Wijers' zelfkennis

MET ZIJN BESLUIT zich niet beschikbaar te stellen voor een hernieuwd ministerschap heeft de D66'er Wijers getoond over zelfkennis te beschikken. Het ministerie van Economische Zaken zou zeker gebaat zijn bij een tweede periode-Wijers, maar of dat zou hebben gegolden voor zijn partij valt te betwijfelen. Als de nu lopende onderhandelingen over een nieuw kabinet slagen, wordt straks van een kleiner D66-contingent bewindslieden een duidelijker D66-profiel verwacht. Wijers heeft goed ingezien dat hij niet de geschikte persoon is om aan die opdracht te voldoen.

Als vakminister kan hij zonder meer terugzien op een geslaagde ambtstermijn. Het in de jaren voor 1994 in de Haagse pikorde toch enigszins 'weggezakte' ministerie van Economische Zaken is onder zijn leiding weer een rol van betekenis gaan spelen. De ook in het buitenland niet onopgemerkt gebleven dynamisering van de Nederlandse economie is in belangrijke mate tot stand gebracht door het wetgevingsprogramma van Wijers. Te denken valt bij voorbeeld aan de vernieuwde mededingingswet waarmee de strijd werd aangebonden tegen Nederland kartelland, en aan de liberalisering van de energie- en telecomsector en niet te vergeten de verruiming van de vooroorlogse winkelopeningstijden.

Dat veel van deze zaken door Brussel zijn gedicteerd doet hier niet aan af. Want zoals de gang van zaken in veel andere Europese landen nog dagelijks laat zien, bestaat er een aanzienlijk verschil tussen voornemens en daadwerkelijke resultaten. Wijers kan in elk geval zeggen dat hij een groot aantal zaken tot stand heeft gebracht. Wat dat betreft is zijn angst voor te weinig uitdaging bij een nieuwe periode op Economische Zaken zeker valide. Het werk is volbracht.

HET MINISTERSCHAP kent daarnaast zijn (partij)politieke kant. Daarin was Wijers veel minder bedreven. Het dedain waarmee hij sprak over de politiek met de kleine p was veelzeggend. In zijn streven naar 'opbouwend bezig' zijn, voelde hij zich naar eigen zeggen te veel gehinderd door partijpolitieke spelletjes. Maar wie zegt hiervan last te hebben, miskent in feite de werking van de parlementaire democratie. Deze houding werd bevestigd door zijn besluit zich niet beschikbaar te stellen voor de Tweede Kamer. Daarmee gaf hij nog eens aan vooral te zijn 'ingehuurd' als minister en niet als politicus. Wie in de politiek actief is, moet ook het afleggen van verantwoording niet schuwen. Kandidaatstelling voor de Tweede Kamer hoort daarbij.

Resteert de vraag of Wijers zijn partij een dienst heeft bewezen uitgerekend op dit moment met zijn besluit naar buiten te komen. Nu zijn naam er niet meer aan is gekoppeld is een eventuele claim van D66 op het ministerie van Economische Zaken veel minder vanzelfsprekend. Dit kan de programmatische onderhandelingen beïnvloeden. Daarnaast heeft Wijers met zijn verwijzing naar het politiek profiel dat hij niet kan leveren, de suggestie gewekt dat D66-ministers in een volgend kabinet er minder zitten voor de zaak en meer voor het gezicht van de partij. Ook dat komt de positie van de partij niet ten goede.