Partijen in Burundi besluiten tot bestand

ARUSHA, 22 JUNI. Alle strijdende partijen in het door een bloedige burgeroorlog tussen etnische Tutsi's en Hutu's verscheurde Burundi hebben gisteren in de Tanzaniaanse stad Arusha een bestandsovereenkomst getekend. Het akkoord voorziet in een staakt-het-vuren dat zou moeten ingaan op 20 juli. De regeringsdelegatie in Arusha heeft de overeenkomst mede ondertekend.

In Burundi woedt al vijf jaar een gewapend conflict tussen het door Tutsi's gedomineerde regeringsleger en een reeks gewapende Hutu-groepen, dat aan meer dan 200.000 Burundezen het leven heeft gekost.

Een woordvoerder van de Burundese regering liet vanmorgen echter weten dat het regeringsleger niet is gebonden door het bestandsakkoord, waarin gerept wordt van “gewapende facties” en niet van “gewapende partijen”. De woordvoerder beklemtoonde dat een opschorting van de vijandelijkheden niet betekent dat het Burundese leger zijn “politionele acties ter bescherming van de bevolking staakt”.

De 'verklaring van alle deelnemers aan de besprekingen' roept op tot een opschorting van de vijandelijkheden en tot een onmiddellijk begin van vredesonderhandelingen. De 17 ondertekenaars “verplichten zich plechtig tot serieuze besprekingen over een rechtvaardige en duurzame oplossing” van het conflict.

In afwijking van de ontwerptekst zien partijen af van een onmiddellijk bestand. Deze stap terug wordt door Westerse waarnemers uitgelegd als een middel om “tijd te winnen en druk uit te oefenen op de staten van de regio die willen vasthouden aan economische sancties” tegen Burundi.

De gezant van de Europese Unie voor het Grote Merengebied, Aldo Ajello, toonde zich “zeer ingenomen” met het akkoord. Zijn Amerikaanse collega, Howard Wolpe, noemde de overeenkomst “zeer positief en een bemoedigend begin” van een oplossing voor het Burundese conflict. Woordvoerders van de Burundese regering en van de rebellengroepen lieten zich gisteren gematigd optimistisch uit over het onderhandelingsresultaat. Een zegsman van de gewapende rebellengroep Palipehutu wenst “opheldering over de controle op het bestand”. (AFP, AP)