Formatie-debat zal niets ophelderen

De informateurs verschijnen woensdag in de Kamer om van gedachten te wisselen over de voortgang van de kabinetsformatie. Althans, dat wil de oppositie. Maar de informateurs kunnen niets zeggen - en de Kamer weet dat. Volgens Kees van der Malen wordt het dus een non-debat en daar zit niemand op te wachten.

De Tweede Kamer voert overmorgen een curieus debat. De Kamer verlangt inlichtingen van lieden die niets kunnen zeggen. Of de informateurs Kok, Zalm en Borst maar willen uitleggen hoe het precies staat met de kabinetsformatie, zal fractievoorzitter Rosenmöller van GroenLinks met oppositionele scherpte vragen. “Wij zijn nog bezig, wacht op onze daden”, zullen de informateurs voorspelbaar antwoorden. Want zolang informateurs bezig zijn met hun formatiewerk hebben ze maar één figuur aan wie zij verantwoording schuldig zijn en dat is het staatshoofd. En het treurige is dat de Kamer dat ook heel goed weet. Zo voltrekt zich woensdag een non-debat dat alleen zal bijdragen aan de schimmigheid van de lopende kabinetsformatie.

De formatie is een erkend zwakke stee in het Nederlandse staatsbestel. Na de openheid van de verkiezingen zoeken partijen in de beslotenheid naar coalities. De kiezer heeft het nakijken en partijen die buitenspel staan ook. Onder regie van het staatshoofd werken informateurs en formateurs aan een kabinet en pas als de regeringsploeg is gevormd, legt de nieuwe minister-president in de Kamer verantwoording af. Onbevredigend voor het gekozen parlement, maar het is desondanks nog altijd een geaccepteerde situatie.

Ingrijpende voorstellen om deze kloof in de parlementaire controle op te heffen, zoals een gekozen formateur, hebben nooit een meerderheid gekregen. Als een doekje voor het bloeden besloot de Kamer vijf jaar geleden tot de introductie van de mogelijkheid om informateurs naar de Kamer te roepen. De afspraak was dat informateurs alleen worden gevraagd als zij hun werk afgerond hebben, met andere woorden als zij hun opdracht van het staatshoofd hebben uitgevoerd. Zo verschenen de informateurs Van Aardenne c.s. bij de formatie van 1994 pas in de Kamer nadat een - eerste - poging tot de vorming van een paarse coalitie was mislukt. Niet dat zij vreselijk veel zeiden, want informateurs die hun werk hebben beëindigd 'verdampen', zo is de staatsrechtelijke praktijk: zij worden geacht niet uit de beslotenheid van de onderhandelingskamer te rapporteren.

Waarom zo moeilijk gedaan? Waarom vraagt de oppositie in de Kamer Kok, Borst en Zalm niet in hun andere rol, die van minister. Als informateur leggen zij geen verantwoording af, als minister zijn ze voluit aanspreekbaar. Want demissionaire ministers hebben nog altijd de verplichting alles te doen wat in het belang van het Koninkrijk nodig is. Dus misschien zou de Kamer de drie formerende ministers kunnen vragen in hoeverre die dubbelrol hun handelen belemmert? En verder zou aan de ministers kunnen worden gevraagd hoelang zij die dubbelrol nog willen voortzetten.

Hoe inventief is de oppositie? Voor alle drie de ministers is toch minstens één zaak van eminent belang te formuleren. Zou minister Zalm bijvoorbeeld opheldering kunnen geven over berichten dat voor de begroting van volgend jaar wordt gedacht aan een groeipercentage van drie procent? En staat dit groeicijfer niet op gespannen voet met een verantwoord begrotingsbeheer? Of heeft hij de Zalm-norm misschien al losgelaten?

En zou mevrouw Borst opheldering kunnen geven over de aanhoudende berichten dat de medicijnprijzen onbelemmerd blijven stijgen? Hoe denkt zij deze kosten te kunnen beperken of accepteert zij misschien dat nieuwe uitgaven, zoals voor het opheffen van wachtlijsten, worden weggedrukt?

En kan minister-president Kok misschien opheldering geven over de tegenstrijdige adviezen die twee gewichtige instanties - het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en het Centraal Planbureau - geven over de mogelijke groei van de luchthaven Schiphol? En hoe lang wil hij de onduidelijkheid over de grenzen van Schiphol nog laten voortduren?

Het zijn stuk voor stuk kwesties die in de kabinetsformatie een belangrijke rol spelen. Door de informateurs in hun rol van minister te ondervragen, dwingt de Kamer verantwoording in plaats van stilzwijgen af. Zo vervult het parlement de rol die het moet spelen: controleur van het kabinet en voorkomt het dat zijn gezag wordt aangetast, want van een non-debat is nog nooit één kiezer geïmponeerd geraakt.

Mistigheid is er in de kabinetsformatie al genoeg. Neem de rol van de reeksen Kamerleden die zich bij de onderhandelingen laten betrekken door de informateurs desgevraagd van informatie, oplossingen of compromissen te voorzien. Nog nooit zijn zoveel Kamerleden tegelijk actief geweest voor dienstdoende informateurs. “U vraagt en wij rapporteren”, lijkt de houding van de parlementariërs van de beoogde regeringspartijen. Voor informateurs en onderhandelaars is het een lonende aanpak: zij masseren en binden de betrokken fracties nog voor deze het resultaat - een concept-regeerakkoord - moeten beoordelen.

Voor Kamerleden, althans die Kamerleden die een dualistische rol van het parlement voorstaan, moet deze gang van zaken een gruwel zijn. GPV-Kamerlid Schutte constateerde vorige week terecht dat rond de formatiebesprekingen een soort schaduw-parlement is ontstaan. Pleidooien voor dualisme die straks ongetwijfeld weer uit de kring van PvdA, VVD of D66 zullen klinken, zijn na deze kabinetsformatie bij voorbaat ongeloofwaardig.

Schimmig is ook de rol van de informateurs. Wat hebben Kok, Borst en Zalm eigenlijk zelf gedaan sinds zij vijf weken geleden aantraden? Zijn zij alleen maar veredelde procesbegeleiders die de tijd zijn werk laten doen en blijven ze zelf in-actief? Deze week hopen ze een praatpapier te produceren over het financiële kader voor het regeerakkoord. Opmerkelijk genoeg is het alleen nog maar een probeersel. Terwijl Kamerleden in werkgroepen compromissen moeten aandragen, de onderhandelaars Bolkestein, Wallage en De Graaf vooral afwachten, komen de informateurs met een praatpapier. Formaties hebben in Nederland traditioneel de snelheid van een slak die afremt in de bocht, maar de huidige informateurs gaan wel héél voorzichtig te werk. Bijna zou de kiezer vergeten dat deze formatie er één is tussen partijen die al met elkaar regeren en ook vóór de verkiezingen zeiden met elkaar verder te willen. Natuurlijk, de krachtsverhoudingen zijn door de verkiezingsuitslag veranderd, maar zeiden de partijen na de informatieronde van De Vries niet met elkaar verder te willen gaan?

Het heeft er veel van weg dat Kok, Borst en Zalm elkaar in de weg zitten. De drie ministers-informateurs delen hun verantwoordelijkheid zo sterk dat de doortastendheid er onder lijdt. In feite is de figuur van drie informateurs een monstrum. Hoezo eigenlijk drie? De PvdA was toch de duidelijke winnaar van de verkiezingen? Kok mocht niet alleen formeren, daarvoor was het wantrouwen van de VVD te groot en dus moest uiteindelijk ook D66 een informateur leveren. Het trio is zo een kopie van de drie onderhandelaars: belanghebbenden uit de drie partijen. Jammer voor de verantwoordelijkheid, want die is zo grotendeels zoek.

Wie o wie moet in deze formatie de doorbraak forceren? Bij het ontbreken van een alternatief zijn de partijen tot elkaar veroordeeld. Geen enkele partij wil te vroeg bewegen op straffe van verlies aan invloed in het te vormen kabinet. Vroeger konden informateurs met een minder betrokken achtergrond een doorbraak afdwingen. Beel, de vroegere vice-president van de Raad van State en prominent KVP'er, was zo iemand. Hij benutte de beslotenheid van het proces en dwong partijen tot afspraken. “Moet Kok niet eens het voortouw nemen”, zo viel de afgelopen week in de kring van de onderhandelende partijen te vernemen. Maar Kok is geen Beel: hij heeft een minder soevereine positie en kan ook minder makkelijk mislukken.

Wie moet de PvdA naar voren schuiven als Kok en zijn collega-informateurs mislukken? Het is interessant om te kijken welke elder statesmen voorhanden zijn om een eventuele tweede poging te ondernemen. Allereerst de koninklijke categorie, de ministers van Staat: oud-minister Toxopeus (VVD) kampt met een zwakke gezondheid, oud-minister Van der Stoel (PvdA) is hiervoor niet 'gebakken'. Blijven over drie CDA'ers: de oud-premiers Zijlstra en Lubbers en de vorige vice-president van de Raad van State, Scholten.

Het zal niet gebeuren, maar het zou een mooie vorm van ironie zijn: een CDA'er die Paars II formeert omdat de betrokken partijen er niet toe in staat zijn.