MILOŠ ZEMAN; Ongeleid projectiel

PRAAG, 22 JUNI. Miloš Zeman (53), de winnaar van de Tsjechische parlementsverkiezingen, is een emotioneel mens. Als het volk van hem houdt, houdt hij van het volk. Wie hem niet serieus neemt, en dat komt voor, kan op zijn eeuwige toorn rekenen. Een man van stemmingen die zijn omgeving soms voor verrassingen plaatst, met bijvoorbeeld een handreiking naar de communisten, de belofte van een referendum over de NAVO, ordinaire scheldpartijen tegen de Duitsers en niet minder ordinaire uithalen tegen zijn politieke tegenstanders.

Miloš Zeman is een man die op partijcongressen te veel drinkt en zijn achterban de oren wast, een ongeleid projectiel dat nagenoeg op eigen kracht de sociaal-democratie in Tsjechië uit het slop heeft gehaald.

In 1989 had niemand nog van Miloš Zeman gehoord. Hij maakte geen deel uit van de dissidentenbeweging, maar was wegens kritiek op de communistische partij van die late jaren tachtig wel uit de partij gezet. Ook raakte hij zijn baantje op de universiteit kwijt. Zeman vond onderdak bij het Prognostica instituut, waar een groepje economen - onder wie Václav Klaus, de latere premier - studeerde op alternatieve economische modellen. Na de val van het communisme werden ze de belangrijkste denktank van de regering.

Korte tijd later dook Zeman op binnen de legendarische sociaal-democratische beweging van het land. De Tsjechische sociaal-democraten gaan terug tot diep in de vorige eeuw. Tussen de wereldoorlogen speelden ze een belangrijke politieke rol, maar na 1948 werden ze gedwongen op te gaan in de communistische partij. De politieke leiders gingen in ballingschap.

Er was dus geen sociaal-democratie in het land toen Zeman de partij weer nieuw leven in probeerde te blazen. De kiezers moesten aanvankelijk niets hebben van links, omdat dat teveel deed denken aan het communistische verleden. Er was ook geen geld totdat Zeman het oude partijgebouw in het centrum van Praag wist terug te krijgen en het voor veel geld verhuurde.

In Polen en Hongarije werden de oude communistische partijen omgedoopt tot sociaal-democratische partijen, maar in Tsjechië wist Zeman de twee strikt gescheiden te houden. Tot het midden van de jaren negentig was zijn succes gering, maar bij de verkiezingen van 1996 kwamen de sociaal-democraten plotseling als tweede partij te voorschijn.

Hij profiteerde van de teleurstelling die veel kiezers voelden over het transformatieproces. 'Privatisering met een menselijk gezicht' was Zemans motto. Hij werd beloond met de post van parlementsvoorzitter.

Inmiddels is de CSSD uitgegroeid tot een volwaardige partij (met de voor Tsjechië gebruikelijke financiële schandalen) en een linkervleugel die de privatisering helemaal terug wil draaien en een progressieve rechtervleugel.

Op de linkervleugel hebben zich diverse voormalige communisten genesteld die graag een coalitie zouden vormen met de communistische partij, terwijl op de rechtervleugel jonge advocaten en andere yuppies eerder naar een Tsjechische vorm van 'paars' zoeken. Zeman is nu nog de onbetwiste leider, maar waarnemers verwachten dat de interne spanningen binnen de partij daar snel verandering in zullen brengen.