Adviezen bemoeilijken besluit over Schiphol

Drie vooraanstaande adviesorganen van de regering zijn het oneens over de mogelijkheden voor verdere groei van het vliegverkeer op de nationale luchthaven Schiphol. Dat is een streep door de rekening van de VVD, die snel knopen had willen doorhakken.

DEN HAAG, 23 JUNI. “Leve de adviesbureau's”, smaalt Jan te Veldhuis (VVD), de luchtvaartspecialist van zijn partij. “Het wordt er niet makkelijker op beslissingen te nemen over de toekomst van de luchtvaart wanneer de voornaamste adviseurs van de regering met verschillende tongen spreken.”

Daarbij doelde de VVD'er vooral op de dissidente opvattingen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dat distantieerde zich eind vorige week openlijk van een studie over groeiperspectieven op Schiphol, waarvan het Centraal Planbureau (CPB) en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) de voornaamste auteurs waren.

CPB en NLR stelden dat Schiphol door extra heffingen op lawaaiige vliegtuigen en door een andere indeling van de banen in 2010 zeker 60 miljoen passagiers per jaar kan verwerken. Dat betekent bijna een verdubbeling van het aantal reizigers dat het vliegveld nu verwerkt. CPB en NLR sluiten zelfs niet uit dat Schiphol op den duur 120 miljoen reizigers per jaar zal aankunnen.

Het RIVM, dat doorgaans de contramine schuwt, vond die conclusies veel te ver gaan. “Zoiets kun je toch moeilijk met droge ogen opschrijven”, aldus een RIVM-woordvoerster. “Je moet jezelf niet zomaar rijk rekenen.”

Ze wijst erop dat CPB en NLR uitgaan van een groei in het aantal passagiers op Schiphol van slechts 4 procent per jaar, terwijl dat in werkelijkheid al jaren met 5 tot 7 procent toeneemt. Bovendien is het volgens het RIVM twijfelachtig of heffingen op luidruchtige toestellen wel zo makkelijk kunnen worden doorgevoerd en veel extra groei mogelijk maken. Daardoor zullen er heel andere keuzes gemaakt moeten worden dan NLR en CPB suggereren.

Het PvdA-Kamerlid Van Gijzel deelt de reserves van het RIVM en wijst met een beschuldigende vinger naar het CPB, dat al eerder rapporten over Schiphol presenteerde die volgens hem ver onder de maat lagen. Van Gijzel: “De vraag rijst of je het CPB nog serieus kunt nemen, als het over Schiphol gaat.”

Op Schiphol zelf leeft eveneens teleurstelling over de verdeeldheid onder de adviesorganen die volgens woordvoerder Ruud Wever tot nieuwe vertraging in de besluitvorming kan leiden. Ook Schiphol heeft, net als CPB en NLR, hoge verwachtingen van heffingen op lawaaiige toestellen en enkele technische verbeteringen in de vloot. Daardoor zou 60 miljoen reizigers per jaar op de middellange termijn tot 2010 wel haalbaar zijn.

In een drastische aanpassing van het banenstelsel, die de verwerking van 120 miljoen passagiers per jaar mogelijk zou moeten maken, ziet de luchthaven echter niets. “Zowel maatschappelijk als logistiek gezien is dat voor ons onwenselijk en onhaalbaar”, aldus Wever. “Dan zien wij meer in de optie van een nieuw vliegveld op een eiland in de Noordzee.”

Het NLR en het CPB toonden zich op hun beurt onaangenaam verrast over de opstelling van het RIVM. “Het is erg jammer, een gemiste kans”, meent NLR-directeur B.M. Spee. T. van Hoek van het CPB is verbaasd over het RIVM, omdat er volgens hem in werkelijkheid nauwelijks verschillen bestonden tussen de standpunten van de drie organisaties. Juist het RIVM zag veel mogelijkheden door een herconfiguratie op Schiphol, zegt Van Hoek.

De punten waarmee het RIVM het niet eens was, lagen volgens Van Hoek op het terrein van de politici: “Wij hebben in de eerste plaats gekeken of er met bij voorbeeld die heffingen op lawaaiige vliegtuigen groei kan plaatshebben. Of dat ook zal lukken, is een kwestie die de politici moeten uitmaken. Dat is niet aan ons.”

PvdA-luchtvaartwoordvoerder Van Gijzel meent dat het jongste rapport zeker niet als basis kan dienen voor besluitvorming tijdens de kabinetsformatie. “We moeten gewoon afwachten tot de rapporten over de alternatieven voor Schiphol binnen zijn in september en dan een afgewogen besluit nemen.”

Zijn VVD-collega Te Veldhuis daarentegen heeft haast en wil de vaart er inhouden, ondanks de verdeeldheid onder de deskundigen. “De politiek moet uiteindelijk haar eigen verantwoordelijkheid nemen. Het zijn niet de adviesorganen die de beslissingen nemen”, aldus de VVD'er.

Zijn partij staat erop nog bij de kabinetsformatie harde besluiten over Schiphol en de toekomst van de luchtvaart te nemen. Er moet snel worden gekozen voor een van de vier opties om de groei in de Nederlandse luchtvaart op te vangen: op Schiphol zelf, op een nieuwe luchthaven bij Lelystad, een nieuw vliegveld op de nog aan te leggen Tweede Maasvlakte of op een kunstmatig eiland in de Noordzee.

Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat), zelf eveneens van de VVD, verklaarde vorige week in de marge van een Europese transportraad in Luxemburg dat ze de groei het liefst zolang mogelijk op Schiphol opvangt. “Zolang het tegendeel daarvan niet is bewezen, houd ik die opinie”, verklaarde Jorritsma.

De grootste angst van de VVD is dat de zaak na de formatie weer bij de Kamer belandt, die volgens Te Veldhuis in meerderheid niet sympathiek staat tegenover verdere groei van de luchtvaart. “Nederland mag niet op slot voor de luchtvaart”, aldus Te Veldhuis. “Dat moet in het regeerakkoord worden vastgelegd. En we moeten niet alles voor ons uitschuiven. Als dat wel gebeurt, halen we, met de huidige linkse meerderheid in de Kamer, het jaar 2025 nog wel voor er een oplossing is gevonden.”