Hooligan

De zomer van 1898 was in Londen ongewoon heet. Doordat het drinkwater dreigde op te raken, werd er nog meer bier en sterke drank gezopen dan normaal. Op de laatste maandag in augustus, een vrije dag, sloeg de vlam in de pan.

Er braken rellen uit, en uitzonderlijk veel mensen werden opgebracht wegens dronkenschap, plunderingen, geweldpleging en aanvallen op de politie. Dit laatste was een serieus probleem. Traditioneel beschouwde het gepeupel de politie als een vijand. Verzet tegen een arrestatie was in de vele sloppenwijken heel gewoon. Maar na die bewuste maandag liep het geweld tegen de agenten, die geen vuurwapens droegen, volledig uit de hand. De bobby's werden soms door een menigte van wel twee- tot driehonderd man aangevallen als ze iemand probeerden weg te voeren. De woedende massa riep daarbij 'Schop hem!' of 'Bevrijd ze!'

Ook werd er in die hete zomer van '98 uitzonderlijk veel tussen straatbendes gevochten. De Chelsea Boys namen het op tegen de Fulham Boys, Chapel Street vocht tegen Margaret Street, de Lion Boys gingen op de vuist met de Clerkenwell Pistol Gang enzovoort. De bendes vielen ook voorbijgangers aan. Ze duwden mensen van de stoep, beroofden ze en sloegen ze in elkaar. Het ging er bijzonder ruig aan toe. Eén man, zo berichtte een krant, werd rondgeschopt als een voetbal (kop in de krant: 'They Play Football with a Man'). Volgens sommige berichten spijkerden de jongens ijzers onder hun schoenen om harder te kunnen trappen.

De kranten spraken unaniem schande van deze ongekende uitbarsting van straatgeweld. Opmerkelijk was dat zij daarbij in de koppen en berichten een nieuw woord gebruikten, namelijk hooligan en hooliganism. Aanvankelijk werden deze woorden gebruikt voor iedere vorm van straatgeweld, maar al snel reserveerde men hooligan voor 'gewelddadige jongere'. Tot dan toe had men deze jongens meestal street arabs, ruffians of roughs genoemd.

Waar kwam dat nieuwe woord opeens vandaan? Om u een teleurstelling te besparen: het definitieve antwoord op deze vraag is nooit gevonden. Sommige van de nieuwste Engelse etymologische woordenboeken volstaan dan ook met de mededeling 'herkomst onbekend'. Dit doet echter geen recht aan de vele pogingen die zijn gedaan om de herkomst van het woord te achterhalen.

Volgens een van de oudste en hardnekkigste theorieën zou hooligan een eigennaam zijn. Deze is het stelligst verwoord door Clarence Rook. In 1899 publiceerde Rook een knap journalistiek portret van de Londense straatjeugd onder de titel The Hooligan Nights. In het tweede hoofdstuk getiteld 'Concerning Hooligans' schrijft hij: “Nog maar een paar jaar geleden bewoog zich een man genaamd Patrick Hooligan onder de mensen, die hij beroofde en zo nu en dan in elkaar timmerde. Dat hij geleefd heeft, is zo zeker als dat Boeddha en Mohammed geleefd hebben. (...) Hij woonde in Irish Court en werkte bij verscheidene tenten daar in de buurt als uitsmijter. Hij was bovendien meer dan goed voor zijn aandeel in het jatwerk. (...) Op een keer kreeg hij mot met een agent; hij maakte hem koud en gooide het lijk in een vuilniskar. Ze grepen hem en hij kreeg levenslang. Maar toen hij nog niet lang in de gevangenis zat, moest hij naar het ziekenhuis, en daar is hij gestorven. Ongetwijfeld was het de combinatie van behendigheid en kracht, een uitzonderlijke mate van bandeloosheid en een volslagen gebrek aan scrupules, waardoor hij zich als leidersfiguur onderscheidde.”

Hoewel Rook zeer stellig is, heeft niemand anders ooit een spoor van Patrick Hooligan gevonden. Ook niet in de kranten van die tijd. Toch waren journalisten ook toen actief naar de mysterieuze oorsprong van het nieuwe woord op zoek geweest. Een en ander is voorbeeldig in kaart gebracht door Geoffrey Pearson, die in 1983 een doortimmerd boek schreef over de geschiedenis van de hooligans.

Pearson somt nog een flink aantal andere verklaringen op. Het woord zou een verbastering zijn van het Amerikaanse hoodlum, uit Australië zijn ingevoerd of teruggaan op een rechtszaak tegen twee beroepsboksers, de gebroeders Hoolehan. Een sukkel van een politieagent zou hun naam hebben verbasterd tot Hooligan. Ook is vaak gesuggereerd dat hooligan een verbastering is van Hooley's gang 'de bende van Hooley'. Dit klinkt aannemelijk, want meer bendes werden naar hun leider genoemd. Zo heette de indertijd beruchte Girdle Gang naar Thomas Girdle. Maar de hooligans waren nu juist geen lokale bende met één leider; straatjongeren in heel Londen noemden zich zo.

Zoals gezegd: de puzzel is nooit echt opgelost. Pearson denkt dat de Londense straatjongeren het woord zelf hebben verzonnen om zich een bepaalde identiteit aan te meten, zoals zij later namen als Teddy Boy, Mod en Skinhead bedachten. Volgens hem kon het woord zich snel verbreiden door een variétéliedje van de Ierse komieken O'Connor en Brady, waarvan de tekst luidt: Oh, the Hooligans! / Always on the riot, / Cannot keep them quiet, / Oh, the Hooligans! Oh, the Hooligans! / They are the boys / To make a noise / In our backyard.

Opmerkelijk is dat de Londense kranten de uitbarsting van het straatgeweld indertijd als on-Brits beschouwden. In Griekenland, Spanje of Italië kon je zoiets verwachten, maar in Victoriaans Londen, nee! Het is daarom des te ironischer dat veel talen hooligan uit het Engels hebben geleend, als was het een typisch Brits verschijnsel. Het woord is onder andere overgenomen in het Duits, Frans en in verscheidene Slavische talen. Nederlandse kranten gebruiken het nu vooral in berichten over Engelse voetbalsupporters die over de rooie gaan. Maar omdat ook veel supporters uit andere landen steeds gekker en gewelddadiger worden, valt te verwachten dat hooligan ook in het Nederlands een grote toekomst heeft.

    • Ewoud Sanders