Verleid door een Alien

Skeptical Inquirer: The Magazine for Science and Reason. Verschijnt tweemaandelijks. Jaargang 22, no 3: mei-juni 1998. Verkrijgbaar bij de betere boekhandel. Jaarabonnement: $ 35. Inlichtingen onder telefoonnummer 00 1 716 636 1425.

MET HET JAAR 2000 in het verschiet vliegen wetenschap, bijgeloof en pseudo-wetenschap elkaar als vanouds in de haren. Drukke tijden voor het 'Committee for the Investigation of Claims of the Paranormal', onvermoeibaar bestrijder van dubieuze claims aangaande het bovennatuurlijke en uitgever van het tweemaandelijkse tijdschrift Skeptical Inquirer. Eind juli houdt het comité zijn tweede 'World Skeptic Congress', onder de welluidende titel Armageddon and the Prophets of Doomsday. Een internationaal gezelschap van wetenschappers bindt in Heidelberg vier dagen lang de strijd aan met de lijkwade van Turijn, New Age-geneeskunde, aftappers van nulpuntenergie, einde der tijden-kometen, en nog zo wat.

Wie een idee wil krijgen van de toon die in Heidelberg zal worden aangeslagen, heeft aan het mei/juni nummer van Skeptical Enquirer een goede introductie. In een speciale sectie 'The Alien Files' trekt het blad weer eens van leer tegen wat 'het Roswell-incident' is gaan heten. In 1947 zou een vliegende schotel in de buurt van het gelijknamige plaatsje in de woestijn van New Mexico zijn neergestort, waarna militairen op de stoffelijke overschotten van de omgekomen aliens sectie verrichtten en ter misleiding van het grote publiek een cover up operatie uitvoerden. Inmiddels is deze mythe met harde feiten ontkracht - wat onder gelovigen overigens tot een levendige uitwisseling van complottheorieën heeft geleid.

Niet altijd eindigt UFO-bezoek in een crash. Volgens een Roper Poll, uitgevoerd in 1991, zouden 3,7 miljoen Amerikanen geloven een keer door aliens te zijn ontvoerd. Dat getal kwam als volgt tot stand. Van de 5.947 ondervraagden antwoordde 18 procent weleens wakker geschoten te zijn met het verlammende idee dat er een vreemde in de buurt was. Het gevoel door de lucht te vliegen, zonder te weten waarom en hoe, kende 10 procent. Een uur of meer weggeweest, zonder te weten waar, was 13 procent. In een ruimte met vreemde lichtbollen waande zich 8 procent. Ook 8 procent werd wakker met geheimzinnige schrammen op het lijf. Wanneer iemand vier van de vijf genoemde ervaringen beleefd had, zo besloten de Roper-onderzoekers, moest er wel een buitenaardse kidnapper in het spel zijn.

In haar artikel 'Abduction by Aliens or Sleep Paralysis' onderwerpt de Engelse psychologe Susan Blackmore de ontvoeringsthese aan een nader onderzoek. Ze begint met de ervaringsweergave van de slachtoffers. Vaak ligt deze in bed, opeens is er een intens blauwwit licht, zoemgeluid en het angstige vermoeden niet alleen te zijn. Er verschijnt een ruimteschip met zwaailicht waar het slachtoffer 'binnendrijft' om aan diverse medische handelingen te worden onderworpen, inclusief het afnemen van eitjes of sperma. Communicatie met de aliens verloopt via telepathie. De ontvoerde is hulpeloos en niet zelden voelt hij zich verlamd. Soms zegt hij potten met foetussen te hebben gezien. Aliens zijn een meter lang, kaal, hebben zwarte amandelvormige ogen en aan iedere hand drie vingers.

Hoe deze waarnemingen te verklaren, vraagt Blackmore zich af. Vaak komen de herinneringen onder hypnose tot stand, maar niet altijd. Geestesziekte of een gebrek aan intelligentie speelt geen rol, zo bleek uit onderzoek. Een betere kandidaat leek slaapverlamming (sleep paralysis), een aandoening waarbij een persoon hoort en ziet en zich wakker waant, maar tegelijk zich verlamd weet. Bijna de helft van de mensen, aldus de literatuur, heeft er weleens last van. Uit alle macht proberen te bewegen helpt niet, ontspannen proberen een vinger of ooglid te bewegen werkt beter. Slaapverlamming wordt verondersteld aan de basis te liggen van heksen op bezemstelen. Aliens zouden hiervan slechts een moderne variant zijn.

Blackmore trekt niet de ontvoeringsverhalen in twijfel, maar vraagt zich af of ze, in plaats van werkelijkheidswaarde te hebben, niet de weerslag kunnen zijn van een interessante psychologische ervaring. Doorredenerend kwam ze tot de hypothese dat mensen die zeggen ontvoerd te zijn het uiterlijk en het gedrag van aliens beter zouden moeten kennen. Ter controle ontwierp ze een test en nam die af aan twee groepen: 126 schoolkinderen uit Bristol en 224 eerstejaars psychologiestudenten, verspreid over diverse universiteiten. In ontspannen toestand beeldden de proefpersonen zich in dat ze in bed lagen, waarna ze het verhaal Jackie en de Aliens kregen voorgelezen. De inhoud spreekt voor zichzelf, maar precieze details werden niet gegeven. Na afloop vulde iedereen vijf meerkeuzevragen in over het gebeurde en de kinderen maakten bovendien van de alien een tekening. Ook waren er zes vragen vergelijkbaar met die in de Roper Poll (Heeft u weleens een UFO gezien, etc.) en twee vragen aangaande tv-kijkgewoontes.

Analyse bracht aan het licht dat proefpersonen met een hoge Roper Poll-score (en die dus ooit ontvoerd zouden zijn) de alien niet beter konden beschrijven, of de gebeurtenissen beter konden reconstrueren, dan wie een lage score had. Eerder was het zo dat kennis van aliens samenhing met de frequentie waarmee vooral de volwassen proefpersonen tv keken. De bewering dat waarschijnlijk 3,7 miljoen Amerikanen ooit zijn ontvoerd, zo besluit Blackmore, deugt van geen kant.

Een conclusie die de lezers van Skeptical Enquirer niet zal verbazen en hoogst waarschijnlijk tot het pseudo-kamp niet zal doordringen. Daarmee is de makke van het tijdschrift blootgelegd: het is preken voor eigen parochie. In plaats van steeds op het zelfde aambeeld te beuken - ook weer volgende maand in Heidelberg - doet het 'Committee for the Investigation of Claims of the Paranormal' er beter aan zich toegang te verschaffen tot de populaire media. Die hebben werkelijk invloed.

    • Dirk van Delft