Vicieuze bal

WE ZIJN NOG NIET eens halverwege. Maar na anderhalve week wereldkampioenschap (WK) in Frankrijk is het al raak. Nee, het gaat niet om de kwaliteit van de voetbalwedstrijden. In de zogeheten groepswedstrijden regeren altijd de angst om te verliezen en de hoop dat uiteindelijk hogere rekenkunde uitkomst zal bieden. Het gaat om het 'randgebeuren', zoals het in de sport wordt genoemd. Na tien dagen WK is de chaos rond de kaartverkoop zo groot dat de diefstal van 15.000 toegangskaarten uit een kluis een grimlach opwekt, wordt op het veld op commando van de organisatie een record aantal rode kaarten uitgedeeld, heeft Marseille een paar dagen hooligans door de straten zien schuimen en draaide een billboard-campagne van een sportschoenenfirma uit Duitsland uit op een fiasco omdat hun logo Kluivert een paar seconden niet aan marketing dacht. Volgende week donderdagmiddag, als het Nederlands elftal zijn laatste groepswedstrijd tegen Mexico speelt, zal zelfs de kabinetsformatie in Den Haag enkele uren stil liggen.

Wie anderhalve week geleden nog dacht dat sport niet meer dan gezond vermaak is, zou nu toch wel wakker mogen worden. Voetbal, de populairste aller sporten, is een combinatie van groot geld, politieke macht en blinde liefde. Voor dat laatste bestaat vaak de meeste belangstelling. Dat is begrijpelijk. De spelers op het veld houden van de bal (en soms van elkaar). De supporters op hun beurt houden van de spelers. Als die sociale verhoudingen zich eerlijk uiten, is het soms ontroerend om te zien. De eerste twee factoren worden daarom wel eens weggemoffeld.

Maar dat laat onverlet dat het in Frankrijk meer en meer om macht gaat. Cynisch gesproken is het niet alleen een kampioenschap tussen nationale teams - op zich al een politiek fenomeen dat niet te verwaarlozen is, de samenstelling van de eretribune bij de finale in Parijs zal het bewijzen - maar ook tussen bedrijven. Adidas, Nike of Umbro 'gaan er voor', net zoals de spelers. Niet voor niets worden alle wedstrijden, behalve de laatste ronde in de acht groepen komende week, op verschillende tijden gespeeld. De kijker zou ze eens niet allemaal kunnen zien.

De materiële belangen zijn zelfs te kwantificeren. In Engeland bijvoorbeeld wordt per seizoen voor meer dan één miljard gulden aan truitjes, sjaaltjes, petjes en andere parafernalia verkocht. De televisie betaalt daarenboven nog eens een half miljard voor de uitzendrechten van de gewone competitie, een bedrag dat voor de helft wordt opgebracht door de publieke BBC. Het bedrag wordt niet uitgekeerd aan de kleine clubjes, maar aan de ten dele beursgenoteerde verenigingen in de Engelse eredivisie. In Nederland gaat het ook die kant op.

Daartussen bevinden zich de bestuurders, voor wie eveneens macht op het spel staat. Zij sluiten de contracten met de bedrijven of omroepen en mogen bepalen hoe de opbrengst wordt besteed. Zij stellen de reglementen waaraan de sporters moeten voldoen. Zij ontlenen daaraan een status die het, ooit zo schattig als 'maatschappelijk middenveld' omschreven verenigingsleven verre overstijgt.

HET ZOU ALLEMAAL niet bijster relevant zijn, ware het niet dat over twee jaar een vergelijkbaar evenement Nederland aandoet: het Europees kampioenschap voetbal. België en Nederland zullen dan drie weken stilliggen, met uitzondering van de politie-agenten wier verloven tegen die tijd ongetwijfeld zullen worden ingetrokken.

Dat Europees kampioenschap (EK) zal veel liefhebbers een groot plezier doen. Het roept niettemin de vraag op of dat genoegen wel opweegt tegen de tijd en het geld dat daarin van overheidswege gestoken zal moeten worden.

Dat is geen academische kwestie. In Amsterdam heeft burgemeester Patijn het jaarlijkse toernooi van Ajax onlangs op voorhand afgeblazen, omdat hij vreest dat hij niet bij twee evenementen tegelijkertijd de openbare orde kan handhaven. In dezelfde periode vinden in de hoofdstad namelijk 'Gay Games' plaats. Vier vriendschappelijke voetbalwedstrijdjes in de ArenA kunnen daar volgens Patijn niet meer bij.

Burgemeester Peper van Rotterdam - een van de steden waar zich in 2000 het EK, dat bovendien allerminst om des keizers baard gaat, zal afspelen - heeft de gebeurtenissen buiten de stadions in Frankrijk deze week aangegrepen om de vraag nog verder te verscherpen. Het EK mag maar veertien dagen duren, aldus Peper die, door de ongemakken waarmee de reguliere competitie gepaard gaat, weet waarover hij praat.

De burgemeester heeft hiermee op twee fronten de strijd aangebonden: met de burgers die van voetbal houden en met de grote voetbalmachten. Op geen van beide fronten zal hij begrepen worden. De liefhebbers kunnen er hoe dan ook geen genoeg van krijgen. De bestuurders van bonden en bedrijven op hun beurt voelen evenmin voor een kort EK: het drukt de prijzen en verstoort de marketing.

DAT NEEMT NIET weg dat Peper een gevoelige snaar heeft geraakt. Als een Europacupfinale in Amsterdam al leidt tot ongekende commotie over de 'slot-manager' op Schiphol, dan zal een heel kampioenschap nog tot veel meer opwinding leiden.

Misschien dat de kabinetsformateurs en fractievoorzitters daaraan donderdag in de rust van de wedstrijd Nederland-Mexico alvast een paar gedachten kunnen wijden.