Wijers was nooit meer dan een manager

Hans Wijers maakte gisteren bekend niet beschikbaar te zijn voor het volgende kabinet. Portret van een manager die succesvoller was als minister dan als D66'er, precies voor Wijers de reden om op te stappen.

DEN HAAG, 20 JUNI. Het gezamenlijke optreden van de demissionaire ministers Wijers (Economische Zaken) en Sorgdrager (Justitie) tijdens een congres vorige week in Den Haag, leek tekenend voor de verschillen tussen beide D66-politici. Sorgdrager, een weinig succesvolle bewindsvrouwe in het kabinet-Kok, haastte zich na enkele stuurse opmerkingen ruim voor het einde naar buiten. Wijers nam vol zelfvertrouwen de tijd om het economisch beleid van paars te etaleren.

Het is achteraf bezien het laatste publieke optreden geweest van Wijers. Misschien dat hijzelf dat toen al besefte. Zijn toespraak had door de opsomming van de successen en de zaken die nog gedaan moeten worden, veel weg van een testament van zijn ministerschap. De politiek moet, zo besloot hij, de “vaart houden” in het verder dynamiseren van de economie en misschien moest dat gebeuren door “nieuwe mensen”. De consultant Wijers was zelf 'nieuw' toen hij in 1994 aantrad als minister en maakte snel naam door de 'vaart' die hij maakte met de bezuinigingen die hem door het regeerakkoord waren opgelegd. Anders dan betrekkelijk kleurloze voorgangers zoals Andriessen (CDA) en De Korte (VVD) wist hij het economische beleid zowaar enig sex appeal te verschaffen. Het paarse kabinet gaf, in de woorden van Wijers, de Nederlandse economie meer dynamiek, verbeterde de (publieke) dienstverlening, en “democratiseerde het economisch leven”. Dat betekende minder regels, niet langer een bescherming van gevestigde economische posities, en meer marktwerking.

Wijers droeg daar flink aan bij door de administratieve lasten van het bedrijfsleven te verlagen, de notarissen na een kwart eeuw getouwtrek enkele privileges te ontnemen, de vaste makelaarstarieven af te schaffen en de oliemaatschappijen onder vuur te nemen.

De verruiming van de winkeltijdenwet is een van de opvallendste wapenfeiten van Wijers. De nieuwe mededingingswetgeving en de waakhond voor de concurrentie, de NMa, heeft Wijers zelf aangeduid als een “mijlpaal” in zijn ministerschap. Prijs- en marktafspraken zijn per 1 januari verboden, net als misbruik van economische machtsposities. De vernieuwde concurrentiewetgeving werd zonder enige twijfel de belangrijkste ordening van de Nederlandse economie van de laatste 25 jaar.

Bij zijn eigen departement wordt de concurrentiewet gezien als hét teken dat het ministerie niet langer een Haagse belangenbehartiger is van het Nederlandse bedrijfsleven. Toch heeft Wijers zich soms gevoelig getoond voor gevestigde economische posities. Het elektronica-concern Philips bijvoorbeeld kreeg met de technolease-constructie volgens Europees commissaris Van Miert een verhulde vorm van staatssteun. Wijers heeft deze operatie van zijn voorganger Andriessen altijd verdedigd. Ook handhaaft hij, ondanks bezwaren van de VVD, de jaarlijkse 100 miljoen gulden technologiesubsidie aan Philips.

Wijers heeft zich ook weinig gelegen laten liggen aan de stille revolutie in het bedrijfsleven. Een vergroting van de invloed van de aandeelhouders moet leiden tot een grotere verantwoordingsplicht van het ondernemingsbestuur, dat in Nederland nog altijd in handen is van een kleine groep zichzelf benoemende commissarissen. Aanbevelingen daartoe van de commissie-Peters zijn door Wijers echter grotendeels genegeerd.

Toch heeft Wijers met zijn inbreng als minister uiteindelijk meer voor het landsbestuur kunnen betekenen, dan voor zijn eigen partij. Hij mocht dan een spilfunctie in het kabinet vervullen als bemiddelaar tussen bijvoorbeeld de tegenpolen Zalm (VVD) en Melkert (PvdA), hij weigerde categorisch de genoemde successen naar zich zelf of naar D66 toe te trekken. Dat zijn partij zeer slecht scoorde in de opinie-peilingen, was voor Wijers geen aanleiding die houding ineens te veranderen.

Het feit dat Wijers gisteren een persconferentie gaf over zijn besluit zich terug te trekken, was een andere aanwijzing dat hij zich op belangrijke momenten weinig aan de partij gelegen liet liggen. Tegen de zin van de partijleiding van D66 in, die een nadelig effect van zijn besluit op de kabinetsformatie vreesde, lichtte Wijers zijn besluit uitgebreid tegenover de pers toe. Fractievoorzitter De Graaf mocht dan gisteren zeggen dat het nog helemaal niet de tijd was om over de personele invulling van het aanstaande kabinet te praten, Wijers vond dat die tijd wel gekomen was. Hij voelde zich daartoe genoopt door enkele krantenberichten van gisteren, zei hij.

Wijers verklaarde dat D66 straks vooral bewindslieden nodig heeft die sterk het partijprofiel kunnen uitdragen. “De Tweede-Kamerverkiezingen hebben geleid tot andere politieke verhoudingen waarin het nodig is dat D66-ministers zich nog sterker dan in het eerste paarse kabinet als D66-ers moeten profileren”, aldus Wijers. Hij vond zichzelf niet geschikt voor die rol. “Aan de prestaties en motivatie van nieuwe D66-ministers moeten zo mogelijk nog hogere eisen worden gesteld dan aan degenen die in paars I zaten.”

Wijers, die zegt te hechten aan zijn privé-leven met zijn werkende vrouw en twee kinderen, had geconcludeerd die motivatie niet meer te kunnen opbrengen. Wel zei hij een terugkeer in de politiek zeker niet uit te sluiten.

    • Karel Berkhout
    • Kees Versteegh