Vraag domineert arbeidsmarkt; Minder dan 300.000 werklozen, meer dan 80.000 vacatures

Nederland telt voor het eerst in 17 jaar minder dan 300.000 werkzoekenden. Het aantal openstaande vacatures, nu al meer dan 80.000, loopt intussen op. Vraag en aanbod groeien uit elkaar.

ROTTERDAM, 20 JUNI. De arbeidsbureaus zien hun werk veranderen. Het accent lag jarenlang op het inzetbaar maken en bemiddelen van werkzoekenden naar een beperkt aantal beschikbare banen. Tegenwoordig kloppen werkgevers zelf bij de arbeidsbureaus aan om openstaande vacatures met gekwalificeerd personeel ingevuld te krijgen.

Intussen blijft de werkgelegenheid de pan uit rijzen. Het Centraal Plan Bureau (CPB) verwacht dat er in 1998 165.000 arbeidsplaatsen van twaalf uur per week of meer bijkomen (1997: 153.000). In april verwachtte het CPB nog 154.000 nieuwe banen voor dit jaar, maar vorige week stelde het zijn prognose naar boven toe bij.

De voor 1998 door het CPB geraamde werkloosheid van 364.000 werd gisteren ook ingehaald door de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat in de maanden maart, april en mei van dit jaar gemiddeld 289.000 werkzoekenden telde, 92.000 minder dan in dezelfde periode vorig jaar (een daling van 24 procent). Gecorrigeerd voor seizoensinvloeden komt het cijfer op 294.000 uit. De laatste keer dat de werkloosheid onder de 300.000 uit kwam was in 1981.

Niet bekend

Relatief stijgt het aandeel van langdurig werklozen op de totale werkloosheid, echter van gemiddeld 50 procent in de afgelopen jaren, tot 55 procent nu. Dat komt doordat werkzoekenden die minder dan een jaar zonder werk zitten gemakkelijker weer aan het werk komen dan langdurig werklozen.

De groep werkzoekenden die overblijft wordt steeds moeilijk bemiddelbaar door hun grote afstand tot de arbeidsmarkt, het criterium waarop werkzoekenden die zich aanmelden bij arbeidsbureau of sociale dienst worden ingedeeld. Van de vier categoriën zijn de categoriën drie - na lang arbeidsinpassingstraject bemiddelbaar - en vier - (nog) niet bemiddelbaar - steeds sterker vertegenwoordigd.

De kloof tussen vraag en aanbod groeit hierdoor. De vraag, het aantal openstaande vacatures, neemt steeds meer toe, terwijl het aanbod aan gekwalificeerd personeel daalt. Werkgevers klagen hierover steen en been en pleiten voor meer scholing, zodat meer werkzoekenden wel voldoende gekwalificeerd worden.

De vakbeweging verwijt de werkgevers de hand onvoldoende in eigen boezem te steken, doordat ze tijdens CAO-onderhandelingen weigeren voldoende geld uit te trekken voor scholing. Volgens de werkgevers valt dat mee: in meer dan de helft (58 procent) van de tot nu toe afgesloten CAO's zijn afspraken gemaakt over scholing en inzetbaarheid.

Het Centraal Plan Bureau plaatst overigens kritische kanttekeningen bij het effect van scholing. Nationale scholingsplannen voor langdurig werklozen ontbreken in Nederland en arbeidsbureaus bieden weliswaar allerlei soorten cursussen en scholing aan, maar enige stroomlijning van het aanbod ontbreekt volgens het CPB. Of scholing ook daadwerkelijk rendement oplevert, staat evenmin vast. Het CPB pleit daarom voor een grondige evaluatie van de bestaande scholingsprogramma's.

    • Jochen van Barschot