Hans Liberg verovert het eurosceptische Engeland

De muzikale komiek Hans Liberg heeft zijn Engelse debuut gemaakt in de kleine zaal van de Royal Festival Hall in Londen. Hij trad er donderdag en vrijdag op en bood, aldus The Independent, “een bravoure-achtig vertoon van muzikale spotternij”.

LONDEN, 22 JUNI. “Als ik aan Londen denk,” zei Hans Liberg donderdagavond op dromerige toon, “zie ik koningin Elizabeth wandelen door de tuinen van Ascot” - en op de piano zette hij het hoofdthema van Peter en de wolf in.

De eerste lach was binnen, nog wel wat aarzelend, maar genoeg om vast te stellen dat het gedistingeerd ogende recital-publiek in de Purcell Room in Londen zich al na enkele minuten bijna gewonnen gaf aan de Hollandse komiek in zijn witte pyama-achtige kostuum. Twee grappen later had hij het pleit definitief gewonnen. In de plaatselijke Evening Standard werden hem de volgende dag prompt drie sterren toebedeeld (“outstanding”), terwijl de recensent van The Independent enthousiast melding maakte van “een bravoure-achtig vertoon van muzikale spotternij”.

Hans Liberg, gespecialiseerd in cabaretesk variété op muzikale grondslag, debuteerde donderdag en vrijdag in Londen met zijn Engelstalige voorstelling International, een dolgedraaid soort gastcollege met diverse nummers uit de zes programma's die hij tot dusver in eigen land maakte. Drie jaar geleden deed hij, op het zomerse theaterfestival van Edinburgh, voor het eerst een poging Engelstalig publiek te trekken; zijn vrouw moest toen hoogstpersoonlijk bezoekers van de straat plukken, omdat er anders niemand in het zaaltje zou zitten. Een jaar later trad hij er, met aanzienlijk meer succes, drie weken lang op.

Bovendien werd Liberg daar toen benaderd door de programmeur van de Purcell Room, de kleine zaal van de uit vergrijzend beton opgetrokken Royal Festival Hall in het Londense cultuurbastion aan de zuidelijke oever van de Theems. Graag wilde de man het twee avonden met Liberg proberen. Terwijl de grote zaal (de Queen Elizabeth Hall) volstroomde voor een uitvoering van Die Schöpfung van Haydn door de City of London Sinfonia, liepen er donderdag welgeteld 152 bezoekers bij de onbekende Hollander naar binnen. Daarmee was de zaal voor tweederde gevuld. De volgende avond was het vol. Zijn finale, opvallend genoeg gespeeld op een gitaar in de vorm van het logo van de in Engeland nog lang niet geaccepteerde euro, werd begeleid door on-Engels bravo-geroep.

Over voorpubliciteit had Liberg overigens niet te klagen. Hij verzorgde een gastoptreden in een goed beluisterd zaterdagochtendprogramma op de BBC-radio, waar de presentator zei dat Wim Sonneveld de enige Nederlandse artiest was die hij kende en aan Liberg vroeg of die nog leeft. In The Times was donderdag de helft van de kunstpagina aan hem gewijd. Geestdriftig omschreef de recensent, die hem in Diligentia in Den Haag had gezien, zijn optreden als “een vreemde hybride van comedy en recital, deels intellectuele sprankeling, deels slapstick”. De comedy-redacteur van het vooraanstaande uitgaansblad Time Out uitte de vrees dat Liberg te weinig weerklank zou vinden in “door de Arts Council gesubsidieerde culturele ghetto's” en concludeerde dat een sit-down comedian als hij beter zou passen in het bloeiende comedy-circuit.

Liberg vindt het een aardig compliment, maar vermoedt dat de kleine zaal van zo'n concertgebouw hem een betere start geeft dan één van de vele tientallen comedy-clubs in Londen. Hij heeft in Edinburgh al meegemaakt welke eisen aan de gemiddelde stand-up comedian worden gesteld: snel, terzake en bij voorkeur grof gebekt.

Een avondvullende voorstelling past nauwelijks in dat systeem, en zeker niet een programma waarin sommige van zijn grappen eigenlijk volstrekt serieus zijn - zoals zijn demonstratie van de muzikale bronnen van musical-maker Andrew Lloyd Webber: een stukje Mozart lag ten grondslag aan Jesus Christ Superstar en een sonate van Brahms behoefde nauwelijks enige aanpassing om de Evita-hit Don't cry for me, Argentina te worden. Tijdens een op cd vastgelegde try-out kreeg Lloyd Webber dan ook de bijnaam His Master's Thief, maar het leek Liberg verstandiger die opmerking vorige week achterwege te laten. Een advocaat is, zeker in Engeland, gauw gebeld.

Of hij snel naar Londen terug zal keren, blijkt Hans Liberg (44) in zijn hotel, op de ochtend na zijn première, nog niet te weten. Waarschijnlijk wel, gezien de reacties. “Maar ik bouw die dingen graag rustig op. Niet meteen met veel tamtam naar het buitenland gaan, waar niemand je kent. Gewoon af en toe iets proberen en intussen doorgaan met contacten leggen. Tien keer schieten, één keer raak. Zo is het in Duitsland ook gegaan.”

Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland behoren al sinds 1992 tot Libergs werkterrein. Hij heeft er tournees langs concertzalen gemaakt, soms zelfs in het gezelschap van een symfonie-orkest. Die uitstapjes maakte hij meestal aan het eind van een theaterseizoen in Nederland. “Voortaan ben ik trouwens van plan in de tourschema's iets meer ruimte open te houden voor optreden in het buitenland. Die dingen komen vaak op korte termijn op, dan moet je de ruimte hebben erop in te gaan. Vorig seizoen heb ik 200 voorstellingen in Nederland gespeeld, en dat kan wel iets minder. Maar verkijk je er niet op; het is heel goed mogelijk iets in het buitenland te doen en toch de volgende avond weer in Doetinchem te staan.”

Komend najaar heeft liberg in elk geval al een paar Nederlandse voorstellingen afgezegd om naar New York te kunnen gaan. Vorig najaar won hij daar een Emmy Award in de categorie popular arts voor zijn tv-montage van voorstellingen in het Engels, Duits en Nederlands, die hier door de TROS werd uitgezonden. Zijn dank-toespraakje viel zo zeer in goede aarde, dat hem is gevraagd dit keer de hele presentatie van de belangrijkste Amerikaanse televisieprijzen voor zijn rekening te nemen. “De bevestiging is nog niet binnen,” zegt hij, “dus ik reken nergens op. Maar natuurlijk zou het erg leuk zijn als het doorging. Het geeft altijd een kick om te zien dat de dingen die je thuis in Utrecht zit te verzinnen, ook blijken te werken in het buitenland.”

    • Henk van Gelder