Boenen als ontspanning

Het moet midden jaren zeventig geweest zijn toen ik uitgenodigd werd voor een bijeenkomst van schrijvende, filmende, dichtende vrouwen: een weekend buiten in een licht vervallen huis waar de vroegere grandeur meer voelbaar was in de sfeer dan in het comfort. Ik was jong, vereerd en nieuwsgierig, en weet me flarden nog scherp te herinneren.

Bijvoorbeeld de stokoude mondaine schrijfster Josépha Mendels die ons maar zwaar op de hand vond en niet goed begreep waar we ons druk over maakten. Maar zij had ook gewoon tussendoor een kind op haar 48ste gekregen, wat toch niet veel vrouwen gegeven is, zeker niet met deze afloop: een aantal succesvolle boeken, een - naar eigen zeggen - lieve zoon, een opwindend leven en een ijzersterk gestel. Het onderwerp waar onze middag aan gewijd was vond ze van een onbegrijpelijke tobberigheid: hoe vrouwen omgaan met macht, toen nog uitgewerkt als: hoe ga ik om met mijn werkster.

De oplossing van een andere schrijfster staat me nog scherp voor de geest: ze vertelde hoe heerlijk ze het vond om zelf haar statige houten trappenhuis te boenen. Dan kwam ze tot rust: de geur van boenwas, de ontspanning, het resultaat. Ze sprak zo bezielend dat ik thuis direct de tafel onder handen nam: heel bevredigend, maar het heeft toch niet als gewoonte doorgezet.

Ik begrijp nu, ruim twintig jaar later, dat wat zij aanraadde geheel verkeerd is, in elk geval not done onder geslaagde vrouwen. Dat maak ik tenminste op uit het hoofdredactioneel commentaar bij een recent nummer van Qui Vive, 'blad voor ondernemende vrouwen', dat een ernstige waarschuwing bevat tegen dergelijke uitlatingen. “Het bestaat dat succesvolle vrouwen het huishouden aanbevelen als ontspanning”, klinkt het berispend. “Al zou het waar zijn, dan nog is het de slechtste manier om serieus genomen te worden.” Geslaagde vrouwen hebben een voorbeeldfunctie. Noblesse oblige, “en dat betekent dat de koningin geen spruitjes schoonmaakt in het openbaar, en dat Cor Boonstra niet zegt dat een vloer dweilen zo heerlijk ontspant.” Succesvolle vrouwen moeten zakelijk en professioneel zijn, en dat betekent dat tekenen van andere besognes, zoals de zorg voor huis en kinderen, uit het openbare bestaan weggewerkt moeten worden. Klein en bescheiden mag best, maar niet als het om de verdeling van macht gaat, klinkt het kloeke slotakkoord.

Dergelijke gedragsvoorschriften vind ik altijd van een treurige beklemming, maar zodra dat gevoel gezakt is krijgt de nieuwsgierigheid ruimte: wat mag wel en niet, voor wie gelden welke verboden, en hoe streng worden overtreders gestraft. Vrouwen in hun opmars naar boven bevinden zich in een lastig parket van strenge soms strijdige voorschriften, waar ze niet altijd zonder kleerscheuren uitkomen. In hetzelfde commentaar in Qui Vive wordt bijvoorbeeld vermeld dat de zakenvrouw van het jaar bekend staat als iemand die 'heel gewoon' doet. Een Hollandse deugd, waar zeker vrouwen naar moeten leven. Gewoon doen, maar ook vooral niet klein en bescheiden: wie doet dat haar na? Vrouwen worden gewaardeerd omdat ze, zoals dat heet, opener zijn en hun emoties minder zouden onderdrukken. Maar als ze hun emoties tonen worden ze gauw als emotioneel gezien, wat als onprofessioneel wordt beschouwd: een overtreding. Vrouwen mogen nog steeds niet dominant zijn. Maar ook niet te soft, want dat wordt als zwak gezien en dan heb je weer onvoldoende autoriteit. Ambitie moet, maar ambitieuze vrouwen worden gauw als onprettig ervaren. De manoeuvreerruimte is gering, de draad waarop ze lopen dun, een misstap gauw gedaan.

Het ontwikkelen van een passende houding is, kortom, geen sinecure, en de geciteerde hoofdredactionele aanwijzingen vallen te zien als waarschuwingen aan ambitieuze vrouwen om hen voor misstappen te behoeden, voor niet passende aanvechtingen en uitlatingen. Het zijn aanwijzingen hoe erbij te horen: hoe zich te ontdoen van tekenen van mindere komaf, van hinderlijke sporen van een ander leven die een smet werpen op het vlekvrije mantelpak.

Ik geloof dat ik de tafel maar weer eens in de was ga zetten.

    • Christien Brinkgreve