Deense scheidsrechter Kim Nielsen zal wel eens laten zien wat voetballen is; Duitse tackles brengen Joego's in de war

LENS, 22 JUNI. Pixie ligt op de grond. Hij grijpt naar zijn enkel en zijn knie, rolt een beetje heen en weer. Hij kermt van de pijn. Op de tribune joelen en fluiten Duitsers. Lompe Duitsers, die niet weten dat hij ècht pijn heeft. Net zo dom en lomp als die Duitser die Pixie een enorme schop heeft verkocht. Net zo dom als die scheidsrechter die het niet nodig vindt die lompe Duitser een gele kaart te geven - of gewoon een rode.

Waar zijn die strenge straffen nou, scheidsrechter? Dragan Stojkovic ligt niet voor niets te kermen. Net als andere scheidsrechters heeft u toch ook van meneer Blatter, de secretaris-generaal van de FIFA, opdracht gekregen in te grijpen bij zware tackles en zeker bij een tackle-van-achter? Kim Nielsen, de Deen, vindt het kennelijk nodig voor eigen rechter te spelen. Zoveel tackles deze middag, vooral van de Duitsers, zoveel tackles van achter, op de hielen, hakken en enkels en maar één gele kaart. Dat is weer eens wat anders. Een gele kaart voor Lothar Matthäus nota bene, niet eens de smerigste Duitser op het veld deze middag. Nee, die Nielsen begrijpt er weinig van voetbal.

Nielsen heeft zijn landgenoten horen klagen, nadat er twee met een rode kaart uit het veld werden gestuurd in de wedstrijd tegen Zuid-Afrika. Hij moet het met hen eens zijn geweest toen ze zeiden dat het schandalig was. Ze konden niet eens voetballen en mochten niet eens slidings maken van die scheidsrechter uit Colombia. Doelman Schmeichel zei het nog: “Scheidsrechters begrijpen niet dat het voetbal is.” Nou, die Nielsen, een 37-jarige veelbelovende scheidsrechter, wilde wel eens laten zien dat hij weet wat voetbal is.

Toevallig kan Pixie tegenwoordig tegen een stootje. Acht jaar geleden kreeg hij als speler van Olympique Marseille een schop tegen zijn knie. Hij gold in die tijd als een van de grootste talenten van Europa. Een Joegoslaaf, gekomen van Rode Ster Belgrado, met een balbehandeling en een schot in de benen om van te smullen. Een wonderkind, een genie zoals alle genieën met nummer 10 op zijn rug. Het zou na die schop heel lang niet meer goed komen met Stojkovic. Er volgden drie knie-operaties, maar ze hielpen weinig. Tenslotte nam hij de wijk naar Japan, naar Nagoya Grampus Eight.

In Japan bloeide Stojkovic langzaam weer op. Zijn trainer was lange tijd Arsène Wenger, de man die Arsenal het afgelopen seizoen kampioen maakte. Vooral dankzij deze Fransman en zijn trainingsmethoden werd Stojkovic sterker en weer beter. Hij werd uitgeroepen tot de beste speler van de J-League, de Japanse eredivisie. En toen Wenger twee jaar geleden een aanbod kreeg van Arsenal, wilde hij deze Joegoslaaf meenemen. “Ik heb drie grote voetballers meegemaakt, Weah, Hoddle en Stojkovic, jij moet mee om Arsenal kampioen te maken”, zou Wenger hebben gezegd. Stojkovic voelde zich vereerd, maar bleef. De club bood hem een verdubbeling van zijn salaris. En dat kon hij met een vrouw en twee kinderen niet weigeren.

Waarom hij Pixie heet? Omdat hij al meer dan twintig jaar Pixie heet. Toen hij nog de beste voetballer van de straat was in Nis onderbrak hij elke avond het voetbalpartijtje omdat hij op de televisie moest kijken naar Tom en Jerry, de twee cartoonmuizen. Een muis is in de Joegoslavische taal van Nis: Pixie. Op 14-jarige leeftijd ging hij naar Radnicki Nis, de club van zijn dromen. Maar het duurde niet lang of de verkenners van Rode Ster hadden zijn talent ontdekt. Nu is hij op 33-jarige leeftijd de baas van het elftal van Joegoslavië. Hij is niet alleen aanvoerder. Hij vormt met Dejan Savicevic het duo dat bondscoach en oud-international Slobodan Santrac zegt hoe het elftal moet worden opgesteld.

Pixie is ouder, trager en voorzichtiger geworden. Maar vaak zie je toch weer de heerlijke klasse van vroeger. Lui maar sluw. Hij is bescheiden, maar o zo belangrijk.

Altijd heeft Joegoslavië tot de kanshebbers voor de titel behoord. Vroeger al, toen het land nog één was. Nu weer, als team van Serviërs en Montenegrijnen. Zo veel kwaliteit heeft bijna geen enkel team in het veld. Maar nooit gaat het goed tot het einde. Dan valt het elftal uiteen door ruzies. Eén tegendoelpunt en de ploeg raakt het spoor bijster. Zoals gistermiddag in Lens.

Na een doelpunt van Stankovic in de eerste helft en Stojkovic kort na de rust (na een enorme blunder van de Duitse doelman Köpke), waren de Joegoslaven op weg naar een opmerkelijke overwinning. Maar daar was dan weer die onevenwichtigheid, dat gebrek aan saamhorigheid en sluimerende angst om te verliezen. Een dozijn Duitse tackles op de enkels die niet werden bestraft en de Joegoslaven waren in de war. Een vrije trap van de Duitse invaller Michael Tarnat, die via een voet van een Joegoslaaf in het doel verdween, maakte van de Joegoslaven een elftal in paniek. Nog geen tien minuten voor het einde kopte Bierhoff de zwakke, maar altijd gevaarlijke Duitsers naar 2-2. Hoe was het mogelijk?

Een van de twee elftallen die elkaar in Lens bestreden, wordt waarschijnlijk de tegenstander van Nederland in de achtste finales. Duitsland heet de Angstgegner te zijn van Oranje. Duitsers zijn zoals ze zijn, nooit opgeven altijd doorgaan. Maar misschien moet Nederland meer de Joegoslaven vrezen. Wanneer het deze heerlijke, gekke voetballers meezit, zij eindelijk eens de handen negentig minuten ineenslaan, Mijatovic scoort en Stojkovic van de scheidsrechter de kans krijgt zijn talent te demonstreren, krijgt Oranje alle hoeken van het veld te zien. Maar, dat zou wel een bijzonder wonder zijn.