIJS, 23 JUNI.De economische groei van Groot-Brittannië zal dit jaar en volgend jaar, volgens de OESO, flink lager uitvallen dan vorig jaar. Haalde het land in 1997 nog een groeipercentage van 3,3, in 1998 zal de groei afnemen tot 1,7 procent om in 1999 uit te komen op 1,8 procent.

Er zijn enkele oorzaken aan te wijzen voor de vertraging, zo schrijft de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, in haar vandaag vrijgegeven rapport over Groot-Brittannië. De organisatie wijst onder meer op de relatief hoge rente en op de crisis in Azië. Eerder deze maand verhoogde de Britse centrale bank de rente om de inflatie in de hand te houden. Het belangrijkste tarief ging van 7,25 naar 7,5 procent. De bank wees erop dat de arbeidsmarkt steeds krapper wordt, waardoor er een loonstijging optreedt die de inflatie aanwakkert.

Van diverse kanten kreeg de centrale bank kritiek op de renteverhoging. De meeste gegevens wezen op een vermindering van de economische bedrijvigheid, die met hogere rente alleen nog maar kleiner wordt. De critici worden met de jongste OESO-ramingen in het gelijk gesteld.

De crisis in Azië is een bedreiging voor de export van Groot-Brittannië. Niet alleen neemt de binnenlandse vraag en daarmee de vraag naar importproducten in de door de crisis getroffen landen af, ook kunnen de Aziatische landen zelf meer gaan uitvoeren, waardoor de positie van de Britse exporteurs in het gedrang dreigt te raken, aldus de OESO.

De vraag in Groot-Brittannië zelf blijft dit jaar nog aan de grote kant. Dat komt door de stijging van de inkomens, een hoge mate van vertrouwen onder de consumenten en door de stijging van de huizenprijzen. In 1999 komt er meer evenwicht in de vraag en zullen de uitgaven van zowel de consument als van het bedrijfsleven dichter bij het langetermijngemiddelde komen.

De voorziene vermindering van de economische bedrijvigheid zorgt voor een kleinere vraag naar personeel. Dat betekent dat de werkloosheid groter zal worden om in 1999 op 7,25 procent van de beroepsbevolking uit te komen. In mei was er voor het eerst sinds februari 1996 sprake van een - kleine - toeneming van de werkloosheid in Groot-Brittannië.

Het voor het seizoen gecorrigeerde aantal Britten zonder werk steeg volgens regeringscijfers met 1700 tot 1.364.300. Het werkloosheidspercentage bleef staan op 4,8. De OESO, die een andere berekeningsmethode hanteert, voorspelt voor dit jaar een gemiddelde van 6,8 procent.

De OESO kan zich vinden in het besluit van Groot-Brittannië om niet direct vanaf het begin mee te doen aan de EMU, de Economische en Monetaire Unie.

De organisatie is het eens met de Britse regering die zegt dat de economische belangen niet gediend zijn met deelname vanaf 1 januari 1999. Als blijkt dat de monetaire unie met succes draait, is het zeker raadzaam om mee te gaan doen. (ANP, Reuters)