Rechter voor tweede maal: Veiling van Pulchri mag toch doorgaan

DEN HAAG, 22 JUNI. Voor de tweede keer binnen enkele weken heeft de president van de Haagse rechtbank bepaald dat het bestuur van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri de collectie nagelaten werken mag verkopen.

Volgens president Von Maltzahn heeft het bestuur hiervoor voldoende mandaat gekregen op diverse ledenvergaderingen. De openbare verkoop door het veilinghuis Glerum is vanmiddag dan ook volgens plan begonnen.

In de Haagse rechtbank diende vanmorgen een tweede kort geding tegen de beslissing van het bestuur van de kunstenaarssocieteit. In een eerste kort geding besliste president mr. D.H. von Maltzahn ruim een week geleden dat de veiling door J.P. Glerum was gebaseerd op een reglementair besluit van de ledenvergadering van 14 maart van dit jaar. Volgens hem was het bestuur daarmee voldoende bevoegd om de collectie van de hand te doen. Vanmorgen bracht Von Maltzahn nog drie andere vergaderingen in herinnering. “Geen van die keren heeft een lid geprotesteerd omdat de collectie als geheel in tact zou moeten blijven”, aldus de president. Het besluit tot verkoop is genomen om de oplopende exploitatietekorten te dekken en een grondige renovatie mogelijk te maken. Het bestuur wil het gebouw van Pulchri in de toekomst vaker verhuren voor feesten en partijen. Dat maakt diverse aanpassingen noodzakelijk om bijvoorbeeld geluidhinder te beperken.

Het tweede kort geding tegen de veiling van Pulchri's 'zoldercollectie' was aangespannen door de Leidse beeldend kunstenaar I. Prinsen. Zij verweet het bestuur van Pulchri vanmorgen regentesk optreden. Bovendien is zij van mening dat de leden ten onrechte is voorgespiegeld dat de collectie kunsthistorisch gezien niets bijzonders is. Prinsen vond president mr. Von Maltzahn bereid tot dit tweede kort geding omdat er in de afgelopen dagen nieuwe ontwikkelingen waren in de strijd tot behoud van de kunstcollectie.

De Haagse stichting Collectie Hopster-Van Goudzwaard heeft aangeboden de collectie in zijn geheel aan te kopen en elders in Den Haag onder te brengen. Pulchri zou de kunstwerken op elk moment terug kunnen kopen, waarbij alleen de kosten van rente worden berekend boven het bedrag dat Hopster-Van Goudzwaard heeft betaald. Hiermee wordt voorkomen dat de kunstwerken, waarvan er een aantal uit de zogenoemde Haagse School komt, worden verspreid over diverse adressen.