Baan verliezen in China is niet langer erg

De herstructurering van de Chinese economie vergt grote offers. Het leger werklozen groeit snel in China. Maar het is niet alleen ellende wat de klok slaat. De staat claimt grote successen bij haar pogingen nieuwe banen te scheppen voor 'afgevloeide' staatsarbeiders.

TIANJIN, 22 JUNI. Het was niet precies de modelwerkloze die het panel van de Chinese Vrouwenfederatie van Tianjin had bedoeld: A'xin, de Japanse heldin in een televisiedrama, die in wekelijkse afleveringen van een kwartier strijd voert met haar bestaan in armoede. Aan het eind van de serie weet zij op eigen kracht haar problemen te boven te komen en komt alles toch nog goed. De voormalige textielarbeidster Liu Zhen raakt er nog van in vervoering als ze over haar grote voorbeeld praat. “Ik was zo onder de indruk van het verhaal van A'xin”, zegt de 45-jarige vrouw. “Zij had helemaal niets meer, net als ik. Maar ze heeft gevochten en succes behaald. Ik heb veel geleerd van A'xin.”

Het blijft even stil in het warme zaaltje van het hoofdkantoor. Wat was de reden van de bijeenkomst? De Vrouwenfederatie van Tianjin licht de pers in over de successen die de industriestad heeft behaald bij zijn grootschalige inkrimping van de staatssector. 320.000 overbodige staatsarbeiders, van wie 60 procent vrouwen, moesten vorig jaar aan een nieuwe baan worden geholpen. De Vrouwenfederatie kon 50.000 van hen in datzelfde jaar hulp bieden. De één leerde gestoomde broodjes maken, de ander vond een baan als huishoudster of begon een groentenwinkel. En dat allemaal na tussenkomst van de Vrouwenfederatie.

En toen kreeg Liu Zhen het woord. Niet de Vrouwenfederatie, maar een fictieve werkloze, ongelukkige Japanse bleek haar bron van inspiratie te zijn geweest. Toen ze haar boosheid op haar werkgever die haar in 1991 op straat had gezet, probeerde weg te slikken, toen zij besloot dat de inkomsten van haar man niet voldoende waren voor de scholing van haar twee dochters, bij het nadenken over het vinden van een andere baan, en bij haar pogingen te leren rijden met een wankele bakfiets - op al die momenten dacht ze aan A'xin, zo vertelt ze de aanwezigen.

Zhao Fei (39), tot 1991 werkzaam bij de officiële vakbond van een textielfabriek, pakt de draad weer op. “Afvloeiing is niet verkeerd. Het is meer een kwestie van een keuze. Je kunt er de staat niet de schuld van geven.” Net als de andere leden van het panel hanteert Zhao de terminologie die gangbaar is in een samenleving, die worstelt met het vinden van een ideologische verklaring voor de teloorgang van de socialistische staatseconomie. Je baan verliezen bij een staatsbedrijf betekent niet dat je 'werkloos' wordt, maar dat je wordt 'afgevloeid'. De werkgever herkent je nog als een werknemer, maar moedigt je aan elders een baan te vinden. Het theoretisch verschil is, dat wanneer dat niet lukt, de werkgever belooft een oplossing te verzinnen. In praktijk evenwel, zijn de meeste 'afgevloeide' arbeiders gewoon werkloos - in de Westerse zin van het woord, minus alle sociale vangnetten die in het Westen van toepassing zijn.

De boodschap die het Chinese propaganda-apparaat de afgelopen maanden heeft doen uitgaan, is precies dezelfde als die van textielarbeider Zhao Fei: afgevloeid worden, of beter dus werkloos worden, is helemaal niet erg. Integendeel, mocht u na bijna 50 jaar Chinees socialisme van mening zijn dat fabrieksarbeid een zeer wenselijke invulling van het werkzaam leven is, dan heeft u het bij het verkeerde eind. Voormalig fabrieksarbeidster Lu Peiling in de China Daily over haar vroegere werk: “Het machinale dagelijkse leven had mijn belangstelling en enthousiasme voor mijzelf en de wereld geheel weggenomen”, zegt zij in een artikel over de twijfel, struikelblokken en 'geef niet op'-ervaringen van afgevloeide staatsarbeiders. “Ik nam de dagen zoals ze kwamen, zonder te beseffen dat mijn creativiteit en energie met het verstrijken der dagen begon af te nemen.” De journalist van het artikel, die onder de toepasselijke naam Xia Gang - 'Afgevloeid' - publiceert, meldt met zoveel woorden dat ontslag het beste bij de mensen bovenhaalt. “Het biedt velen een kans te putten uit de eigen mogelijkheden”, schrijft hij.

De wijze waarop de Chinese regering nieuws over afvloeiingen, werkloosheid, ontslag of herintreding verpakt en aan de bevolking presenteert, maakt het probleem waarmee China in toenemend mate wordt geconfronteerd, niet minder groot. De Chinese media hebben gemeld, dat in het eerste kwartaal van dit jaar 217.000 staatsarbeiders zijn afgevloeid. Daarmee zou het totale aantal werkloze staatsarbeiders tot 6,6 miljoen zijn gestegen. Volgens de bekende Chinese econoom Hu Angang wonen in de steden 13 miljoen werklozen en zullen de staatsbedrijven in de komende drie jaar nog eens acht tot tien miljoen overbodig geworden werknemers ophoesten. Hij stelt vast dat met de vier miljoen overheidsambtenaren die zullen worden afgevloeid en de aanhoudende trek naar de steden van vele miljoenen werkloze boeren, het werkloosheidspercentage in China vele malen hoger is dan de 3,1 procent die het Chinese ministerie van Arbeid formeel hanteert.

De aandacht in deze sombere tijden van bestaansonzekerheid concenteert zich op Shanghai. Daar is volgens de Chinese media sprake van het grootste aantal afgevloeide arbeiders, en is desondanks “in de afgelopen paar jaar” bijna een miljoen werklozen aan een nieuwe baan geholpen. “Wij creëren de meeste banen in heel China”, zegt Chou Chaodong van het 'herintredingscentrum' van het Bureau voor Arbeid in Shanghai. Dat is een belangrijke mededeling, zegt hij zelf, want de buitenlandse media, zo weet hij, staan vol jobstijdingen. De succesvolle projecten, zoals die door zijn bureau worden gelanceerd, komen amper aan bod.

De stad, met in 1990 nog een industriële werkgelegenheid van 3,6 miljoen mensen (op een totale beroepsbevolking van vijf miljoen) streeft naar een industrieel potentieel van twee miljoen mensen in het jaar 2000. In de afgelopen zeven jaar zouden al 1,2 miljoen fabrieksarbeiders aan een nieuwe baan zijn geholpen. Dat betekent dat tot de eeuwwisseling nog 400.000 arbeiders zullen worden afgevloeid en moeten worden geholpen. Volgens ambtenaar Chou is dat geen probleem.

“We willen dit jaar 250.000 arbeiders van ander werk voorzien”, zegt hij. “Daarmee is ruim de helft van het probleem opgelost.” Zijn bureau begeleidt werkloze arbeiders gedurende twee jaar. De voormalige staatswerknemers ontvangen, indien gewenst, minimale financiële bijstand, worden omgeschoold en in contact gebracht met hoofdzakelijk particuliere bedrijven. De kosten van die begeleiding worden verdeeld over de centrale overheid, de voormalige werkgever en het stedelijk Bureau van Arbeid. “Het is een uniek systeem”, zegt Chou. “Het scheelt de staatsbedrijven tweederde in kosten, die ze zonder onze hulp hadden moeten maken. Daarom krijgt ons herintredingsprogramma veel steun.”

Het programma is zo succesvol dat, waar elders in China de groei van het aantal overbodige staatsarbeiders oneindig lijkt, bij het Bureau van Arbeid in Shanghai al wordt gesproken over 'zelf-opheffende maatregelen'. “Over twee jaar is het probleem opgelost”, zegt Chou. “Het concept van afvloeiing zal dan uit Shanghai zijn verdwenen.” De staatsbedrijven die dan nog over zijn gebleven “zullen sterk genoeg zijn hun problemen zelf op te lossen.” En de arbeiders die daarna alsnog hun baan verliezen, komen, aldus Chou, niet meer in aanmerking voor het herintredingscentrum van het Bureau van Arbeid. “Zij zijn dan gewoon werkloos”, zegt hij. Het is voor het eerst dat hij het woord gebruikt.