Waarheid is niet van belang in strijd Ethiopië en Eritrea

De waarheid was zoals gewoonlijk het eerste slachtoffer van de oorlog tussen Eritrea en Ethiopië. De propagandamachines van beide landen draaien op volle toeren. De Ethiopische wint het.

ADDIS ABEBA, 20 JUNI. Iedere morgen geeft een woordvoerster van de Ethiopische regering in het duurste hotel van de hoofdstad Addis Abeba een persconferentie over de crisis met Eritrea. Erg subtiel is de informatie niet. “De Eritrese president Issayas is een dictator”, verkondigt woordvoerster Selome Taddesse. “De Eritrese regering heeft er economisch een rotzooitje van gemaakt. Daarom valt ze nu Ethiopië aan, om de aandacht af te leiden van de binnenlandse moeilijkheden.”

De Ethiopische propagandamachine draait op volle toeren, met meer succes dan die van Eritrea. De Eritrese leiders zijn fascisten die aan een psychische ziekte lijden, schrijft de overheidskrant The Ethiopian Herald. De crisis verergert met de dag, laat de minister van Buitenlandse Zaken weten. Wij hebben de afgelopen weken tienduizend Eritrese soldaten gedood en verwond, onthult Selome Taddese. Over Ethiopische verliezen heeft ze geen informatie.

Eritrea presenteerde aan de media eerder deze maand twee landkaarten als bewijsstukken van zijn gelijk. Een koloniale Italiaanse van begin deze eeuw waarop de betwiste Yirga-driehoek staat afgebeeld als Eritrees grondgebied, en een andere die vorig jaar was gedrukt in de Noord-Ethiopische provincie Tigré waarop de driehoek juist bij Ethiopië hoort. Deze Tigrese landkaart toont voor Eritrea onomstotelijk aan dat Ethiopië een deel van zijn grondgebied wil inpikken. Ethiopische functionarissen zeggen niets te weten van deze landkaarten. Zij weten wel met zekerheid te melden dat de driehoek van Ethiopië is. Westerse diplomaten in Addis Abeba volgen de Ethiopische lijn: Eritrea gedraagt zich strijdlustig, van de twee landkaarten hebben zij geen kennis. Eritrea heeft de propagandaslag tegen Ethiopië verloren.

Het sluimerende grensconflict ontaardde begin vorige maand in een oorlog na een incident in de Yirga-driehoek. Overleg op hoog niveau tussen militairen van beide landen in het betwiste gebied liep uit op een schietpartij waarbij enkele Eritrese officieren het leven lieten. Het Eritrese regime greep daarop onmiddellijk naar de wapens: dezelfde dag nog trok het Eritrese leger de driehoek binnen. Daarbij lieten de Eritreeërs het niet. Zij bezetten een stuk Ethiopisch grondgebied buiten de driehoek en rond het oostelijker gelegen Zalambesa ook Ethiopisch gebied waarover geen dispuut bestaat. Het conflict escaleerde verder na luchtbombardementen, begonnen door Ethiopië met een aanval op de luchthaven van de Eritrese hoofdstad Asmara.

De waarheid was zoals gewoonlijk het eerste slachtoffer van de oorlog. Beide partijen beschuldigen bij iedere nieuwe veldslag de ander ervan de strijd te zijn begonnen. Beide zeggen de ander te hebben teruggedreven na de gevechten. Het conflict draait al lang niet meer om de Yirga-driehoek. Beide legers versterken zich op alle fronten. Gekrenkte trots speelt een grote rol in een regio waar politieke geschillen met de wapens worden beslecht. De krijgerstraditie van beide regimes - door een lange bevrijdingsstrijd kwamen ze aan de macht - versterkt deze tendens. Het jeugdige Eritrea vermoedt een Ethiopisch complot om zijn onafhankelijkheid weer af te nemen. Het Ethiopische regime voelt zich in de rug geschoten door Eritrea, waaraan het zo genereus in 1991 de onafhankelijkheid verleende. Economische geschillen maken het conflict nog moeilijker op te lossen. De introductie in november door Eritrea van zijn eigen munteenheid de nacfa - Eritrea gebruikte de Ethiopische birr - deed de onderlinge relaties verslechteren. “Als ze een eigen munteenheid willen, moeten ze ook de bittere pil maar slikken”, betoogt een naaste medewerker van de Ethiopische premier Meles Zenawi. Ethiopië wees Eritrese voorstellen af om de nacfa en birr verwisselbaar te maken en eist dat alle onderlinge handel in dollars plaatsheeft. “Ze willen hun onafhankelijke staat met hun eigen nacfa”, vervolgt de medewerker van Meles. “Nou, dan zeggen wij dat we met ze handelen zoals met ieder land, dat is dus in dollars.”

De Eritrese vrees dat Ethiopië van plan is om Eritrea weer in te lijven, blijkt niet geheel ongegrond. Weliswaar maakt zo'n streven geen onderdeel uit van de officiële politiek van de regering van premier Meles, maar een aanzienlijk deel van de Ethiopische bevolking droomt er wel van. “Eritrea begon deze oorlog, laten wij Ethiopiërs er nu mee doorgaan en onze kans grijpen”, zegt een advocaat en oppositiepoliticus in Addis Abeba. “Ethiopiës toegang tot de zee werd afgesloten door Eritrea's afscheiding. Laten we de Eritrese havenstad Asab veroveren. Er bestaat geen oude landkaart als rechtvaardiging om Asab in te nemen, maar wel een economische reden. Het is een kwestie van overleving voor Ethiopië. Meles had in 1991 nooit akkoord moeten gaan met Eritrea's onafhankelijkheid.”

De verdeelde Ethiopische bevolking heeft zich achter de niet algemeen geliefde Meles geschaard in het conflict met Eritrea. De woede over het Eritrese bombardement op Makelle waarbij burgerdoelen doelwit waren, wakkerde het Ethiopische nationalisme aan. Meles neemt doorgaans een bedaarde houding aan wanneer hij over het conflict praat, maar achter de schermen voelt hij de hete adem in zijn nek van haviken in zijn regime die keihard willen terugslaan tegen Eritrea. “Er zijn politici in zijn regering en militairen in het leger die graag Asab zouden willen innemen als vergelding voor de Eritrese agressie”, zegt een diplomaat. “Al in de jaren tachtig toen de verzetsbeweging van Meles nog in de bush vocht, bestond er binnen zijn beweging onenigheid over wat te doen met Eritrea. De politiek van Meles om toe te geven aan de Eritrese eisen was omstreden.”

De positie van Meles binnen het regime is kwetsbaar geworden als gevolg van het conflict. Als de oorlog voortduurt - en beide partijen bereiden zich daarop voor - loopt hij geen gevaar zolang hij zich vastberaden opstelt. Maakt hij in de ogen van menig Ethiopiër dezelfde fout als in 1991 door toe te geven aan Eritrese druk, dan zouden zijn collega's tegen hem in actie kunnen komen.

De cynische inwoners van Addis Abeba, die Meles' guerrillastrijders koel ontvingen in 1991, zijn zich bewust van het dilemma waarmee de premier worstelt. “We weten dat hij links en rechts klappen krijgt van zijn eigen collega's”, zegt een marktkoopman met nauwelijks onderdrukte voldoening. “Als hem dat aanmoedigt de Eritreërs een lesje te leren, dan staan we achter hem. Als hij daarna alsnog wordt afgezet, hebben we twee vliegen in één klap geslagen.”