De zinkende zon

JAPAN DREIGT weg te zakken in een depressie, een spiraal van dalende prijzen, afnemende vraag, stijgende werkloosheid en een krimpende economie. En nog steeds maken de Japanse politieke leiders geen aanstalten om maatregelen te nemen. Ook niet nadat de G-7, de groep van machtigste industrielanden, afgelopen weekeinde spoedoverleg over de Japanse crisis in Tokio heeft gevoerd en de Japanse leiders tot spoed heeft gemaand. Eerst wil de regerende Liberaal Democratische Partij de verkiezingen van 12 juli achter de rug hebben.

Het is al vaak vastgesteld: Japan kent geen politiek centrum voor besluitvorming. Dit vormt een deel van de verklaring hoe het mogelijk is dat Japan sinds 1990 worstelt met een financiële crisis zonder die op te lossen. En hoe Japan, dat eind jaren tachtig werd beschouwd als de nieuwe economische grootmacht in de wereld (boeken met titels als 'Japan as number 1' waren niet aan te slepen), in enkele jaren tijd de zwakste schakel in de wereldeconomie is geworden.

De muntcrises in de Aziatische 'tijger'-landen deden vorig jaar in Japan de balans omslaan. Japanse banken behoorden tot de belangrijkste financiers van deze landen, Japanse ondernemingen tot de voornaamste leveranciers van kapitaalgoederen. De bankleningen waren plotseling niets meer waard, de exportmarkten vielen weg. Terwijl het IMF probeerde de crises met miljardeninfusen te beheersen, sloeg in Japan de economische angst toe. Inmiddels verkeert de Japanse economie officieel in een recessie, dalen de prijzen en sparen de burgers liever hun geld dan dat ze het uitgeven. Mega-stimuleringspaketten (het laatste van 228 miljard gulden) en een verwaarloosbare rente hebben niet geholpen om de economie aan te zwengelen.

DE KERN VAN de Japanse depressie is de crisis in het bankwezen. De Japanse banken zijn opgescheept met torenhoge 'slechte leningen', leningen die nooit of hooguit voor een deel kunnen worden terugbetaald omdat de debiteuren failliet zijn, de onderpanden in waarde zijn gekelderd of de projecten sowieso niet rendabel waren. Kunstmatig gestuurde kredietverlening - door de overheid of door zakelijke belangengroepen - is een economische ramp zoals in Japan en elders in Azië opnieuw blijkt.

De vraag is nu actueel hoe nóg erger kan worden voorkomen. Internationale (dat wil zeggen Amerikaanse) betrokkenheid is daarbij van belang. Maar de grootste verantwoordelijkheid ligt bij Japan zelf om eindelijk schoon schip te maken in de financiële sector, slechte banken te sluiten en goede banken de kans te geven zich aan de malaise te onttrekken. Daarnaast moet het vertrouwen in de economie terugkeren zodat de Japanners weer gaan besteden en bedrijven weer gaan investeren.

De enige manier om uit de spiraal van depressie en deflatie te raken, zo hebben gezaghebbende economen onlangs geopperd, is om de inflatie te laten oplopen in Japan. Geldontwaarding moedigt mensen aan om hun geld in goederen om te zetten en het helpt om de waarde van uitstaande schulden uit te hollen. Dat kan het gevoel van economische verlamming doorbreken. Het is een paardenmiddel, en het is risicovol omdat het ten koste gaat van een stabiele yen. Maar aangezien Japan er niet in is geslaagd om op andere manieren zijn crisis te bezweren, is het misschien de laatste uitweg.