Nergens zonder Z

Met het verkopen van de Amsterdamse Daklozenkrant had hij een vliegticket naar Zuid-Afrika bij elkaar gespaard. Per verkochte krant is een gulden voor de dakloze. Dat hij zijn familie bezocht is inmiddels al weer een half jaar geleden. Toen gingen de zaken nog goed. Nu ziet hij zichzelf weer steeds vaker een peuk van de grond rapen. “De hele handel is ingestort”, zegt hij voor de ingang van de Bijenkorf. Het afgelopen uur verkocht hij twee kranten.

Verkopers van de Amsterdamse Daklozenkrant klagen. Te veel concurrentie in de binnenstad, zegt de een. Het nieuwe is er voor veel klanten af, zegt de ander. We stevenen recht op een faillissement af, had weer een ander zijn klant toevertrouwd. De neergang zou zijn begonnen toen de daklozenkrant in plaats van elke maand tweewekelijks was gaan verschijnen.

Een misverstand, zegt hoofdredacteur J. van Kampen. Een misverstand dat zijn oorsprong moet hebben in een recente verkopersvergadering over aanpassingen in de begroting. Een verbouwing is uitgesteld en men wacht nog even met het openen van een tweede distributiepunt. Dat is alles.

Maar bij Z breekt wel vaker om het minste of geringste paniek uit, zo schrijft Van Kampen in haar boek 'Van de straat, het wonderbaarlijke avontuur van daklozenkrant Z'. Daklozen zijn vaak op straat beland door angst en wantrouwen en hun onvermogen om situaties te doorzien. Dat maakt de communicatie soms ingewikkeld. “We moeten het pand uit!”, roept een verkoper als hij gehoord heeft dat er een buurman heeft geklaagd. De hele groep verkopers die binnen zit, gedraagt zich als een troep duiven waartussen een rotje is ontploft.

Het gaat juist heel aardig met de oplage, zegt de hoofdredacteur. Sinds Z tweewekelijks verschijnt is die ongeveer 35.000 à 40.000. Toen de krant nog maandelijks verscheen waren dat er zo'n 55.000 a 60.000. Uit onderzoek van het bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam blijkt verder dat zes van de tien Amsterdammers wel eens een exemplaar van Z koopt. Drie van de tien kopers schaft de krant elke maand of vaker aan. En acht van de tien kopers koopt Z niet alleen uit charitatieve overwegingen, maar kijkt er ook daadwerkelijk in. Tweederde van hen is bovendien goed te spreken over de kwaliteit van het blad.

Natuurlijk is er een zekere gewenning opgetreden bij de klant, zegt de hoofdredacteur. In het begin werden de dakloze verkopers bijkans doodgeknuffeld. En dat er in de binnenstad te veel verkopers rondlopen, is ook waar. Maar daar wordt aan gewerkt. Verkopers die bereid zijn met Z aan de rand van de stad te gaan staan, krijgen met korting van het Amsterdams Gemeente Vervoerbedrijf een abonnement voor het tram, bus of metro.

De pijn zit dus niet in de oplage. Er is een nijpendere kwestie. Alleen praten veel verkopers daar liever niet over.

De daklozenkrant is bedoeld als een tijdelijk steuntje in de rug. Door het verkopen van de krant krijgen daklozen weer geld in hun zak, waardoor ze in hun hoofd de ruimte krijgen om te kunnen nadenken over ander zaken dan 'Waar slaap ik vannacht?' en 'Hoe krijg ik wat te eten?'. Dankzij Z krijgt een aantal verkopers hun leven weer wat op orde. Het is niet de bedoeling dat ze met de verkoop van Z hun pensioen halen.

Wie een huis heeft gevonden, moet de verkoop 'afbouwen'. Daar is iedereen het over eens. Al staan sommigen binnen een paar maanden al weer op de stoep. Maar wat te doen met de dakloze verkopers die nu al drie jaar lang met de krant staan en het zonder Z niet zullen redden? Op de wachtlijst staan twaalf daklozen. Dat zijn moeizame besprekingen, zegt de hoofdredacteur. Honderdvijftig verkopers is het maximum en het verkopersbestand mag niet verstoppen. De Zuidafrikaanse verkoper voor de Bijenkorf ziet de bui intussen al hangen. Niet alleen staat hij al drie jaar met de krant, zijn slaapplaats voor winkelcentrum Magna Plaza van weleer heeft hij inmiddels geruild voor een kamer van 250 gulden per maand. 'We willen even met je praten', hadden ze laatst op het kantoor van Z tegen hem gezegd. “Ik wil niet praten”, had hij geantwoord en met een stapel kranten had hij overhaast het pand verlaten.