Oerol: minder bezoekers kopen meer kaartjes

Gisteravond namen kunstenaars en publiek afscheid van het Oerol Festival op Terschelling. Meer dan veertigduizend bezoekers togen de afgelopen tien dagen naar het Waddeneiland. Volgens jaar is het festival er weer, maar dan met nog meer kunstenaars die uitzwermen over het eiland.

TERSCHELLING, 22 JUNI. Oerol is voorbij. Terwijl gisteravond de laatste veerboot de haven van West-Terschelling verliet, zwaaiden talloze kunstenaars de bezoekers uit. Een van de uitzwaaiers, een bebrilde man in een bruin kantoorkostuum met een keurige aktentas, raakte daarbij te water. De passagiers, nog altijd in staat zich te laten verleiden, zouden bijna overboord springen om hem te redden. Zo'n detail is tekenend voor het theaterfestival op het Waddeneiland: overal leeft de verrassing. En ook is overal de sterke band tussen toneelmaker en toeschouwer.

Ging in vroegere versies van Oerol alles op zondagavond als een nachtkaars uit, bij de afsluiting van dit zestiende festival organiseerde Joop Mulder nog een fraai slotoptreden op het Groene Strand aan de westzijde van het eiland. Vanaf de waddenkant kwamen de spelers in het vizier, in wapperende gewaden geklede vrouwen. Wie tijdens het festival goed had gekeken, kon hen herkennen. Hier en daar waren ze al eens opgedoken om nu een laatste vaarwel te geven, een afscheid als een samenvatting. Kunstenaars als Louis Clavis, Denis Tricot en het illustere gezelschap Art Ephémère maakten van theater, zee en hemelruimte een geheel. Voor alles was dit laatste optreden kleurrijk, een water- en vuurvoorstelling waardoor het wad in vonken oplichtte.

Het festival telde dit jaar ongeveer veertigduizend bezoekers. Minder mensen werden naar en van Terschelling vervoerd dan vorig jaar, toen het festival naar schatting 45.000 bezoekers trok. Maar de bezoekers maakten wel beter gebruik van het festival: er werden meer kaarten verkocht dan vorig jaar.

De tienduizenden bezoekers stellen natuurlijk grote eisen, vooral aan het transport per veerboot. Een kleine achthonderd passagiers moesten gisteravond, terwijl ze met de boot van half zes wilden vertrekken, tot half negen wachten. Organisator Joop Mulder geeft toe dat hij zulke aantallen nooit had verwacht. De kaartverkoop ging dit jaar gestroomlijnder dan eerder, maar voorstellingen als van de Dogtroep en van de akrobaten Les Arts Sauts waren al ver vantevoren uitverkocht. Toch moet daarover niet teveel geklaagd worden. Buiten de vaste programmering is er veel prachtigs te zien. In het scheepsruim van de Challenger gaf René Groothof met het dans- en filmorkest van Max Tak een overrompelende, ontroerende voorstelling waarin zeehelden van Jules Verne, kapitein Nemo, en van Moby Dick, kapitein Ahab, tot leven komen. Met als achtergrond een stomme film duikt het publiek 20.000 zeemijlen onder water om daar getuige te zijn van een wondere, betoverende wereld.Onder water: dat was het thema van Oerol. Wat speelt zich onder de zeepsiegel af? Volgend jaar is het thema al bekend, Voetsporen in het zand. Joop Mulder wil, de aloude traditie getrouw, meer voorstellingen in de open lucht presenteren, zodat het eiland nog meer een podium wordt. Er zal op straat ook minder aan jongleurs gedaan worden, en meer aan theater waarvan karakter en dramatische ontwikkeling de essentie vormen. Mulder moet er koste wat kost voor zorgen dat Oerol niet verandert in een braderie.

Een van de belangrijkste uitvoeringen wordt Peer Gynt van Ibsen, gespeeld door het Friese gezelschap Tryater in de regie van Jos Thie. Een voorstelling over taal en taalstrijd, over fantasie en de ontnuchtering. Mulder en Thie zijn al enkele keren het hele eiland rondgereisd. Waar moet Peer Gynt terechtkomen? Tegen de boszoom, aan het Wad, aan het Noordzeestrand? Kennelijk heeft het eiland zich na zoveel seizoenen Oerol nog steeds niet prijsgegeven.