DE HELE FAMILIE OP DE VUILNISBELT

Met een vierde plaats maakte Bart Brentjens gisteren zijn rentree bij het NK mountainbiken. Hij was door twee gescheurde pezen en een gebroken sleutelbeen twee maanden uit koers geweest. Zijn trainer Gert-Jan Theunisse, zijn soigneur Petra Brentjens-Libregts en zijn manager Lieske Theunisse-Libregts maakten het familiefeest compleet.

Vader Piet Libregts had zijn dochters nog zo gewaarschuwd. 'Kom nooit met een wielrenner naar huis, daar heb je niks aan', adviseerde de voormalige bondscoach van de KNWU. De wijze raad van Libregts senior sorteerde geen effect. Zijn oudste dochter Lieske trouwde met Gert-Jan Theunisse, de markante klimspecialist. Zijn jongste dochter Petra trouwde met Bart Brentjens, de ingetogen mountainbiker. “Pa vindt het stilletjes toch wel leuk”, zegt Lieske. “Bovendien is hij al lang blij dat wij zelf niet fietsen, want wielrennen vindt hij geen meidensport.”

Terwijl de zusters Libregts onderling contact houden met een walkietalkie en bij de verschillende bevoorradingsposten hun werk doen, voeren hun echtgenoten een verwoede strijd op de oude vuilnisbelt van Bergschenhoek. Theunisse struint als een bezetene kriskras over het geaccidenteerde middenterrein en lijkt volledig hersteld van zijn partiële dwarslaesie. Bij elke struik, achter elke vijver, op elke heuveltop geeft hij aanmoedigingen aan zijn zwoegende zwager. De opbeurende woorden veranderen per ronde van tekst en ondertoon. “Niet te zwaar, niet forceren, blijf ronddraaien, denk aan je omwenteling, pas op Boezewinkel”.

Brentjens is matig van start gegaan, maar hij herstelt zich goed en belandt in een kopgroep met de ploeggenoten Patrick Tolhoek en Bas van Dooren. Na een uur fietsen blijkt het gebrek aan wedstrijdritme te groot. Met de tong uit de mond finisht hij op ruime achterstand van de nieuwe titelhouder Tolhoek, de jonge belofte Van Dooren en de ervaren veldrijder Erik Boezewinkel. Olympisch kampioen Brentjens komt als vierde over de eindstreep. “Hij heeft gevochten als een Brabants-Limburgse tijger”, galmt de speaker over het recreatiepark De Rottemeren.

Bart Brentjens gooit zijn goudkleurige fiets tegen de afrastering en ploft buiten adem op een gereedstaande stoel. Petra Brentjens toont haar kwaliteiten als soigneur en verfrist het bezwete lijf met een natte washand en een droge handdoek. Ze masseert alle mannelijke en vrouwelijke renners van het team Specialized. Het vertrouwde lichaam van Bart heeft haar voorkeur. “Ik ken zijn gevoelige plekken. Hij had er vorig jaar moeite mee toen ik de andere jongens begon te masseren. Maar inmiddels is hij wel gewend.”

Het lange, gespierde lijf van Brentjens zit onder de wonden en littekens. Het zijn de overblijfselen van een ongeluk op 29 april, toen een auto geen voorrang gaf en de wielrenner “plat op de bek ging”. Brentjens scheurde twee pezen van zijn rechterhand en bleek bij nader onderzoek ook een sleutelbeen te hebben gebroken. Een paar weken later fietste hij heel voorzichtig een rondje rond het dorp, maar de lichaamscoördinatie liet te wensen over. Hij smakte met zijn gipsen manchet tegen het asfalt en keerde met een bloedende knie huiswaarts. Intussen zijn de meeste korsten opgedroogd en komt Brentjens langzaam maar zeker in de gewenste vorm voor de Tour de France, die begin augustus wordt verreden.

“Ik moest erg wennen aan het vele draaien en keren, het was een lastig parcours. Mijn armspieren waren nog zwak. Ik had weinig kracht bij het trekken aan het stuur. Op het laatst kreeg ik ook kramp in mijn hand. Maar ik ben beslist niet ontevreden. Ik miste drie maanden wedstrijdritme en kon me toch aardig meten met de rest. Vergeet niet dat Tolhoek en Van Dooren dit jaar tot de wereldtop behoren. Zij hebben het mountainbiken in Nederland een nieuwe impuls gegeven. Ik ben hier niet langer onklopbaar.”

De hegemonie van Brentjens duurde tot en met de zomer van 1996. In Atlanta vierde de mislukte wegrenner zijn hoogtepunt als mountainbiker. Hij won de gouden medaille en verdiende een zeer lucratief contract bij de Amerikaanse sponsor Specialized. Volgens ingewijden is Brentjens momenteel de best betaalde wielrenner van Nederland. In sportief opzicht gaat het sinds vorig seizoen bergafwaarts. Hij schrijft zijn mindere prestaties toe aan de vele beslommeringen na de Olympische Spelen.

“Je komt nooit meer van het stempel af. Iedereen houdt je in de gaten. Ik heb 's winters te weinig rust genomen en kwam 's zomers zowel geestelijk als lichamelijk tekort. Ik had een onrustig gevoel in mijn lichaam en ging mezelf steeds meer forceren. Dit jaar ben ik met een schone lei begonnen. Ik ben terug naar de basis gegaan en stond weer als een jonge hond aan de start. Maar toen gooide die valpartij roet in het eten. Ik kon weer van voren af aan beginnen. Op dat moment is Gert-Jan een grote steun voor me geweest. Hij heeft nog veel meer tegenslag gehad en is er altijd weer bovenop gekomen.”

Als erkende brokkenpiloot was Theunisse ook bij het eerste ongeluk van Brentjens betrokken, maar de martelaar uit Schaijk kwam er dit keer zonder kleerscheuren af. Theunisse heeft als renner en als trainer bijna alles gebroken en gescheurd wat hij kon breken en scheuren. “Ik ben een kat met zeven levens”, vertelde hij vorig jaar in deze krant.

Na een turbulente wielerloopbaan, compleet met bergprijzen en dopingzaken, is hij de laatste drie seizoenen actief als begeleider van Brentjens. Tijdens een trainingsritje toont hij zich nog regelmatig de snelste van de twee. “Ik kan m'n eigen nog goed pijn doen”, zegt Theunisse met een verlegen lach op het bruinverbrande gezicht. Wijzend naar zijn kaalgeschoren klimmersbenen. “Goed voor de moraal.”

Met zijn lange, blonde manen en zijn opvallend grote tatoeages wordt hij in Bergschenhoek door alle toeschouwers herkend. “Het is net een neger”, fluistert een jongetje tegen zijn vader. “Nee, het is net een Indiaan”, zegt de vader tegen het jongetje. Volgens Petra Brentjens kan Bart in aanwezigheid van Theunisse anoniem rondreizen. “Gert-Jan heeft een kop uit duizenden”, zegt Petra.

Een half jaar geleden lag de oermens Theunisse - hij sliep in zijn jeugd vrijwillig op een spijkerbed - met verlammingsverschijnselen op de sofa. Hij was aangereden tijdens een trainingsritje in Frankrijk. De artsen twijfelden aan volledig herstel, maar ze onderschatten zijn doorzettingsvermogen. De fysiotherapeuten stelden een aprt oefenprogramma samen, ze wachten dit voorjaar tevergeefs op de revaliderende patiënt. “Ik heb geen tijd om langs te gaan. Net negen weken van huis geweest en geen centje pijn”, zegt Theunisse met een stalen gezicht.

De familie Brentjens-Libregts en de familie Theunisse-Libregts verblijven regelmatig in Australië en de Verenigde Staten, waar het mountainbiken veel populairder is dan de orthodoxe wielersport. Het Nederlandse viertal staat onder contract bij Specialized, een fietsfabrikant uit Californië met een jaarlijke begroting van een half miljard gulden. Manager Lieske vertelt vol bewondering over de oude hippie Mike Sinyard, die in 1974 op een kapotte bakfiets wielerartikelen ging verkopen. Bijna een kwart eeuw later gaat hij als puisant rijke directeur nog steeds zonder poespas door het leven. “Als we bij hem op bezoek zijn, maakt hij altijd een grote pan met spaghetti. Hoewel hij genoeg centjes heeft om ons mee uit eten te nemen”, zegt Lieske

Lieske Theunisse-Libregts en Petra Brentjens-Libregts roemen de gemoedelijke ambiance onder de mountainbikers. Het is een klein wereldje, zonder de list en het bedrog die het cyclisme zo mysterieus maken. Van een heuse wielersfeer is in Bergschenhoek geen sprake. Naast de steile klimwand en de kunstmatige skipiste fietsen enkele honderden coureurs in flitsende kleding door het zand en over het gras. Bart Brentjens en Gert-Jan Theunisse hebben geen oog voor de randverschijnselen. “We zijn alleen maar met de Tour bezig. Daarvoor moet alles wijken”, zeggen ze in koor.

    • Jaap Bloembergen