Zielsgelukkig met de Duitse mark

Precies vijftig jaar geleden werd een nieuwe Duitse munt ingevoerd, de D-mark. In de aanloop naar de de Europese eenheidsmunt, de euro, herdenkt Duitsland met een zweem van weemoed.

BONN, 20 JUNI. “We waren zielsgelukkig met de komst van de Duitse mark. De mark gaf ons weer vertrouwen in de toekomst. Vanaf dat moment ging het bergopwaarts. Ik ben met mijn marken meteen naar de winkel gerend om een paar nylons te kopen. Zulke kousen waren de droom van iedere jonge vrouw.”

Christine Rausch herinnert zich de invoering van de D-mark als de dag van gisteren. Toen was ze een jonge vrouw van 26 jaar, een Sudetenduitse die uit Tsjechië met haar ouders naar Duitsland was gekomen. Nu is ze 76 jaar. “Voor het eerst in lange tijd kon de kleine man zich weer iets permitteren. En iedereen had werk”, zegt Rausch in de kleine 'Biergarten' achter haar krantenkiosk in Bonn, waar ze nog altijd werkt. “Voor ons was de mark het begin van de nieuwe welvaart.”

Precies vijftig jaar geleden werd de Duitse mark ingevoerd. Het geboorte-uur van de munt wordt vandaag grootscheeps herdacht met lezingen en tentoonstellingen. De televisiezender ZDF tourt zelfs met een bus door het land om ieders ervaringen met de munt te horen. Want de Duitsers houden van de mark, die stabiliteit en voorspoed heeft gebracht.

Maar over de feestelijkheden hangt een zweem van weemoed. Zal de nieuwe euro net zo stabiel worden als de mark, vragen veel Duitsers zich angstig af. Hoewel de tegenstanders afnemen, ziet nog altijd een meerderheid van de bevolking de komst van de Europese munt in 2002 met lede ogen tegemoet. “Als de euro net zo'n succes wordt als de mark, kunnen we ons gelukkig prijzen”, zegt Christine Rausch.

Ook minister Theo Waigel van Financiën (CSU) stelde gisteren vast dat de geschiedenis van de mark een grote “successtory” is. Onder het motto 'Met de D-mark naar Europa' herdacht de minister in Bonn het ontstaan van de munt, samen met Wim Duisenberg, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, Bundesbankpresident Hans Tietmeyer en de Amerikaanse ambassadeur John Kornblum. Want tenslotte was de mark een uitvinding van de Amerikanen.

Het ontstaan van de Duitse munt begon als een spannende 'Krimi'. Op 20 april 1948 lieten de geallieerden, die na de oorlog het westelijk deel van Duitsland hadden bezet, een groep Duitse en Amerikaanse monetaire specialisten in een geblindeerde bus naar een oude kazerne in Rothwesten brengen, in de deelstaat Hessen. 'Operatie Bird Dog' (jachthond) was begonnen, de grootste geldoperatie aller tijden. In het diepste geheim moesten zij de introductie van een nieuwe munt voorbereiden, die de waardeloze Rijksmark van Hitler zou vervangen.

Het was 'Stunde Null'. Duitsland stond voor een nieuw begin. Onder leiding van de jonge Amerikaan Edward Tenenbaum werd in 49 dagen een plan voor de monetaire en economische toekomst van Duitsland ontworpen. Op zondag 20 juni 1948 werden 23.000 kisten met nieuwe marken over het westen van het land verdeeld. Alle biljetten waren al maanden tevoren in Amerika gedrukt.

Het was een historische dag. Het geld van de overwinnaars kwam in handen van de verliezers van de oorlog. “We kregen ieder 40 mark”, zegt Christine Rausch. “Van de ene dag op de andere konden we alles kopen. Plotseling lagen de etalages weer vol met waren. Dat was eigenlijk heel eigenaardig.”

Voor die tijd waren alle levensmiddelen alleen op rantsoen verkrijgbaar. Winkeliers hielden waren achter voor de zwarte markt. Met de invoering van de mark werd aan die noodsituatie acuut een einde gemaakt.

Pagina19: Een nieuwe economische orde

De mark werd het symbool van de economische wederopbouw van Duitsland, die het 'Wirtschaftswunder' tot gevolg had. De munt ontwikkelde zich tot een van de stabielste valuta ter wereld en werd na de dollar de belangrijkste reservemunt.

Minister Waigel onderstreepte dat deze prestatie vooral het resultaat was van een succesvol financieel en economisch beleid, dat door de toenmalige minister van Economische Zaken Ludwig Erhard (de latere bondskanselier) was gevoerd.

Voor Erhard hoorden invoering van de mark en de introductie van de sociale markteconomie onlosmakelijk bij elkaar. Een monetaire hervorming zonder economische hervorming was zinloos. Erhard zette een vergaande liberalisering van de economie in, waarbij de invloed van de staat werd teruggedrongen; prijzen en lonen werden vrijgelaten.

Zo beschikte West-Duitsland in korte tijd over een nieuwe munt en een nieuwe economische orde, nog voor het een nieuwe grondwet had en de Bondsrepubliek als staat was opgericht. Dat verklaart ook de sterke identificerende kracht die van de mark op de burgers uitging.

De Duitse Bundesbank, die begon als Bank deutscher Länder, waakte over de stabiliteit van de mark. Terwijl de mark gedurende de afgelopen vijftig jaar driekwart van zijn koopkracht heeft ingeboet, lukte het de Bundesbank door een consequente politiek van prijsstabiliteit de munt hard te houden.

Minister Waigel rekende voor dat de prijzen in Duitsland de laatste vijftig jaar jaarlijks slechts 3 procent stegen. In de Verenigde Staten bedroeg de gemiddelde prijsstijging daarentegen 4,1 procent, in Frankrijk 5,6 procent en in Italië zelfs 7,1 procent.

De onafhankelijke politiek van de centrale bank en de markteconomische hervormingen van Erhard bleken op langere termijn “veel belangrijker te zijn geweest dan een kelder vol goudstaven”, stelde Hans Tietmeyer, president van de Bundesbank vast.

De sociale markteconomie was het overtuigende antwoord op de dwaalwegen van de jaren dertig en veertig en op de collectivistische commando-economie van de nazi's. Maar hoewel het vertrouwen in de Duitse munt tot vandaag ongebroken is, zijn twijfels gerezen of de ordeningsprincipes van de sociale markteconomie wel tegen de verhevigde internationale concurrentie zijn opgewassen. De erfenis van Erhard - het aandeel van de staat is opgejaagd tot de helft van het bruto binnenlands product, de BRD heeft de hoogste arbeidskosten per uur in de EU en een overbelast sociaal stelsel - is een zware hypotheek geworden.

De euro is Europa's antwoord op de globalisering, stelde minister Waigel terecht vast. De strenge criteria voor inflatie, staatsschuld en overheidsuitgaven moeten ook tot de gewenste hervorming van Erhards markteconomie leiden.

“De mark heeft welvaart gebracht”, zegt Christine Rausch. “Maar de economie is pas echt sterk geworden doordat iedereen na de oorlog jarenlang vlijtig en hard heeft gewerkt. Zelfs 's nachts waren de boeren nog met grote schijnwerpers op het land bezig. Dat harde werken kun je nu wel vergeten. Te veel mensen willen veel krijgen en er weinig voor doen. Ik ben niet bang voor de euro. Maar ook die munt zal net als de mark zijn vertrouwen moeten verdienen en dat kan alleen door hard werken.”