Westen moet dreigen met erkenning Kosovo; Kosovaren blijven gevoelig voor redelijke oplossing

Wanneer president Miloševic niet inbindt, zou het Westen moeten dreigen met erkenning van Kosovo als een soevereine staat. Dat meent W.F. van Eekelen, die daarmee een alternatief biedt voor het gebruik van militair geweld tegen Joegoslavië.

Als de NAVO toch besluit om militaire acties uit te voeren, kan dat volgens André de Hoogh echter absoluut niet zonder een mandaat van de Veiligheidsraad. Alleen zelfverdediging rechtvaardigt een eenzijdig optreden. Maar in Kosovo is van zelfverdediging door het Westen geen sprake.

In het schaakspel met Miloševic raakt het Westen voortdurend verlamd doordat het zichzelf nodeloos beperkingen oplegt. Het gebeurt ook nu weer in Kosovo, terwijl de huidige crisis allang niet meer wordt beschouwd als een interne aangelegenheid van Servië. De VN en de OVSE hebben het soevereiniteitsbeginsel immers ondergeschikt gemaakt aan een bedreiging van vrede en veiligheid in de regio. En die bedreiging is overduidelijk aanwezig. Iedereen erkent het gevaar van het overslaan van de oorlog - want dat is het - naar de buurlanden. Escalatie van het conflict kan zelfs leiden tot een Europese oorlog op de Balkan.

In 1991 had ik een nachtmerrie die uit vier hoofdstukken bestond: een oorlog tussen Serviërs en Kroaten, een oorlog in Bosnië, een oorlog in Kosovo en het uiteenvallen van Macedonië, waarmee iedereen zich gaat bemoeien. Een soort Spaanse burgeroorlog dus met nog meer partijen. Wij zijn nu bij het derde hoofdstuk beland.

Grote vraag is nu of er een mandaat van de Veiligheidsraad nodig is om - al dan niet met militaire middelen - te kunnen ingrijpen. Het liefst moet dit er natuurlijk wel zijn, maar niet onder alle omstandigheden.

De Veiligheidsraad van de VN is als eerste verantwoordelijk voor vrede en veiligheid. Maar wanneer die niet in staat is tot enigerlei actie (omdat Rusland of China het niet wil), kunnen wij niet achterover blijven leunen terwijl onderdrukking en volkerenmoord plaatsvinden. In dat geval staan er hogere beginselen op het spel en moet het gebruik van geweld op een andere wijze worden gelegitimeerd. Niet in de vorm van eigengereide actie van een enkel land, maar met behulp van een brede coalitie van democratische landen.

Bovendien zal Rusland niet buitenspel blijven en ook niet dwarsliggen wanneer het Westen vastbesloten is tot handelen. Anders heeft samenwerking met een land dat genocide gedoogt geen zin en dienen de betrekkingen met Moskou op alle terreinen heroverwogen te worden.

Behalve militaire interventie, gericht tegen de Servische artillerie die net als destijds in Bosnië de bevolking terroriseert en op de vlucht jaagt, zijn er echter ook nog ongebruikte politieke middelen.

Miloševic kan zijn cynische beleid voortzetten, omdat het Westen heeft verklaard Kosovo te beschouwen als onderdeel van wat er nog rest van Joegoslavië. Dit doet denken aan de discussie uit 1992 over de erkenning van Slovenië, Kroatië en later Bosnië. Toen verklaarden de VS Joegoslavië bijeen te willen houden, en dacht Miloševic vrij spel te hebben. Dat denkt hij nu weer.

Miloševic heeft - helaas niet zonder reden - geen hoge dunk van een eventueel ingrijpen door de internationale gemeenschap. Hij heeft echter een achilleshiel: de samenhang van romp-Joegoslavië. Miloševic zal dan ook iets moeten doen om de in 1989 ingetrokken autonomie van Kosovo te herstellen. Maar tot dusver blijft hij vaag over de uiteindelijke status van het gebied.

Uiteindelijk zal Miloševic een openingsbod op tafel moeten leggen, anders dienen onderhandelingen alleen om tijd te winnen en tegenstand op te ruimen. Hij kan daartoe gedwongen worden met het dreigement dat het Westen Kosovo als een soevereine staat zal erkennen wanneer hij niet inbindt. Naast militair optreden is dat het enige wat indruk maakt. Voor de juridische fijnproever maakt erkenning ook militair optreden mogelijk krachtens artikel 51 van het VN-handvest over het recht op zelfverdediging, zowel individueel als collectief.

Een argument dat tegen dit middel spreekt is dat de Kosovaren hierdoor gesterkt zullen worden in hun roep om onafhankelijkheid. Misschien is die na het geweld van de laatste maanden inderdaad onvermijdelijk geworden. En waarom zouden we voor de twee miljoen Albanezen in Kosovo niet hetzelfde doen als voor een gelijk aantal Slovenen?

De Kosovaren blijven gevoelig voor een redelijke oplossing en hebben tien jaar lang vreedzame middelen gebruikt. De kwaliteit van hun leiders is beter dan ergens anders in het voormalige Joegoslavië. Maar zij moeten wel een perspectief krijgen en het liefst de status van deelrepubliek in een nieuwe federatie. Het gaat in Kosovo tenslotte niet om etnische zuivering maar om onderdrukking en welhaast genocide door een Servische minderheid van nauwelijks vijf procent van de bevolking. Wie wil dat op zijn geweten hebben?

    • W.F. van Eekelen
    • Thans Lid van de Eerste Kamer voor de Vvd
    • Oud-Secretaris-Generaal van de Weu