Vlaamse New Age

“Als een Indiase goeroe in Nederland is geweest, kun je er zeker van zijn dat volgelingen in iedere stad een werkgroep oprichten. In Vlaanderen komt hij langs, heeft een paar aanhangers en dat was het dan.” De Nederlandse filosoof Hein Stufkens werkt sinds vijftien jaar in een 'centrum voor levensverdieping' in het West-Vlaamse Izegem en hij signaleert er een groot verschil op het gebied van godsdienst en spiritualiteit.

“In Nederland vind je goed georganiseerde New Age-centra als Oibibio in Amsterdam, in Vlaanderen is er niet veel meer dan hier en daar een Indisch winkeltje.” Veel minder Vlamingen dan Nederlanders volgen een cursus zenmeditatie, creatieve therapie of bio-energetica (het opheffen van emotionele blokkades via oefeningen).

“Vlaanderen is grotendeels in de greep van de katholieke kerk gebleven”, verklaart Stufkens. Weliswaar noemt slechts zo'n vijftien procent van de Vlamingen zich praktiserend katholiek en is de kerk vooral populair voor doopsel en huwelijk, “het katholicisme is er ingebed in de cultuur. Daardoor is nieuwe spiritualiteit afgeremd.”

Dat het katholicisme in Vlaanderen, in tegenstelling tot in Nederland, nog altijd dominant is, verklaart Stufkens uit andere levenshoudingen in de twee buurlanden. “Nederlanders denken in principes, terwijl Vlamingen meningsverschillen niet zo op de spits drijven. Een Nederlander die het niet eens is met zijn geloof laat zich uitschrijven en zoekt iets anders. Een Belg haalt uit het katholicisme dat wat hem schikt en de rest laat hij zitten.” Ook de kapucijner pater Luc Hessel, die het bezinningscentrum in Izegem leidt, meent dat “Nederlanders van nature principieel zijn en zich niet verzoenen met zaken die niet gaan, terwijl wij Vlamingen langer een kleed dragen dat we eigenlijk niet meer dragen willen”.

Het is opmerkelijk dat juist een pater het in Vlaanderen unieke bezinningscentrum oprichtte dat tegemoet moet komen aan “de zinnood van de hedendaagse mens”. De officiële katholieke kerk heeft geen aansluiting meer bij het levensgevoel van de mensen, vindt Hessel. “Ze spreekt een taal die nergens overkomt.” Anders dan bijvoorbeeld Oibibio gaat dit centrum uit van de christelijke-franciscaanse traditie, die Hessel wil verbreden. “We willen de goede elementen van de New Age-beweging opnemen”, zegt hij. “Dat kunnen we als kapucijnen. Als priester heb je daar binnen de katholieke kerk geen ruimte voor.” Zijn centrum is gehuisvest in een oud klooster. In de refter worden de cursussen gegeven, in de voormalige brouwerij bevinden zich meditatieruimtes.

Hessel stelt zijn centrum open voor alle “authentieke religies” en trekt de grens bij fundamentalistische stromingen. Tienduizenden mensen per jaar komen naar Izegem, voor bijvoorbeeld een zen-meditatiedag, een cursus helend tekenen of een Mayr-kuur, een natuurgeneeskundige vastentherapie.

Sommige cursusleiders, zoals Stufkens, moest Hessel aantrekken uit Nederland omdat hij ze in Vlaanderen niet kan vinden. Stufkens merkt dat Vlaamse cursisten “receptiever” zijn dan Nederlanders. “In Nederland staat na drie zinnen iemand in de zaal op en roept: ja maar, ik vind iets anders. Hier luisteren mensen en vallen niet iedereen lastig met hun eigen mening.” Stromingen die in Vlaanderen minder aanslaan dan in Nederland zijn volgens Stufkens in de eerste plaats “het lichaamswerk van New Age, sensitieve massage en haptonomie”. Vlamingen hebben volgens hem nog altijd een puriteinse angst voor het lijfelijke. “De kerk heeft onbewust nog veel invloed.” Wel meer vat op de Vlamingen heeft “de onzin van New Age”. Zoals het werken met aardstralen, een vrouw die avonden belegt omdat ze boodschappen doorkrijgt van Franciscus en oude vormen van bijgeloof.

“Omdat de neiging tot goedgelovigheid en blinde devotie hier eeuwenlang door het kerkelijk gezag zelf is gevoed”, meent Stufkens. Maar ook omdat de bestaande instituties zoals psychiaters, medische wereld en kerk “de deuren naar het nieuwe denken nog hermetischer hebben gesloten dan in Nederland en zo de mensen ongewild in de handen van kwakzalvers en oplichters doen belanden”.

    • Birgit Donker