Volksmystiek en bijgeloof vieren hoogtij in Israel

Al een jaar of tien zijn velen in Israel in de ban van religieuze volksmystiek bij de graven van de tsadikiem, heilige rabbijnen. Er is zelfs een 'industrie van heiligen' ontstaan, waarin jaarlijks 270 miljoen gulden omgaat.

JERUZALEM, 20 JUNI. Twee dromen had de eenvoudige boswachter Avraham Ben Chaim uit de historische Israelische stad Tsfad - een plaats waar de joodse vroomheid door de nauwe stegen en straten waart en boven de graven van heilige rabbijnen hangt. In beide, snel op elkaar volgende dromen in 1974 verscheen de al lang geleden in Marokko overleden en begraven rabbijn David Umoshe. Rabbijn Umoshe was een man wiens heiligheid en wonderbare krachten hem al bij zijn leven tot een tsadiek (heilige/rechtvaardige) maakten. Bij duizenden stroomden vrome joden uit alle delen van Marokko op zijn sterfdag naar zijn graf. De hilula, het religieuze volksfeest, was er in volle gang. Er werd gebeden. Vrouwen smeekten zwangerschap bij zijn graf af, of baden voor een echtgenoot voor de nog maagdelijke dochter.

“Slechts tien mensen vieren mijn sterfdag (in Israel) en ik vraag je waarom de Marokkaanse joden me zijn vergeten”, beklaagde de rabbijn zich in de droom waarin hij zich aan Avraham Ben Chaim openbaarde. “Ik bid toch dat de soldaten de grenzen van Erets-Israel (land van Israel) verdedigen?”

Avraham Ben Chaim vroeg de rabbijn of hij misschien wilde dat 10.000 joden uit Israel naar Marokko zouden terugkeren om de hilula bij zijn graf te vieren. “Wat is dit voor plaats?”, vroeg de rabbijn. “Dit is mijn huis” was het antwoord. “Ik wil dat op deze plaats mijn hilula wordt gevierd”, zei de rabbijn. “Ik ben rabbijn David Umoshe”, klonk het gebiedend in de droom. Sedert deze openbaring is het huis van Avraham Ben Chaim, in de Kna'an buurt 172 in Tsfad, één van de belangrijkste bedevaartplaatsen in het land geworden. Dag en nacht branden er nu kaarsen. Alleen joden die 'schoon van geest en lichaam' zijn, mogen het huis betreden en er wat achterlaten in de geldbusjes.

Het verhaal van Avraham Ben Chaim is er één uit vele. Al een jaar of tien slaat over Israel de emotie van religieuze volksmystiek bij de graven van de tsadikiem, heilige rabbijnen. Regelmatig komen er nieuwe bij of worden oude uit bijbelse tijden gevonden en vereerd. Op een kaart uit 1923 van het heilige land staan er slechts 37. Anno 1998 zijn het er al 120 en de lijst blijft groeien. In Judea en Samaria (Westelijke Jordaanoever) liggende heilige graven (in Hebron de aartsvaders, in Bethlehem het graf van Rachel) inspireren ook seculiere nationalisten om zich met hand en tand te verzetten tegen het overdragen van deze gebieden aan het Palestijnse Gezag.

Tegen de zeven miljoen bezoekers - sommigen komen vele malen - roepen de tsadikiem bij hun graven jaarlijks aan om genezing en levensgeluk. Volgens het blad Ha'arets gaat er in deze 'industrie van heiligen' jaarlijks een bedrag van 270 miljoen gulden om. Geld dat in de zakken rolt van wonderrabbijnen en wordt uitgegeven aan heilige olie, amuletten, hamsa's (een amulet in de vorm van een hand tegen het boze oog), foto's van heiligen en cassettes met door de deze rabbijnen uitgesproken heilige teksten. De commerciële tv-winkel adverteert nu met een hamsa met een klein diamantje erin. De mooie tv-presentatrice nodigt de kijkers uit om deze hamsa voor 320 gulden te kopen. “Tegen rampspoed”, zegt ze. Marktonderzoek heeft uitgewezen dat veel Israeliërs geloven in de beschermde macht van de hamsa en andere amuletten tegen het kwaad.

Deze hang naar bovennatuurlijke bescherming bereikt zijn hoogtepunt in de hilula. Volgens Yoram Bilu, een bekende Israelische antropoloog, is dit verschijnsel één van de belangrijkste ontwikkelingen van de laatste jaren in de Israelische maatschappij met diepgaande maatschappelijke en politieke gevolgen.

Deze maand is onder de titel 'Naar de graven van de tsadikiem' in het Jeruzalem-museum een eenvoudige maar overzichtelijke tentoonstelling over de pelgrimage en de mystiek en handel er omheen geopend.

Politici ontdekten eerder het electorale potentieel van de massa's, van vooral Marokkaanse joden, die naar de hilula komen van rabbijn Baba Sali in Netivot, diep in de Negev-woestijn, of naar Tsfad en tal van andere plaatsen. Daar te worden gezien kan stemmen opleveren. Veel stemmen zelfs. Belangrijker nog is een handoplegging met zegespreuk erbij door de vereerde rabbijn Yitzhak Kadouri. Over de honderd jaar is hij en de status van tsadiek geniet deze oude Marokkaanse rabbijn al jaren. Benjamin Netanyahu was zo gelukkig tijdens de verkiezingscampagne in 1996 de handoplegging van rabbijn Kadouri te krijgen. Shimon Peres liep haar mis. Waarschijnlijk heeft rabbijn Kadouri's voorkeur voor Netanyahu de verkiezingscampagne in 1996 met een neuslengte in het voordeel van de Likud-leider beslist.

De trek naar de graven van heiligen is overwegend een ontwikkeling onder de grote joodse Marokkaanse gemeenschap in Israel. Volgens de antropoloog Rubin hebben de joden in Marokko door de eeuwen heen bloot gestaan aan sterke islamitische invloeden. De hilula is uiting van uitbundig volksgeloof dat het Ashkenazische jodendom in oost-Europa niet in deze vorm heeft gekend.

Dat uit de Marokkaanse gemeenschap de drang naar de graven van tsadikiem zich - in de vorm van religieus toerisme naar Marokko - de laatste jaren zo krachtig openbaart heeft te maken het hervinden van de eigen identiteit. De Marokkaanse joden hebben de seculiere smeltkroes waarin zij in de jaren vijftig 'echte seculiere Israeliërs' moesten worden, zoals David Ben Gurion het wilde, overleefd en keren terug naar hun wortels.

In de joodse religieuze cultuur - in de talmud en mishna - wordt vrijwel geen aandacht besteed aan de verering van heilige plaatsen, met uitzondering van Jeruzalem en Hebron. Omstreeks de elfde eeuw komt daar verandering in. Dat blijkt uit reisverslagen van rabbijnen. In Praag verscheen in 1595 het reisverhaal van rabbijn Petahya uit Regensburg die in 1180 zo'n pelgrimage maakte en uitvoerig zijn bezoeken aan de graven van tsadikiem beschreef. In waarschijnlijk 1633 drukte Apud Elsevirios (Elseviers) het reisverhaal van rabbijn D. Benjami, eveneens naar de graven van rabbijnen.

In de Ashkenazische joodse cultuur wordt overwegend afwijzend op de verschillende vormen van joods volksgeloof gereageerd. Ashkenazische rabbijnen zien daarin een ernstige afwijking van de joodse godsdienst. “Deze joodse cultuur is ons vreemd”, zeiden een vrome man en vrouw van West-Europese Ashkenazische afkomst die naar een videofilmpje van de hilula tuurden in de expositieruimte in het Jeruzalem-museum.

In de getto's van Oost-Europa nam de religieuze mystiek sinds de 18de eeuw wegens het zware aardse leven ook een hoge vlucht. Ashkenazische joden in Israel trekken nu evenals hun Sefardische broeders in steeds grotere aantallen naar de graven van hun heiligen, ook naar die van de Marokkaanse joden. Op dat niveau werkt de Israelische smeltkroes uitstekend.