UV-STRALING WIJST OP VEEL DONKERE MATERIE AANWEZIG IN CLUSTERS

Waarnemingen met een telescoop aan boord van de Extreme Ultraviolet Explorer-satelliet (EUV) suggereren dat de 'onzichtbare' materie die zich verscholen houdt in grote groepen sterrenstelsels uit een relatief warm gas bestaat. De EUV is een Amerikaanse satelliet die sinds 1992 in een 550 kilometer hoge baan om de aarde draait voor het bestuderen van de extreem-ultraviolette straling uit het heelal: straling op golflengten tussen ongeveer 10 en 90 nanometer. Zulke straling, die aan de kortere golflengten overeenkomt met 'zachte' röntgenstraling, wordt uitgezonden door gassen op zeer hoge temperaturen.

Al tientallen jaren vermoeden astronomen dat de totale massa van grote clusters van sterrenstelsels groter moet zijn dan de som van de massa's van alle stelsels die men daarin waarneemt. De snelheden van die stelsels zijn namelijk vaak groter dan de 'ontsnappingssnelheid' en dat valt moeilijk te rijmen met de zeer hoge ouderdom van die clusters. Blijkbaar bevatten de clusters ook veel donkere materie, die belet dat de stelsels ondanks hun grote snelheden ontsnappen. Deze materie moet overigens niet worden verward met de materie die het heelal theoretisch zou moeten bevatten om de huidige uitdijing op den lange duur tot stilstand te kunnen brengen.

Clusters van sterrenstelsels zijn vaak bronnen van sterke röntgenstraling, afkomstig van zeer heet - maar ook zeer ijl - gas in de ruimte tussen de stelsels. Dat gas zou een deel van de gezochte donkere materie voor zijn rekening kunnen nemen. Britse en Amerikaanse astronomen hebben nu echter ontdekt dat de cluster Abell 1795, die op een afstand van ongeveer 800 miljoen lichtjaar staat, in het extreme ultraviolet nog veel méér straling uitzendt. De straling komt uit een gebied van minstens 4 miljoen lichtjaar diamater en wijst op de aanwezigheid van een wat minder heet gas in de ruimte tussen de stelsels van die cluster (Astrophysical Journal Letters 498, L17).

Niet bekend