Zeven ego's die schreeuwen om aandacht

De Presentatie '98. Voorstellingen: Penthesilea, naar Heinrich von Kleist, door de Toneelschool Arnhem, regie: Jaap Spijkers en Theu Boermans; Hedda Hedda, van Gerardjan Rijnders, door de Toneelschool Amsterdam; regie: Gerardjan Rijnders en Lineke Rijxman. Gezien: 15 en 18/6 Leidse Schouwburg. Daarna op 21 en 22/6 (Hedda Hedda) en op 27 t/m 29/6 (Penthesilea) in het Internationaal Theaterschool Festival. Res (020) 626 68 66.

De toneelschoolstudenten in de voorstelling Hedda Hedda zijn geen vrolijke types. 'Ach, die school, een noodzakelijk kwaad, en daarna wordt het alleen maar erger', zegt een van hen met een boosaardige grijns. Ze staan onder druk, deze zeven studenten: de premièredatum van hun afstudeerproject Hedda Gabler komt vervaarlijk dichtbij en als die heisa achter de rug is wacht het zwarte gat.

Gerardjan Rijnders, in het theatervak gepokt en gemazeld, schreef Hedda Hedda voor de eindexamenklas van de Amsterdamse Toneelschool. Niet zonder sadistisch genoegen laat hij die klasgenootjes een drama spelen dat op het hunne lijkt - al is het niet te hopen dat zij elkaar in werkelijkheid ook zo hartgrondig haten. Want niemand in Hedda Hedda gunt elkaar het licht in de ogen. Werk, voor de naschoolse periode, is schaars, en wie er desondanks in slaagt een contract of subsidie binnen te halen brengt zijn maatjes een zware slag toe. Het feit dat men ineens uitsluitend voor zichzelf moet zorgen vreet aan de teamgeest en de voorbereidingen voor Hedda Gabler verlopen stroever dan stroef.

Zeven ego's zitten elkaar in de weg en schreeuwen constant om aandacht. Het meisje dat Hedda moet spelen bijvoorbeeld vist onvermoeibaar naar complimentjes: 'Hoe was ik? Hoe ben ik? Vind je mij niet goed?' Wanneer de reacties verflauwen verzint ze iets nieuws om in het middelpunt van de belangstelling te komen te staan; pathetisch kondigt zij aan NIET te spelen vanavond. Helaas, ook dát laat haar collega's siberisch. Behalve aan hun toekomstige loopbaan hebben zij hun handen vol aan hun verliefdheden, die ondanks of misschien juist dankzij de haat (nergens liggen liefde en haat zo dicht bij elkaar als in het theater) heftige vormen aannemen.

Samen met co-regisseur Lineke Rijxman geeft Rijnders zijn komedie veel vaart. Op de morsige theaterschoolgang waar de klasgenoten elkaar ontmoeten slaan de deuren driftig open en dicht; kwaaie woorden vliegen over en weer en misverstand wordt op misverstand gestapeld, want de staccatotekstjes zijn, zoals altijd bij Gerardjan Rijnders, vatbaar voor tweeërlei uitleg. Knipogen naar het hedenlandse toneelwereldje blijven daarbij niet uit. Zo zet de regisseur van Hedda Gabler, gespeeld door Rijnders himself, de spelers aan tot prestaties door hen te vertellen dat 'Sjefke van Theater van 't Zuiden' zal komen kijken. Dat blijkt een leugen-om-bestwil. Natuurlijk was Sjefke er op de première niet bij; hij zat immers op het Holland Festival in Amsterdam...

In Leiden lachte men om die toespeling op de activiteiten van Ivo van Hove, maar iets treurigs had de opmerking ook. Het mooie initiatief van de Leidse Schouwburg om de afstudeerproducties van de vier Nederlandse toneelscholen in een grote zaal te presenteren, op vier verschillende avonden, viel goeddeels in het water door het wegblijven van het publiek. Niet dat álle voorstellingen van 'De Presentatie '98' in Leiden nu zo bezienswaardig waren. Vergeleken met het spel van Vincent Croiset en Sandra Mattie, Turan Furat en Floor Notte, Peggy Jane de Schepper, Rob Verheijen en Lies Visschedijk, allemaal uit Amsterdam, was dat van de eindexamenkandidaten van de toneelschool uit Arnhem een sof.

Hier gedrevenheid, doorleefdheid en wijze ironie, daar vlakheid, onnozelheid en kinderachtig gemeel. Theu Boermans en Jaap Spijkers, respectievelijk leider van en acteur bij De Trust, maakten met de Arnhemse studenten een rommelige Penthesilea. In hun poging het moeilijke stuk van Von Kleist tot een ook voor jongeren begrijpelijk niveau terug te brengen ontdeden zij het drama van alle tragiek; ja, ze zetten de Amazones voor schut. Die droegen beha's waar het Hema-merkje nog aan hing en hun archaïsche Afrikaanse strijdgezang paste totaal niet bij de quasi-moderne enscenering, waarbij het podium keurig was ingedeeld in twee blokken, met rechts de Amazones en links de Grieken. Aangezien de Arnhemse klas uit een overdaad aan meisjes bestaat mochten die om de beurt een stukje Penthesilea spelen. Geforceerd, verwarrend en flauw, want op die manier kwam geen van de hoofdrolspeelsters goed op dreef. Ik vroeg me sowieso af of deze klas wel talent heeft. Persoonlijkheden kon ik in elk geval niet ontdekken.

Enfin, u moet het zelf maar gaan zien. In het Internationaal Theaterschool Festival, vanaf morgen op verschillende Amsterdamse locaties, zullen Hedda Hedda en Penthesilea worden herhaald. Ook andere binnen- en buitenlandse afstudeerprojecten, zowel toneel als mime en dans en bewegingstheater, zullen dan worden getoond: tot en met 30 juni.

    • Anneriek de Jong