Een sterfhuis ter verpozing

Twee oude leeuwen slapen dwars door het gegil van tientallen kinderen heen. Pas als de oppasser de tuinslang erop zet, wordt er eentje wakker. Hij schudt zijn manen droog, wandelt even door de piepkleine kooi en legt dan gapend de kop weer op de poten.

Omdat er maar één Palestijnse dierentuin is, die in Kalkilya, weten de meeste Palestijnen niet beter of het hoort zo: de leeuwen die slapend op hun einde wachten, een bejaard nijlpaard in een tobbe, een krokodil zonder pootjes die in een troebel poeltje angstig met zijn ogen knippert. Zo'n drieduizend bezoekers wandelen hier elke dag onder de verveloze poort door, waar de directeur hun eigenhandig een dagkaart verkoopt.

Maar nu Kalkilya een Nederlandse zusterstad heeft gevonden, zullen die bezoekers spoedig echt wat beleven. Want die zusterstad is Emmen, en Emmen kan bogen op een van de beste dierentuinen van Europa. De burgemeesters van Emmen en Kalkilya - een Palestijnse autonome stad op de Westelijke Jordaanoever, nog geen tien kilometer van Tel Aviv - tekenden in februari een 'Intentieverklaring'. De Nederlanders helpen Kalkilya de watervoorziening te verbeteren, de gemeentelijke diensten meer 'klantgericht' te maken en de dierentuin op te knappen.

Eind mei reisde Wijbren Landsman van het Noorder Dierenpark met een gemeente-ambtenaar uit Emmen naar de dierentuin van Kalkilya om te zien wat er nodig is voor de renovatie. Hij schat dat de opknapbeurt 1,5 a 2 miljoen gulden gaat kosten, een bedrag dat van de Nederlandse overheid moet komen. Het Noorder Dierenpark zal de expertise leveren.

De dierentuin beslaat twee hectare aan de rand van het stadje, waar zo'n 45.000 Palestijnen wonen - meest arbeiders die in Israel werken. Aan de westkant wordt Kalkylia begrensd door de groene lijn die de Westelijke Jordaanoever van Israel scheidt. Aan de oostkant wordt het stadje omgord door joodse nederzettingen. Meteen buiten de bebouwde kom liggen de Israelische checkpoints en houdt het autonome gebied op. Uitbreiden is er dus niet bij - niet voor de stad zelf en niet voor de dierentuin. Als je bij de giraffekooi staat zie je overal de nederzettingen liggen: witte huizen met helrode daken, waar wegen naartoe lopen waar geen Palestijn mag rijden. Middenin de dierentuin staat een transformatorhuis met een hek vol Hebreeuwse verbodsborden. Zware elektriciteitskabels voeren rakelings over de apenkooi naar de nederzettingen. “Ik heb drie brieven aan de Israeliërs geschreven”, zegt burgemeester Marouf Zahran, “met het verzoek om die transformator naar Israelisch gebied te verhuizen. Maar de Israeliërs zeggen dat het te duur is.”

Volgens de Palestijnen is dat niet de enige hinderpaal die de Israeliërs opwerpen. De dierentuin moet het hebben van bezoekers uit de hele Westelijke Jordaanoever. Maar tijdens een militaire afsluiting grendelt Israel alle autonome steden af en kan niemand Kalkilya bereiken. Dat geldt ook voor de medewerkers van de dierentuin die van buiten Kalkilya komen. Palestijnen uit Gaza zijn al drie jaar niet in staat naar de Westelijke Jordaanoever te komen. Zij moeten daarvoor dwars door Israel en dat is verboden.

“En dan de dieren”, zucht Abu Meshir, de directeur van het dierenpark. “Voor de vredesakkoorden van Oslo kregen we wel eens afdankertjes van Israelische dierentuinen. Als we beesten uit andere landen kregen, liet Israel ze altijd door. Dierenvrienden onder elkaar, hè. Maar dat is voorbij.”

Zo wilde de dierentuin in Jeruzalem laatst een tijger aan Kalkilya geven. Maar de transactie ging niet door omdat de gemeenteraad van Jeruzalem politieke bezwaren had. Volgens de Palestijnen werd de tijger - die ze ten slotte wel kregen - “expres door de Israeliërs gesteriliseerd, zodat ze geen jongen werpt.” Ook weigerde Israel een Afrikaanse olifant door te laten, die vanuit een Israelische haven naar Kalkilya vervoerd moest worden. De olifantenkooi is leeg, want de oude olifant is al dood. “Israel ziet elk nieuw dier als een gevaarlijk teken van Palestijnse soevereiniteit”, klaagt Abu Meshir.

Dus roeit de dierentuin met de riemen die ze heeft. Oppasser Fawaz, die hier vier jaar geleden zonder ervaring kwam werken, pookt onbevreesd met een stok in een zwarte opgerolde slang. Ook die is oud. Palestijnse families verdringen zich voor het glazen hokje. Als de slang zijn kop warempel opricht, dansen de kleuters op de schouders van hun vader.

Vroeger gingen Palestijnse gezinnen naar zee om zich te vermaken of naar Jeruzalem. Sinds 'Oslo' is dat verboden gebied. De laatste tijd zijn de eerste zwembaden en attractieparken geopend op de Westelijke Jordaanoever, maar die worden commercieel uitgebaat en vragen te hoge entreeprijzen voor een doorsnee gezin. De dierentuin is openbaar, goedkoop en dus geschikt voor de poor man's holiday. “Wij komen hier elke vrijdag”, zegt Esmahan Azzoni, een gesluierde onderwijzeres uit Tulkarem met twee kleine kinderen. “Ik sponsor liever een overheidsinstelling dan de achterzak van een rijke Palestijn. Dat is goed voor de onafhankelijkheid.”

Vaders dragen hier op vrijdag niet alleen baby's, maar ook barbecues en tassen proviand naar binnen. De hele dag zijn de schommels bezet en is het dringen voor de botsautootjes die het dierenpark een jaar geleden van een Israelische speeltuin kocht. Een oude tractor rijdt luid bellend over de nauwe paden, met aanhangwagens vol kinderen. Er is een perk in aanleg waar jonge gelieven onder het struweel kunnen smoezen. “Als we geen dieren kunnen krijgen, bedenken we wel andere dingen”, zegt Abu Mazouz, bedenker van deze attracties.

Als Emmen het project doorzet, is alles over een jaar of drie anders. Er komen ruime kooien, een vogeltuin en een kinderboerderij met een educatief programma. Al hoopt de directeur in Kalkilya natuurlijk stilletjes ook op een paar jonge leeuwen, die de kinderen zonder tussenkomst van de tuinslang grommend de stuipen op het lijf jagen.

    • Caroline de Gruyter