Rapport signaleert toenemende druk; OM gebukt onder 'cultuur van angst'

DEN HAAG, 22 JUNI. De druk op het openbaar ministerie om succes te boeken in de strijd tegen de zware misdaad is zo zwaar geworden dat het werk van officieren van justitie gekenmerkt wordt door “toenemende behoedzaamheid”. Er is bij het OM sprake van “een cultuur van de angst”.

Die conclusie staat in een onafhankelijk onderzoeksrapport dat in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie is opgesteld. Op verzoek van beide departementen hebben organisatie-adviseurs van bureau Wagenaar en Hoes uit Driebergen de cultuur van OM en politie onderzocht zoals die is ontstaan na de parlementaire enquête opsporingsmethoden uit 1995.

Druk vanuit de maatschappij, de media en vanuit de gereorganiseerde justitie-organisatie heeft het risico van fouten en misstappen bij het OM vergroot. Officieren van justitie “kiezen voor zelfbeperking in de omvang van hun baan of van hun groeimogelijkheden. Anderen worden weer zeer voorzichtig om niet het risico te lopen naar 'Siberië' te worden verbannen”, aldus het rapport.

Vóór de parlementaire enquête die ontstond na de zogeheten IRT-affaire gingen politie en justitie bij gebrek aan normering hun boekje te buiten. Maar nu hebben nieuwe gedetailleerde voorschriften ertoe geleid dat “de mogelijkheden kleiner zijn om creatief onderzoek en bewijsgaring te regelen”. De strikte regels en de angst om fouten te maken rechtvaardigen volgens de onderzoekers de vraag of “wij als samenleving bepaalde typen misdaad niet meer willen bestrijden. Wij blijven liever rechtsstatelijk en delven dan het onderspit dan dat we effectief de georganiseerde en zware criminaliteit aanpakken”.

Het rapport is tot stand gekomen na gesprekken met 62 mensen onder wie drie procureurs-generaal, burgemeesters, korpschefs en rechercheurs. De eerste bevindingen zijn bovendien doorgesproken met vooraanstaande rechtsgeleerden, advocaten en rechters. Het onderzoeksverslag is al een half jaar in bezit van de ministeries. De Tweede Kamer moet het nog ontvangen. Het is door Binnenlandse Zaken voor nader commentaar gestuurd naar korpschefs, korpsbeheerders en hoofdofficieren van justitie.

In het rapport wordt geconstateerd dat “de aantrekkelijkheid van het OM voor jonge mensen en/of ervaren buitenstaanders steeds minder wordt”. Een loopbaan bij justitie is er een van “weinig glamour, waarbij je altijd in de vuurlinie ligt en het nooit goed doet”. De onderzoekers vrezen dat er in de toekomst te weinig officieren van justitie zullen zijn “die het met verve en overtuigingskracht in de rechtszaal kunnen opnemen tegen de verdachte en zijn advocaat om de rechter te overtuigen van hun gelijk in de strijd om het recht”.