Beursgeweld brengt coöperaties tot elkaar

Gaan de coöperatieve financiële giganten Rabobank en Achmea nog een keer proberen te fuseren? In 1993 mislukte een krachtenbundeling, nu kunnen ook mededingings- problemen roet in het eten gooien.

ROTTERDAM, 23 JUNI. “Ik dacht dat we er volledig uit waren. De rest van de overwegingen moet de heer Wijffels maar vertellen.” Deze woorden kwamen vijf jaar geleden uit de mond van een zwaar teleurgestelde topman van verzekeraar Avéro Centraal Beheer, G. Swalef, die de mislukte fusie met Rabobank-dochter Interpolis toelichtte. Rabo-topman H. Wijffels op zijn beurt was bij dezelfde persconferentie duidelijk over het fiasco. “Het is de aandeelhouder die beslist en dat is Rabobank Nederland.”

Maar liefst twee jaar hadden de vierde (Interpolis) en de derde (AVCB) verzekeraar van Nederland om tafel gezeten. De mislukking had zijn sporen achtergelaten, maar vijf jaar later praten dezelfde hoofdrolspelers weer over samenwerking. Swalef, aan het roer van het uitgebouwde concern Achmea, verklaarde in maart van dit jaar nog een samenwerking met de Rabobank niet uit te sluiten. “Sinds die fusiebespreking heeft de Rabobank zich op haar eigen wijze ontwikkeld en wij ook. Wij zijn niet in gesprek. Ik sluit niets uit, maar dit is geen invitatie”, aldus de bedachtzame Swalef in een gesprek met deze krant.

Gezien de coöperatieve structuur van Rabobank en Achmea ligt een samenwerking voor de hand: ondanks de omvang van beide instellingen, met een gezamenlijk balanstotaal van bijna 500 miljard gulden, gaat de huidige overnamestrijd in Europa grotendeels aan hen voorbij. Grote overnames worden in aandelen betaald en daar is een beursnotering voor nodig.

De samenwerking tussen Rabobank en Achmea is misschien logisch, maar de hindernissen zijn enorm. Huwelijken tussen coöperaties, die afhankelijk zijn van groen licht van hun vele leden, nemen altijd veel tijd in beslag: vijf jaar duurde het bijvoorbeeld voordat Rabobank de vermogensbeheerder Robeco kon inlijven.

Over de internationale aspiraties van de bank wordt nog langer gesproken, maar de samenwerking met de Belgische Kredietbank staat nog niet eens in de kinderschoenen. Tegelijkertijd slaan de beursgenoteerde ABN Amro en ING steeds meer hun vleugels in het buitenland uit.

Achmea en Rabobank hebben zich de laatste jaren noodgedwongen geconcentreerd op een grotere marktpositie in eigen land. De bankverzekeraar uit Zeist zag twee weken geleden nog een buitenlands avontuur mislukken toen haar internationale consortium Eureko de Franse verzekeringsgroep GAN misliep.

Door hun accent op Nederlandse activiteiten kan een fusie van Rabo en Achmea worden verstoord door de Nederlandse Mededingingsautoriteiten (NMa) die de concurrentieverhoudingen in het oog houdt, al mag zij nog twee jaar niet ingrijpen in de financiële wereld. Niet alleen beschikken zij samen over talloze verzekeraars (naast Interpolis, Avéro en Centraal Beheer ook FBTO en Zilveren Kruis), maar nog belangrijker zijn hun wijde vertakkingen. Zo beschikt Rabobank met Robeco over de grootste vermogensbeheerder in Nederland en Achmea slaagde er onlangs in om de grootste pensioenfondsbeheerder PVF in te lijven. Pikant gegeven is dat plannen voor samenwerking tussen Rabo en PVF vorig jaar mislukten doordat PVF en Robeco niet door één deur konden.

Zeker zo belangrijk is de alliantie van Achmea met de uitvoeringsinstelling (uvi) GAK die voor meer dan de helft van de Nederlandse werknemers de sociale verzekeringen uitvoert. In de komende jaren staat het grote bedrijven en branches vrij om een uvi zelf uit te kiezen, maar afgelopen week maakte de NMa duidelijk dat de sterke positie van het GAK vrije concurrentie onder de uitvoeringsinstellingen onmogelijk maakt. En toen was van een mogelijke samenwerking met de Rabobank, die weer banden met de kleinere uitvoeringsinstelling GUO onderhoudt en de grootste bank in het midden- en kleinbedrijf is, nog geen sprake.

Of de huidige gesprekken daadwerkelijk op een fusie uitlopen is de vraag. Beide concerns maken duidelijk met verschillende partijen in binnen- en buitenland in gesprek te zijn. Snelle besluitvorming over een fusie is door de coöperatieve structuur en de behoedzame inborst van beide topmannen niet te verwachten. En Wijffels en Swalef (“we dachten dat we er volledig uit waren”) zullen de voorstelling van 1993 niet graag herhalen.