Wie is deskundig?

Hoewel we misschien voor Cruijff en Van Hanegem nog steeds een uitzondering moeten maken, is er zo langzamerhand steeds meer grond voor de stelling dat voetbaldeskundigheid niet bestaat.

Zou het veel verschil maken wanneer ze ons, toegewijde leken, naar de tv-studio haalden voor een deskundig praatje in de rust? Er zijn weinig onderwerpen waarover een mens zoveel oncontroleerbare uitspraken kan doen als over voetbal.

Laten we eens naar de meningen kijken over het Nederlandse spel tegen Zuid-Korea. Cruijff vond Nederland niet sterk. “Vrij zwak”, zei hij in de rust tegen een verbouwereerde Tom Egbers. Na afloop was hij zelfs zo gereserveerd dat Egbers - die de adem van tien miljoen dolenthousiaste Nederlanders in zijn nek voelde - tegen hem zei: “Zullen we even vaststellen dat we met 5-0 hebben gewonnen?”

Maar Cruijff bleef sceptisch. “Redelijk gespeeld, niet erg goed. Als coach zou ik niet rustig gaan slapen. Je kunt die combinatie Cocu-Bergkamp niet beoordelen op dit resultaat.”

Terug naar de studio, waar Aad de Mos ons een hart onder de riem stak. “Alle twijfel aan twijfelgevallen is weggenomen (...) De technische staf heeft een goede keus gemaakt met Cocu. Ik denk dat deze ploeg moet blijven staan.”

Nu de buitenlandse meningen. Het deskundigenpanel van de BBC was lyrisch over the Dutch. Ik waande me terug in 1974 toen ze bij de BBC het Nederlands elftal inhaalden als de Brazilianen van Europa. “Sensational”, zei Jimmy Hill nu weer, “such a delight to see.” En later: “Ik hoop maar dat ze geen ruzie krijgen. Als zij vrienden blijven, wie moet hen dan verslaan?”

De Duitse tv-commentator Fassbender deed niet voor zijn Engelse collega's onder. Hij zei te hopen dat Duitsland in de achtste finales niet tegen dit Nederland hoeft te spelen. Maar opeens was ons feest voorbij, want daar zat in de ARD-studio Günter Netzer, vermaard oud-voetballer, ooit de Van Hanegem van West-Duitsland. Ach, zei hij ongeveer, dat Zuid-Korea stelde niets voor, zwakke, naïeve tegenstander, bij elk Nederlands doelpunt hadden ze grote fouten gemaakt. Nee, Nederland had Netzer niet kunnen imponeren.

In Villa Bvd bij RTL hoorden we een laaiend enthousiaste John van den Brom, die al boos werd toen hij een spoortje van kritiek meende te horen bij Barend, Van Dorp en Mulder: “Wat een ouwe wijven zijn jullie.” Maar Sparta-trainer Hans van der Zee schaarde zich een dag later in hetzelfde programma in het kamp van Cruijff: “Wij hebben misschien wel de sterkste selectie, maar te veel spelers staan niet op hun plaats.”

Cruijff, Netzer, Van der Zee negatief, Hill, De Mos, Van den Brom positief - ik, eeuwige aarzelaar, had het liever andersom gezien.

Omdat voetbaldeskundigheid niet meetbaar is, is er altijd conflictstof te over. De pers deinst daar niet voor terug, als ze haar werk goed doet. (Ik heb het nu niet over Tom Egbers, die liever pétanque speelt met 'onze jongens'.) Nu het toernooi vordert, zie je dan ook de spanningen tussen de sportmensen en de media groeien.

Een ZDF-interviewer stelde de Duitse coach Vogts na afloop van de wedstrijd tegen Joegoslavië glimlachend enkele uiterst kritische vragen. Veel lopers, weinig ideeën, zei de interviewer. “Het lijkt wel of u teleurgesteld bent dat we niet verloren hebben”, reageerde Vogts giftig. “U zat mooi in de schaduw.”

Georges Leekens, de Belgische bondscoach, stelde na de zwakke wedstrijd tegen Mexico zelfs een communicatiestop in. De hele zondag was niemand aanspreekbaar - dit tot grote woede van de pers. “Hij vlucht voor zijn verantwoordelijkheid”, zei Jan Wauters.

Toch was de leukste uitspraak van dit weekeinde van diezelfde Leekens afkomstig. “Gaan de kopkes nu hangen?” was de vraag. Leekens: “Die van mij hangt nooit.”

    • Frits Abrahams