'Aanpak van illegale vreemdelingen vereist meer persoonlijke aanpak'

De 40.000 tot 100.000 illegalen in Nederland komen steeds meer in de marge van de samenleving terecht en verdwijnen 'ondergronds'. Dat blijkt uit recent onderzoek van de Erasmus universiteit. Wat doet de politie?

ROTTERDAM, 22 JUNI. De Noordafrikaanse arrestant wacht met zijn antwoord. Hij kijkt naar het houten plafond van het kleine wachtkamertje aan de Rotterdamse Duivenvoordestraat alsof de zegen van boven moet komen. Dan slaat hij zijn ogen neer: “Papieren zoek. Kan niet vinden.”

De brigadier van de Vreemdelingendienst kent het antwoord uitentreuren. Steeds meer illegale vreemdelingen die opgepakt worden kunnen niet geïdentificeerd worden en zijn dan technisch niet verwijderbaar. Alleen vervolgonderzoek met uitwiseling van vingerafdrukken met de landen van herkomst en de noodzakelijke medewerking van ambassades, consulaten en politie elders kan resultaten opleveren. De Vreemdelingendienst geeft toe dat dat een lange weg is. Sommige regeringen geven geen medewerking en naar een aantal landen kunnen illegalen niet worden teruggestuurd.

Vaak geven arrestanten valse namen op en onjuiste adressen. De helft van de opgepakte illegalen komt na in bewaringstelling weer vrij. De meeste illegalen ontlopen de politie. Hoogste prioriteit bij de vreemdelingendienst vormen illegalen verdacht van crimineel gedrag. In het Erasmus-rapport 'De ongekende stad' klaagt een functionaris van de Vreemdelingendienst dat het erop lijkt of criminele illegalen diplomatieke onschendbaarheid genieten. Volgens het rapport zijn zij het moeilijkst uitzetbaar omdat zij geen papieren hebben. Regeringen weigeren vaak om landgenoten die in aanraking zijn gekomen met justitie terug te nemen.

De Vreemdelingendienst heeft meer mankracht gekregen. Maar de computersystemen van politie onderling en van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) sluiten niet op elkaar aan. Toegang tot belangrijke gegevens is niet direct voor handen. De wijkagent die met illegalen te maken krijgt wil allereerst rust in zijn buurt en laat soms na de vreemdelingendienst bij een verhoor of een arrestatie te betrekken of weet niet dat het om illegalen gaat. “Wij willen geen razzia's,” is het devies van de politie. De onderzoekers van de Erasmus universiteit spreken van een 'symbolisch beleid voor een onoplosbaar sociaal probleem'.

Om leefbaarheid en veiligheid in buurten te bevorderen is sinds kort een onderzoek begonnen naar de 'vreemdeling in de strafrechtketen' (VRIS). Daarbij valt op dat er slecht wordt gecommuniceerd tussen verschillende instanties die met verdachte vreemdelingen te maken krijgen. “Soms zie je rechters taakstraffen geven aan vreemdelingen die hier illegaal verblijven. Die komen dan te werken in een bejaardenhuis terwijl ze eigenlijk niet mogen werken. Of de rechter spreekt ze vrij en zegt ga maar naar huis. Maar volgens andere wetgeving heeft hij hier geen huis,” zegt inspecteur F. Kornaat die het onderzoek voor justitie uitvoert.

Kornaat is van mening dat én bij Nederlanders én bij vreemdelingen niet altijd even duidelijk is met welke persoon men te maken krijgt. “We moeten te weten zien te komen waarom bepaalde personen telkens weer ontsporen. Dat vereist een persoonlijke aanpak en betere kennis van de omgeving waarin zij leven. Bij jeugdige delinquenten doen we dat veel beter. Daar zijn programma's voor. In plaats van incidentgericht beleid zou het meer om personen moeten gaan. Bij het begin van misdragingen moet al duidelijk zijn met wie we te maken hebben. Dan kan daar ook rekening mee worden gehouden in het strafproces.”

Kornaat neemt niet aan dat de politie door de Koppelingswet, die 1 juli van kracht wordt en waarin is bepaald dat bestanden worden uitgewisseld, met minder illegalen te maken krijgt. Zij zullen ook dan ondersteuning krijgen in hun eigen gemeenschappen en zorgen dat zij 'ondergronds' blijven. Werkgevers die nu ondanks de hoge boetes illegalen laten werken zullen volgens de politie door de Koppelingswet niet worden afgeschrikt. Wie illegaal opereerde, kan dat blijven doen. Ook het lenen van ziekenfondspasjes en Sofi-nummers, het sluiten van schijnhuwelijken en handel in paspoorten zal door de Koppelingswet niet afnemen. De politie heeft grote moeite om daar paal en perk aan te stellen en degenen die die pasjes en nummers te zien krijgt kan niet zien dat ze geleend zijn.

Hoge prioriteit bij de Vreemdelingendienst is identificatie van vreemdelingen te verbeteren en erachter te komen waarom sommige illegalen zo vaak veroordeeld worden en niet uitzetbaar zijn. De politiek moet dan volgens Kornaat beslissen of de huidige wetgeving en het beleid toereikend zijn.

    • Willebrord Nieuwenhuis